Men meent den hertogh van Vendosme gaet nae Venetië.2 Een edelman Du Pré3 is gevangen, omdat hij denselven hertogh op sijn vertreck hadde gelogeert. De theologische disputen hebben te Amiens eenige moeiten veroorsaackt.4 Doctor Arnout, die bij de coniginne belast was te Romen te gaen, is niet te vinden;5 stelt sich ter judicatuire van de Sorbonne ende van de bisschoppen van Vrankrijck, die seer verlangen nae een synode nationael. Heraut, een jesuït,6 die veel saacken in cas de consciëntie die vremt gevon-
261
den wirden geleert hadde, is bij de jesuïten gedesadvoueert ende bij de coniginne belast niet meer te leeren ende te blijven in sijn collegie in bewaerder hand. Den cardinal heeft een guarde van 100 man.7De gedeputeerden van Vranckrijck en Vlaenderen sijn wedergegaen nae Perone om te claaren de wisselinge van de gevangenen,8 dewelcke hapert aen den vorst van Beyeren. Den handel met Spaegne continueert niettegenstaende het oorlogh,9 soodat wt Spaegne tot Sint Malo is gearriveert tot de waerde van 2 millioenen, te Roaen tot een millioen. Eenige van de gevangene capiteinen sijn wt Beyeren ontvlucht;10 werd getwijfelt of men die behoeft weder te senden. Die van Lutsenburg hebben geslagen een convoy coomende van Verdun.11 De Spaignarden hoopen de eersten in 't velt te sijn in Catalogne.12 Den cardinal Biqui is te Romen om de vrede te doen teeckenen bij den paus;13 ondertussen hebben de Barbarins een aenslag gehad op Pigerols,14 meenende aldaer te vangen eenige senateurs van Venetië, 'twelck gemist is.
Uberlingen is op het wtterste.15 Die van Hohentwiel hebben onlangs geslagen in 't gebiet van Zurich 100 ruiters gaende in dienst nae Venetië,16 in haet van den baron de
262
Coupet, die deselve hadde doen lichten, sijnde niet wel gewilt in Vranckrijck. Over dese violatie van jurisdictie doen die van Zurich groote clachten soo te Brisac als alhier.De coniginne van Engelant17 onder pretext van haer gesonthijt te vorderen soude gerne herrewaerts comen om hier te geleggen, maer is tot noch toe niet goetgevonden. Den hertoch van Bouillon handelt noch hier over recompence.18 Die van Tanger in Africa lijden grooten honger,19 sijnde beset met 2 galeyen, 4 galioenen wt Castille ende eenige schepen van Duinckercken. 't Schijnt dat den coning van Spaegne meent Lerida of Balagnera te belegeren.20
Bovenaan de copie staat: Paris, 26 Martii 1644.