eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    972. 1625 april 28 of 29. Van N. van Reigersberch.1

    Wt Amsterdam, desen Maendach, 29 April 1625.

     

    Mijnheere,

    Den prins van Orangië is Woensdach naermiddach tusschen vijven en sessen overleden,2 Vrijdage geopent, de lever ende longen bevonden bedorven ende niet een druppel bloets over. Is gebalsemt, wert gesien, gecleet, gedient (off) hij noch leeffde; het heele hoff past naer ouder gewoonte op. De doot gheeft in 't gemeen geen veranderynge, bij veel particuliere groote. Prins Henderic wiert denselffden avont commissie als generael over het chrijsvolck ende admirael van de zee bij de Staten-Generael gedepescheert, die hem met drie gedeputeerde, Essen, Duvenvoorde ende een mij onbekent,3 toegesonden is. De Staten van Hollant sijn besych om de instructie tot de delatie van het stadthouderschap in te stellen; wert gelooft dat die onder belofte van de religie en de tegenwoordyge regerynge

    264

    niet te veranderen sal werden geclausuleert. De absentie van sijn Excellentie sal oorsaecke sijn van meerder vrijmoedycheyt, ende buten twijfelen sullen somyge haerselven willen verseeckeren. De remonstranten ende contraremonstranten hebben beyde goede hoope, gemenckt met vreese. Ter wedersijden sijn veel moderaete; selffs de hevychste ende meest geïnteresseerde onder de remonstranten oordeelen ondienstych eenyge violente veranderynge te doen, hoopen echter eenyge voordeelen te genieten. Veele mochten haer wel misreeckenen. Het is een groote aventage voor somyge dat se tijt hebben gehadt om dese veranderynge te voorsien ende haer van langer hant te insinueren ende nu, met seclusie van andere, gelegentheyt hebben om den prins te preoccuperen.

    Artaxerxes4 is seer onpatiëntych, hebbe hem in 't lanck ende breet gesproocken, raide dat men most arbeyden om Driakel5 te doen gebruicken, dat door die medecijne wat goets conde werden gevrocht ende dat hij dat door sijn grooten vrient most doen beleyden. Verwierp dien raet, wt jalousie soo ick mercke. Namp aen te schrijven, ten einde alles wat wtstel lijden mocht in sijn geheel tot de wedercomste wiert gehouden. Kan dat werden geobtineert, sal veel sijn. Ick vinde dien man noch weinych bedaert, vreese hij het credyt, dat hij soude mogen hebben, te veel sal willen vergen ende den tijt niet genouch sal verbeyden. Wat de vrucht aengaet, wij moeten die mettertijt rijper laten werden, dan kan niet twijfelen ofte sal met het saisoen wel werden gepluckt; dat is een gemeen gevoelen. Mijn particuliere opinie is dat men den nachtegael6 daer niet meer van voren moet stellen als hij selffs sal begeeren; daerop dient geleth.

    Uwen brieff weet ick niet off is bestelt;7 hadde hem om veel redenen (gar)en onder mijn couverkel gehouden, dat ick naer den tijt soude hebben geapproprieert; dan men heeft sulckx niet wille(n) (ge)dogen. Ick vreesde dat se, den rechten weech niet gaende, meer quaet als goet sonde doen. Ick weet niet warom (uE.) mij suspecteert; dan ick geve seer garen andere de sorge over. De beantwoordynge van de Confessie is al onder druck;8 sie niet hoe me(n) die sal stuyten, hebbe de ordre gegeven die ick bequaemst oordeelde.

    Den professor Polyander9 doet uE. see(r) groeten, oock den burgemeester Ruighaver ende Berckenroode.10 Wij moeten tijt hebben om te oordeel(en) wat oirboir is gedaen. Prins Henderic marcheert vandage met 36000 te voet, 6000 paerden; Mansvelt11 met 9000 te voet, 3 à 4000 paerden. Dat werck moet eerst werden gedaen, eer hij op de politie sal connen letten. UE. dient sich daer vast te stellen; sal bij gelegentheyt vernemen ende uE. adviseren wat voet voor ons particulier dient gehouden; ick versuime niet, ende is mijn presentie gansch dienstych geweest. Wenste uE. mocht communiceren wat alreede hebbe gedaen. Godt wil uE. bewaren ende ons geven dat salych is. Recommandere mij aen uE. huisv[rouw]. Met seer grooten haest.

    Ick hebbe groot contentement wat ons particulier belanckt; hebbe, naer het schrijven van desen, met een confident persoon van groot credyt gesproocken, die hem seer tot uE. genegen toonde. Was van mijn opinie, dat men moet wat patiënteren; twijfelde niet ofte alles sal naer wensch voor u commen. Hebbe uE. groete aen doctor Andries Bicker,12

    265

    neeff van de burgemeester Graeff,13 gedaen, een man van groote apparentie, seer tot uE. genegen. Soo uE. goetvint, mach hem ende schepen Oetgens, soon van den burgemeester, tegenwoordych bij den prins in 't leger,14 elck een exemplair senden15 ende haer schrijven, als door mij verseeckert sijnde van haer groote gunste t'uwaers. Het sijn twee persoonen, daer al de autoriteyt van dese stadt henen helt, ende seer tot uE. genegen. Ick sal niet versuimen dat uE. dienstych kan sijn, ende hoope eerlange de pat bestroyt te sien,16 daer wij lange naer hebben gewenst. Ick werde nu verhaest, alsoo ick eerst gecommen ben. Sal den naesten uE. adviseren wat wij behooren te doen. Ick arbeyde de banden voor ons hier vast te maecken.

    Onderaan de brief staat in een onbekende hand: Reigersberg t'Amsterdam, ten dienste van De Groot.

    Adres: A monsieur/monsieur Grotius, à Paris. 10 st.

    In dorso schreef Grotius: 29 April 16(25) N. Reigersberg.

    Notes



    1 - Hs. Rotterdam, GB, RK, no. 1703: 13, eigenh. oorspr. Gedrukt in Rogge, Br. van N. v. Reigersb., p. 42-45 (no. 972 (dl. II)). Zie voor de datering het brievenhoofd. Reigersberch schreef deze brief op maandag 28 of dinsdag 29 april 1625.
    2 - Maurits overleed op woensdag 23 april 1625.
    3 - Drie gedeputeerden van de Staten-Generaal, Hendrik van Essen, Jacob van Wassenaar van Duyvenvoorde en Zweder van Haersolte tot de Haerst, overhandigden Frederik Hendrik op 24 april 1625 de commissie van het kapitein- en admiraalschap-generaal der Unie en namen hem de eed af (Res. SG (1610-1670), VII (1624-1625), p. 344-345).
    4 - Schuilnaam voor Cornelis Adriaensz. van der Mijle (Myle); vgl. no. 1003 (dl. II).
    5 - Simon van Beaumont, pensionaris van Middelburg, of Nicolaes Cromhout, sinds 1 januari 1620 president van het Hof van Holland; vgl. no. 1058 (dl. III).
    6 - Reigersberch doelt vermoedelijk op Frederik Hendrik.
    7 - No. 962 (dl. II), aan Frederik Hendrik, dd. 4 april 1625.
    8 - Censura in Confessionem sive Declarationem sententiae eorum qui in Foederato Belgio Remonstrantes vocantur, Leiden 1626, van de hand van Johannes Polyander van (den) Kerckhoven, André Rivet, Antonius Walaeus en Antonius Thysius (L.D. Petit, Bibliographische lijst der werken van de Leidsche hoogleeraren, p. 113).
    9 - Een van de auteurs van de Censura (supra, n. 8), Johannes Polyander van (den) Kerckhoven (1568-1646), sinds 1611 hoogleraar in de theologie aan de Leidse universiteit (Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme II, p. 366-368).
    10 - De Haarlemse burgemeesters Gerard Ruychaver en Hendrick van Berckenrode.
    11 - Ernst, graaf van Mansfeld-Heldrungen, markies van Castelnuovo en Buttigliera.
    12 - Andries Gerritsz. Bicker (1586-1652), schepen en sedert 1627 herhaaldelijk burgemeester van Amsterdam (Elias, De Vroedschap van Amsterdam I, p. 346-348).
    13 - Burgemeester Jacob Dircksz. de Graeff (1571-1638), vrijheer van Zuid-Polsbroek, was op 3 november 1618 door Maurits uit de Amsterdamse vroedschap verwijderd. In 1628 werd hij opnieuw tot burgemeester gekozen (Elias, De Vroedschap van Amsterdam I, p. LXXXIII en 266).
    14 - Anthonie Oetgens (1585-1658), heer van Waveren, schepenmeester van Amsterdam, gedeputeerde te velde; hij was de zoon van Frans Hendricksz. Oetgens (1558-1625), schepen en burgemeester van Amsterdam (Elias, De Vroedschap van Amsterdam I, p. 331 en 102).
    15 - Grotius' De iure belli ac pacis (BG no. 565) kwam in deze periode van de pers.
    16 - ‘het (de) pad strooien’, ergens een weg gereedmaken (WNT XII, kol. 134).