eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    6068. 1643 februari 2. Van P. Spiring Silvercrona.1

    Mijnheere,

    Tegenwoordig bevinden sich alhier wt Brabant drie verscheide personen van qualitijt. Ende alhoewel yder van haer besondere commissie heeft, de eerste om de differentiën die in de Meyerie van 's-Hertogenbos2 ontstaen sijn bij te leggen, daervan ick u. Exc.tie voor 8 dagen geschreven,3 de andere van Antwerpen om met desen staat te handelen wegen droogmaackinge van eenige bij Calo ende daerontrent onder water liggende landen,4 ende de derde, sijnde schout tot Rosendael, om de wtwisselinge van beiderseits gevangenen te procureren,5 soo geeft sulcx nochtans onder de gemeente den roep alsofte eenige vredenstractaten met Spaegnie voorhanden waeren. Doch verneme niet dat in 't minste iets daeraen is, maer bevinde dat dese presumtie spruit wt den roep die de Spaensche in Brabant hebben laeten loopen nu corts, dat sij commissie hadden te tracteren, tot geen ander einde, soo het schijnt, als om ombrage te verwecken, gelijck dan Vranckrijck daervan apprehensie gecregen hebbende, sich dieswegen alhier heeft laeten beclagen.

    Nu onlangs is hier vandaen aen alle deses staats admiralitijten geschreven dat sij souden ordre geven dat geen schip op deses lands havenen, stroomen of reën van de Engelsche en vremden gevisiteert werde, oock niet toelaeten dat eenig prijs, die des conings en parlements volck malcanderen afnemen, in dese havenen opgebracht werde.6

    Verleden Donderdag is de coniginne van Engelant te Schevelingen t'scheep ende dienvolgende met seven oorlogschepen van desen staat t'zeyl gegaen. Waerhenen haere reise gerichtet, can men niet eigentlijck weeten. Doch also sij veel ammonitie ende ontrent 300 soldaten medegenomen, soo vermeint men dat sij op Nieucastel den cours sal nemen.

    69

    Sijn Hoocheit ende desselfs soone, alsmede de gansche borgerie in 't geweer, hebben haer tot aen strant bij Schevelingen geconvoyeert, ende met het losbranden van musquetten ende een groote menichte van grofgestucken tot verscheide reisen gevalediceert; is neffens dien van de heeren Staten-Generael met 60000 guldens vereert geworden.7

    Den Dennemarckse graeve Wolmar gedenckt nu mede met den eersten te vertrecken.8 Die heeft nu een tijt herwarts in de compagnie van 4 à 5 Françoisen over de 50000 guldens in het balhuys verspeelt, waervan hij sich nu gaerne ontslagen sach. Deser dagen is een ambassadeur van Venetië hier doorgereiset,9 gaet op Weenen, hebbende hier niet anders wtgerecht als de heeren Staten-Generael ende den prince van Orange wt den naem van sijne principalen gecomplementeert.

    Waermede verblijve, mijnheere,

    u. Excellentie dienstwilligste.

    Den 2 Februarii 1643.

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 11 Febr.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 13, 117. Niet ondertek. De brief is van de hand van Spirings secretaris Pieter Pels.
    2 - De geschillen over het rechtsgebied van 's-Hertogenbosch (de Meierij); vgl. no. 6027.
    3 - Zie no. 6058, dd. 26 januari 1643.
    4 - Het herstel van de ‘Couwe(n)steynsche dijck’ bij Kallo (Aitzema (fo) II, p. 896-897). Voor een situatieschets, zie Zeeland in oude kaarten, p. 52-55.
    5 - De schout van Roosendaal schreef op 22 januari een brief aan de Staten-Generaal over de praktische voorwaarden van een uitwisseling van elkaars ‘gevangens te water’ (Res. SH, dd. 23 januari 1643).
    6 - Dit besluit viel naar aanleiding van het vrijmoedig optreden van kapitein Robert Slyngesby (Slingsby). Aan de monding van de Maas probeerde de koningsgezinde kapitein inspectie af te dwingen van alle schepen met bestemming Engeland (Res. SH, dd. 16 januari 1643).
    7 - Het vertrek van koningin Henriëtte Maria viel op donderdag 29 januari. Van de zijde van de Staten-Generaal werd haar een bedrag van 50000 gulden aangeboden, alsmede een ‘boëte’ (boîte) van tweeduizend ducaten (Aitzema (fo) II, p. 877-878).
    8 - Valdemar Christian (1622-1656), graaf van Sleeswijk-Holstein, natuurlijke zoon van koning Christiaan IV van Denemarken (DBL XV, p. 245-247). De reden van zijn verblijf in de Republiek blijft mysterieus (CSP Dom. 1641-1643, p. 436, en Fridericia, Danmarks ydre politiske historie II, p. 319).
    9 - Giovanni Giustiniani, ambassadeur van Venetië te Londen 1638-1642, bereikte op 18 januari de haven van Brielle. Vijf dagen later kreeg hij een officiële ontvangst in Den Haag aangeboden (CSP Ven. 1642-1643, p. 220, 230 en p. 233).