351
Mijnheer,
Den coninck spreeckt hard van de gevangenen. Sij defenderen haer niet quaelijck. Den hertogh van Bouillon zal, zoo men zegt, gebracht werden te Lions, alwaer den cancellier van Vrancrijck zal gaen met eenige anderen om de examinatie ende confrontatie te doen.2 Ende om alle oproer te beletten gaen daer nae toe tweeduizent soldaten. 's Conincx broeder te Nizzy3 zijnde heeft zijne depositie wat verbreedt. De coninginne is bij den coning te Fontainebleau. Op den rouw van de coninginne-moeder werdt ordre gestelt4 ende men meent monsieur de Mombazon5 gaet om het lichaem te haelen.
Monsieur du Hallier heeft den twaelfden Iulii het casteel van Viviers, bij hem becomen, gedemolieert ende 's anderendaeghs Dieuse gebracht tot acord ende bezet met garnisoen, zonder dat hertogh Carel zich heeft vertoont bij gebreck van volck ofte van vivres.6 Melos ende Beck maecken gelaet van Catelet te willen belegeren,7 waerom den grave van Harcourt zich hout bij Guise, alwaer oock comen zal den grave de Guiche.
Die van Perpignan hebben vremde voorslagen gedaen, willende voor een langen tijd onderhouden zijn bij de Fransoisen ende dan, zoo geen secours en quame, haer overgeven. Hierover de conferentie zijnde gebroocken, hebben die van binnen eenige goede uitvallen gedaen. De vlooten zijn door de tempeesten verstroit geweest. Daernae hebben de Spaegnaerden willen tweeduizent Italianen aenzetten te Roses ende den marescal de Motte-Odincourt hetzelve beletten.8 Hiervan verwachten wij d'uitcomste, alsoock van het ontzet dat Leganes wil bij de hant nemen.9 Ende is de zaecke niet buiten vreze, zoo door d'absentie van den coning als door de groote diffidentie, die overal is in 't rijck.
2 Augusti 1642.
Monsieur de Harcourt is te Crecy. De Fransoisen hebben geslagen eenige van 't garnisoen van La Motte, eenige van Douai. 's Conincx broeder heeft zich van Nizzy geretireert in Swit-
352
zerlant om zeecker te zijn. Het derde paert van de sargeanten werde hier belast de wapenen te draegen, de twee andere derde paerten de costen te furneren.10Adres: Mijnheer/mijnheer van Reigersberg, raedt in den Hoogen Raede in Hollant, ten huise van mijnheer den reeckenmeester Reigersberg11 tot Middelburg. Port 13 s. En: 2 s.
Bovenaan de brief schreef Reigersberch: Broeder de Groot, den 2 Aug. 1642 uyt Paris.