eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    256. 1613 Maart 20. Van Dirk Meerman1.

    Mijn heer,

    Volgens ons laetste affscheyt blyven wy vast vertrouwen, dat Uwe E. hem gereet sal houwen, omme nu eerstdaechs, soo haest de Borgemr. Paeuw gecomen sal zijn, de reyse over Zeelant naer Engelant te vorderen, te meer, alsoo ick op

    230

    gister avont brieven ontfangen hebbe van den heer Borgemr. Boreel, die neffens zyne gebiedenisse aen Uwe E. my aviseert, dat hy onse compste tusschen 20e ende 25e deser sal verwachten ende alles ter saecke nodich gereetmaecken, waervan ick de heer Borgemr. Paeu noch gisteravont hebbe geaviseert. Ick hadde verhoopt desen dach Uwe E. mondeling te comen spreken, dan ben in stadts dienst notelijck verleth. verhoope Vrydach, indien 't God belieft, eens over te comen omme te verstaen, offer yets ontbreeckt etc. De Borgemr. Paeuw vermaent my by zyne brieven, op gisteren ontfangen, ernstelijck, dat wy souden letten de credentiebrieven aen de Mat. ende den Raet van Engelant in goeder forme ende soo mochten werden ingestelt als 't behoort, voor al dattet claer blycke, dat wy nyet comen uyt ons selffs, maer ter saecke van de instantien van den heer Ambassadeur Winwod2, met last ende goetvinden van de heeren Staeten Generael etc., opdat - soo hy seyt - t'zyner compste daer geen verleth by geschiede, in vougen dat ick nyet hebbe kunnen naerlaten Uwe E. tselve met dese weynige regulen te resumeren, my dienthalven in Uwe E. wyse voorzienicheyt ende des heeren Advocaets van 't lant cloeck, wijs beleyt ende goetvinden gantschelijck vertrouwende, ter compste van den Borgemr. Paeuw alles gereet te zullen vinden, nae behoiren. Wat aengaet de stucken, by Uwe E. van my versocht, als de propozitie van den heer Ambassadeur Winwod, de clachten van d'Engelschen ende de missive van de heeren Staeten Generael etc., daeromme ick aen den Borgemr. Paeuw hadde geschreven - alsoo ick geene copien daervan en hadde - Zyne E. antwoort my, dat wy d'selve kunnen vinden in 't cantoir van de Generaliteyt; harer Mog. schryvens es geweest van den 2e Feb. 1612, gelijck uwe E. kan zien uytte copie van de antwoorde van de Compagnie op Haer Hoog Mog. Ed. schryvens gedaen, daer van ick Uwe E. een particulier copie, onder my berustende, neffens desen zeynde, Uwe E. biddende de vordere copien uyttet voors. cantoir te doen lichten, etc.

    Hier mede, Erentfeste, wyse, voorsienige, seer discrete heere, weest hertelijck gegroet ende God in genade bevolen, uyt Delff 20 Maert 1613 van Uwer E. veel goetgunstige vrunt

    D. Meerman.

    Den brenger deser is mijn dienaer, heeft Uwe E. my yets te aviseren, sal my gaerne naer Uwer E. goetvinden reguleren.

    Adres: Erentfesten hoochgeleerden wysen voorsienighen seer discreten heer Mijnheer Hugho de Groot, Advocaet fiscael in Sgravenhaghen, per bode expres.

    Notes



    1 - Hs. U.B. Leiden, cod. B.P.L. 1886. De brief heeft betrekking op de reis van Reinier Pauw, Oud-Burgemeester van Amsterdam, Jacob Boreel, Oud-Burgemeester van Middelburg, Dirk Meerman, Schepen en Raad van Delft, en Grotius, als gezanten naar Engeland in zaken van de Oost-Indische Compagnie. Zie Wagenaar, XXXVII, 17.
    Oorspronkelijk waren alleen de drie eerstgenoemden aangewezen; later werd Grotius toegevoegd, ook met de bedoeling om den Koning in te lichten omtrent de godsdienstgeschillen hier te lande. Zie Brandt, Leven I p. 45 vv.; Knight, Life of Grotius p. 137 vv.; Harrison, The beginnings of Arminianism p. 200 vv.; Rogge in Nijhoff's Bijdragen N.R. VIII p. 96 vv.
    De geestelijken, met wie Grotius in Engeland in aanraking kwam, en die in de volgende brieven (no. 257-266) herhaaldelijk genoemd worden, zijn:
    George Abbot, aartsbisschop van Canterbury (Archiepiscopus);
    John Overall, deken van St. Paul in Londen (decanus Paulinus), later bisschop van Lichfield;
    Lancelot Andrewes, bisschop van Ely (Eliensis);
    James Montagu, bisschop van Bath.
    In de Resolutiën van de Staten-Generaal van 25 Maart 1613 staat aangeteekend:
    ‘Compareren die erentfeste ende hooghgeleerde Pauw, borgemeestere van Amstelredam, Grotius, fiscaal, ende Meerman, scepen van Delff, gecommitteerde van de Oost-Indische Compaignie, om te reysen naer Engelant ende Zyne Mat. te onderrichten van den staet ende gelegentheyt van deselve Oist-Indische Compaignie in dese landen met brieven van adresse van Hare Ho. Mo. an Zyne Mat. ende den Ambassadeur Caron’ (beide: Rijks Archief S.G. 6899, minuut).
    In die van 31 Mei 1613:
    ‘Zijn ter vergaderinge gecompareert die borgemeestere van Amstelredam Reynier de Pauw, advocaet fiscael van Hollant Grotius, Boureel, borgermeestere van Middelburch, ende Meerman, raedt der stadt Delff, wedergekeert van Engelant; hebben ierst gepresenteert eenen brieff van den Coninck van Groot-Britannie an Hare Ho. Mo. van den XIIIIen Meye ouden style, gescreven tot Westmunster (R.A., S.G. 3797, fol. 696 v.), ende eenen anderen van den ambassadeur Caron, gedateert den XVIen van deselve maent, oyck ouden style (R.A., S.G. 6899; orig.), ende daerna gedan rapport van hairlieder gebesoingneerde in Engelant, soo met Zyne Mat. selffs als die heeren Zynes Mats. gecommitteerden, mitsgaders van de Oist-Indische Compaignie in Engelant, rakende den Oist-Indischen handel ende de accommodatie van de geresen differenten op te pretensen van die van de Oist-Indische Compaignie in Engelant, ende van het affscheydt, dat zy van Zyne Mat. hebben vercregen. Is na deliberatie den verscreven rapporteurs verclaert, dat Hare Ho. Mo. zeer geerne hebben verstan de goede debvoiren, die zy gedan hebben in het verrichten van de pointen, die haer by instructie zijn belast geweest, daerinne dat zy zeer wel ende voersichtichlijck hebben gebesoingneert, conform d'intentie van Hare Ho. Mo., daerover deselve begeren, dat zy alhier sullen overleveren haer verbael, sulcx als zy dat sullen doen aen de Oist-Indische compaignie, opdat 't voirsz. besoingne mach gehouden worden in goeder memorie’.
    Het verbaal der zending druk ik als Bijlage af.
    2 - Sir Ralph Winwood, de Engelsche gezant in Den Haag.