388
[Grotius verlangde] dat hem zijne boeken en schriften die in Hollandt wierden gehouden, mochten worden ter hand gestelt; ... schreef hij aan zijne vrinden [H.G. 17 Aug., item 21 Feb. 1636]:
Men is schuldig ... uit kragte van het vonnis2 mij die te laten volgen. En zelfs volgens het natuurlijk en borgerlijk recht.