eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    165A. 1609 juni 3. Van J. Colterman.1

    Mijnheere,

    Thuys comende uyten Haghe, als ick ten bureele van de Rekencamer rapport hadde gedaen van de geleegenheit van den Drechterlantschen dijck ontrent Winckel,2 hebbe ick de resolutie ofte goedtvinden van mijne E. heren van de Reken[ingen] aengeseit [aen] den dijckgraeff van Geestmerambocht3 ende oock ges[chreven] aen den schoudt van Nierop.4 Waeruyt gevolcht es dat op huyden voorheenen gecomen zijn eenige gedeputeerden vandaer ende morgen sal den dijckgraeff met noch eenige andere volghen, versouckende ick henl[uyden] wilde metgheeven een brieffken van addresse aen uwe E., ten eynde d'zelve als alreede kennisse hebbende van de zaecke gelieven zoude haer te formeren een remonstrantie van clachte uyt goede voorsorge ende als beduchtende deur de zwacke geleyde keure voor inondatie enz. Tot welcken fine ick hyerneffens beslooten overseynde de geleyde keure van waerschappen van Drechterlandt met een kaerte ende andere stucken bij mij ten voors[eyde] bureele geëxhibeert, om de memorie daeruyt te ververschen.

    't Beghinsel conde onder correctie weesen, hoe dat dijckgrave ende eenige gecommitteerden van Geestmerambocht, Schagen ende Nieudorpercogge5 tot tweemael ten tijde dat eenige heeren van huys waren aen de Rekencamere zijn geweest ende oock in geschrifte gelaten hadden in wat pericule den Drechterdijck ontrent Winckel in Februario voorleeden gestaen heeft van deur te breecken ende de weynige sorge die daervoren werdt gedragen enz. Waerover die van de Reck[eningen] goedtgevonden hebben derwaerts te schicken den rentm[eester] g[e]n[erae]l van Kennemerl[an]t ende Westvriesl[an]t, Johan

    53

    Colterman, dye van alles wel inspectie oculair heeft genomen, henl[uyden] de keur van de waerschappen van Drechterlandt voorgehouden ende gevraecht off sij daermet geneugen hadden, dan nyet; daerop geantwoort: neen, ende verstonden denzelve dijck eer lighter als zwaerder dan tevooren was gekeurt, oock in de middewegen hem drye voet laeger als ontrent den aen- ende affschouw.6 Ende in lange daervan nyet vernomen hebbende ende bevindende volgens de geleyde keure den dijck vast aengeleyt ende gemaect werdt, soo hadden zij goedtgevonden weder eenen te deputeren ende haer te addresseren aen de heren Staten enz., daer off daerontrent als uwe E. selvers alderbest in ordre zal weeten te stellen uyt de gedeputeerden haer mand[aa]t en instructie.

    Ick hebbe hierbij gevoecht eenige stucken mij bij den dijckgraeff van Drechterlandt behandicht, dye al over eenige jaeren daermede es geweest aen mijne heren van de Reecken[ingen] ende gebesoigneert metten ouden heer fiscael Veen,7 dye oock ontworpen ende onder hem heeft een concept van reforma[ti]e, want den verm[elde] dijckgraeff altoos zeer gaern hadde gesien datter commissarissen werden gedeputeert als besoignerende grootelijcks voor den dijck, nyet alleen in 't voors[egde] quarthier, maer oock tusschen Hoorn ende Enchuysen, ende voorts rontsom. Uwe E. is 't van noode can daerover eens spreecken. Ick was voor mijn vertreck t'zijnen huysse om het gementioneerde concept te sien ende bij mijn stucken te vougen, dan was van huys gereyst. Het dient met desen gedeputeerden wat voortgemaect om der weynich tijdt, ende efter8 dient het gepresenteert voor 't scheyden van de dachvaert. Uwe E. wil in 'tgeene verstaen mijn bedieninge om beeters wille gedaen.

    Ende laet uwe E., mijnheere, den Almo[genden] bevolen naer mijne gebiedenisse,

    uwer E. dienstwillige vrundt,
    Johan Colterman.

    In haeste. Tot Haerlem, desen IIIen Junii 1609.

     

    Mijnheeren van de Reecken[ingen] hadden geseyt als desen quamen clagen dat d'zelve alsdan souden daerop secunderen etc., want het soude evident pericule indien zoo slechte ...9 nyet weesen zal.

    Adres: Aen mijnheer den advocaet-fiscael 's Hooffs van Hollandt, in Den Hage.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, coll. H. de Groot aanw. 1897, LI no. 3, f. 18-19, eigenh. oorspr. Johan (Hans) Colterman, rentmeester van Kennemerland sinds 1592, lid van de Haarlemse vroedschap sinds 1595 (D.G. van Epen in De Wapenheraut 1 (1897), p. 161-162). De brief van Colterman bevindt zich tussen andere papieren over de ‘Drechterdijk’ bij Winkel (f. 2-54). Deze dijk was een onderdeel van de Westfriese Omringdijk, die West-Friesland omsloot. De bestuurders van de ambachten Schager- en Niedorperkoggen en Geestmerambacht probeerden de dijkgraaf en heemraden van het ambacht Drechterland ertoe te brengen hun deel van de Westfriese Omringdijk beter te onderhouden. Zie J. Beenakker, Van Rentersluze tot strijkmolen, p. 46-52. Op 5 juni 1609 kregen Philips Doublet, lid van de Rekenkamer, en Hugo de Groot opdracht zich ter plaatse op de hoogte te stellen.
    2 - Winkel, ten noordoosten van Alkmaar.
    3 - Geestmerambacht was een van de vier ambachten van West-Friesland.
    4 - Niedorp (Oude- en Nieuwe-).
    5 - Niedorperkogge, gedeelte van het ambacht Schager- en Niedorperkoggen.
    6 - ‘aenschouw’, inventarisatie van uit te voeren werkzaamheden; in de regel is ‘affschouw’ de inspectie van opgeleverde werken (WNT I, kol. 1369); hier zal met aan- en afschouw gedoeld zijn op de plaatsen waar deze controles werden uitgevoerd.
    7 - Mr. Simon van Veen was van januari 1595 tot december 1606 advocaat-fiscaal van het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland (Jan Rosa, Memorialen van het Hof (Den Raad) van Holland ..., ed. A.S. de Blécourt en E.M. Meijers, I-III, Haarlem 1929, p. LVII).
    8 - De lezing is onzeker. Vgl. WNT III-2, kol. 3767-3769 (‘echter’, ‘efter’).
    9 - Een of twee woorden onleesbaar.