eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Letter



    351

    5819. 1642 augustus 2. Aan N. van Reigersberch.1

    Mijnheer,

    Den coninck spreeckt hard van de gevangenen. Sij defenderen haer niet quaelijck. Den hertogh van Bouillon zal, zoo men zegt, gebracht werden te Lions, alwaer den cancellier van Vrancrijck zal gaen met eenige anderen om de examinatie ende confrontatie te doen.2 Ende om alle oproer te beletten gaen daer nae toe tweeduizent soldaten. 's Conincx broeder te Nizzy3 zijnde heeft zijne depositie wat verbreedt. De coninginne is bij den coning te Fontainebleau. Op den rouw van de coninginne-moeder werdt ordre gestelt4 ende men meent monsieur de Mombazon5 gaet om het lichaem te haelen.

    Monsieur du Hallier heeft den twaelfden Iulii het casteel van Viviers, bij hem becomen, gedemolieert ende 's anderendaeghs Dieuse gebracht tot acord ende bezet met garnisoen, zonder dat hertogh Carel zich heeft vertoont bij gebreck van volck ofte van vivres.6 Melos ende Beck maecken gelaet van Catelet te willen belegeren,7 waerom den grave van Harcourt zich hout bij Guise, alwaer oock comen zal den grave de Guiche.

    Die van Perpignan hebben vremde voorslagen gedaen, willende voor een langen tijd onderhouden zijn bij de Fransoisen ende dan, zoo geen secours en quame, haer overgeven. Hierover de conferentie zijnde gebroocken, hebben die van binnen eenige goede uitvallen gedaen. De vlooten zijn door de tempeesten verstroit geweest. Daernae hebben de Spaegnaerden willen tweeduizent Italianen aenzetten te Roses ende den marescal de Motte-Odincourt hetzelve beletten.8 Hiervan verwachten wij d'uitcomste, alsoock van het ontzet dat Leganes wil bij de hant nemen.9 Ende is de zaecke niet buiten vreze, zoo door d'absentie van den coning als door de groote diffidentie, die overal is in 't rijck.

    2 Augusti 1642.

     

    Monsieur de Harcourt is te Crecy. De Fransoisen hebben geslagen eenige van 't garnisoen van La Motte, eenige van Douai. 's Conincx broeder heeft zich van Nizzy geretireert in Swit-

    352

    zerlant om zeecker te zijn. Het derde paert van de sargeanten werde hier belast de wapenen te draegen, de twee andere derde paerten de costen te furneren.10

    Adres: Mijnheer/mijnheer van Reigersberg, raedt in den Hoogen Raede in Hollant, ten huise van mijnheer den reeckenmeester Reigersberg11 tot Middelburg. Port 13 s. En: 2 s.

    Bovenaan de brief schreef Reigersberch: Broeder de Groot, den 2 Aug. 1642 uyt Paris.

    Notes



    1 - Hs. Amsterdam, UB, coll. RK, H 28f. Eigenh. oorspr. Niet ondertek. Tezamen met no. 5818.
    2 - Kanselier Pierre Séguier werkte nu nog in Parijs aan de voorbereiding van het proces tegen de markies van Cinq-Mars (‘monsieur le Grand’), de hertog van Bouillon en François-Auguste de Thou. Verwacht werd dat hij tegen de 20ste augustus in Lyon zou verschijnen.
    3 - Gaston van Orléans hield zich aanvankelijk schuil in Aigueperse nabij Villefranche-sur-Saône. Hier schreef hij op 7 juli een brief waarin hij zich bij Richelieu verontschuldigde voor zijn politieke misstap (Lettres Richelieu VII, p. 29-30). In de daaropvolgende dagen zocht ‘Monsieur’ een beter heenkomen in Annecy (Lettres Richelieu VII, p. 24-30).
    4 - Maria de' Medici was op 3 juli in Keulen overleden. Haar stoffelijk overschot moest overgebracht worden naar Saint-Denis (Lettres Richelieu VII, p. 36-39 en p. 43-49).
    5 - Hercule de Rohan (1568-1654), hertog van Montbazon, gouverneur van Parijs (Tallemant des Réaux II, p. 221-222 en p. 1087).
    6 - In deze tijd verscheen in de Gazette 1642 veel nieuws over de krijgsverrichtingen van de Lotharingse gouverneur François de l'Hospital, sieur du Hallier, en zijn bondgenoten Jacques Rouxel de Médavy, graaf van Grancey, gouverneur Jean de Lambert, markies van Saint-Bris, en Paul Le Prévost, baron van Oysonville.
    7 - De Spaanse legeraanvoerder don Francisco de Melo had nabij Bergen in Henegouwen weer aansluiting gekregen met het leger van de Luxemburgse gouverneur Johan van Beck (Gazette 1642, no. 99, dd. 2 augustus 1642).
    8 - Philippe, graaf van La Mothe-Houdancourt, moest een Spaanse opmars naar Perpignan voorkomen. Te dien einde hield hij zijn troepenmacht bijeen in de omgeving van Montblanch en Vilafranca del Panadés.
    9 - De te laat opgezette reddingsactie van Diego Felipe de Guzmán, markies van Leganés, was gedoemd te mislukken (Sanabre, La acción de Francia en Cataluña, p. 211).
    10 - Ook de Gazette 1642, no. 99, dd. 2 augustus 1642, berichtte over de ordonnantie waarin de koning verlangde dat monsterrollen werden aangelegd van alle voor legerdienst beschikbare ‘huissiers et sergens des justices royales’.
    11 - Reigersberch was op bezoek bij zijn broer David van Reigersberch, rekenmeester van Zeeland.
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    [text]
    [text]
    [text]