eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Letter



    5751. 1642 juni 16. Van P. Spiring Silvercrona.1

    Mijnheere,

    De brieven wt het fort Sint Andries2 geschreven den 15e Iunii melden dat sijn Hoocheit den prince van Orangie wt een gevangenen officier verstaen hadde de meininge van don Francisco di Mello te wesen de frontieren tegen Vranckrijck in tamelicke besettinge te laeten onder Beck ende Enckefort,3 ende met het geheele leger over Maes te comen, omme hem bij ofte ontrent de keysersche te vougen; ofte sij den grave van Guebriant souden aentasten was hem onbekent. Mede was daer tijdinge van den commandeur van Maestricht aen sijn Hoocheit gecomen dat het gansche leger van Melo in de aentocht was ende tot Florest4 op de Sambre in 't hertogdom van Namen logeerde. La Fonteine met sijne troupes, die tuschen Diest ende

    263

    Scherpenheuvel hebben gelegen, werde aldaer oock verwacht, souden tesamen ontrent 15000 te voet ende 6000 te paerd sijn.5 Of hij nu de conjunctie sal practiseren, Mastricht belegeren, ofte iets anders ter hand nemen, leert den tijt. Op dese nouvelle werden alle behouften tot de marche van sijn Hoocheits armee op 't spoedigste gereet gemaackt.

    De troupen van Hatzvelt en de geassisteerde beginnen sigh nu recht in posture te stellen om den Rijn te passeren, 'twelck men vermeent in den eersten te sullen geschieden.6 De cavallerie, bestaend meest in curassiers, wtgenomen 3 à 4000 mannen - daertoe de wapenen, maer nogh niet de paerden voorhanden sijn -, is weder gemonteert ende met allen toebehoor wtgerust. Den aertshertog Leopold soude in plaetse van in Silesiën te gaen, met 6 regimenten nae den Rijn toe marcheren, waertoe den hertog van Lottheringen mede soude comen, op welcken val Hatzvelt hem het generael commendo van de armee sal moeten cederen,7 maer ofte de hooge officiers tot sijne compste met het slaen sullen inhouden ende de Wijmersche in ruste laeten, werdt seer getwijfelt.

    De Sweedschen nemen d'eene plaetse voor, d'andere naer in, als hebbende Wollauw, Heerenstadt, Sprottaw, Vrijstadt, Draeckenburg ende Werdenberg verovert,8 ende is den general Torstenson van meeninge om de keysersche over d'Oder den pas te benemen ende alle toevoer te beletten. Hertog Frans Albrecht ligt met sijn volck nogh tot Breslauw,9 heeft een schipbrugge bij den Dom10 geslagen, ende soo haest de keysersche wt Meissen daerbij sullen sijn gecomen, mochte het wel tot een hoofttreffen comen. Meerder particularitijt sal u. Exc.tie wt dese bijgaende brieven van Hamburg te vernemen hebben.11

    Waermede verblijve, mijnheere,

    u. Exc.tie dienstwilligste.

    Haage, den 16 Iunii 1642.

     

    Alsoo den heere Axel Tureson12 nu in Zeelant reisvaerdigh is om nae Vranckrijck over te scheepen, soo is 't dat u. Exc.tie gebeden werdt desen brief voor hem tot sijne compste aldaer gelieven te conserveren.

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 24 Iunii.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 13, 104. Niet ondertek. De brief is van de hand van Spirings secretaris Pieter Pels.
    2 - De schans Sint Andries lag in de Bommelerwaard (van der Aa, Aardr. Woordenboek I, p. 263-264).
    3 - De Luxemburgse gouverneur Johan van Beck en de keizerlijke generaal-majoor Adriaen van Enkefort († 1663) namen in Artesië en Picardië de taken over van de Spaanse legeraanvoerder don Francisco de Melo, die op zijn beurt hulp ging bieden aan de keizerlijke veldmaarschalk Melchior van Hatzfeldt und Gleichen (Foerster, Kurfürst Ferdinand von Köln, p. 207-213).
    4 - Floreffe (prov. Namen).
    5 - Het leger van Paul-Bernard, graaf van Fontaine, voegde zich in de omgeving van Tienen bij de Spaanse hoofdmacht.
    6 - Het keizerlijk-Beierse leger van Hatzfeldt en de graaf van Wahl trok 12 juni over de Rijn (Foerster, o.c., p. 211).
    7 - Hertog Karel IV van Lotharingen vond het evenwel wenselijker een eigen campagne te voeren. Zijn nieuwste doelwit was het land van Metz.
    8 - Het leger van Torstensson drong steeds dieper Silezië binnen. In snel tempo veroverden de Zweden Wolów (Wohlau), Waa̧sosz (Herrnstadt), Szprotawa (Sprottau), Kozuchów (Freystadt), Zmigród (Trachenberg) en Syców (Gross Wartenberg) (Handbuch der historischen Stätten, Schlesien).
    9 - De keizerlijke veldmaarschalk Franz Albrecht, hertog van Saksen-Lauenburg, was belast met de verdediging van Silezië.
    10 - De Oder scheidde het ‘Dominsel’ van het centrum van Breslau.
    11 - De bijlage ontbreekt.
    12 - Betreft het hier Axel Turesson Natt och Dag, een Zweeds edelman die tijdens zijn ‘tour’ correspondeerde met Axel Oxenstierna (Een rondgang langs Zweedse archieven, p. 160)? In 1635 was de toen 18-jarige Axel Turesson in Leiden aan te treffen (Album studiosorum Acad. Lugd. Bat. I, kol. 272).
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    [text]
    [text]
    [text]