eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Letter



    625

    6986. 1644 augustus 1. Van J. Oxenstierna.1

    Magnifice et generose domine,

    Nullus dubito, quin mentientium protervia etiam in Gallias evolet ibique vulgentur falsa quaedam de victoria Danorum in mari Balthico ad Femern.2 Germaniae et vicinis aliis tam audacter imponere tentant, ut etiam nuper Gluckstadii3 gaudia et victoriam explosione tormentorum publicaverint. Nos fisi causae et experientiae eorum qui rei maritimae apud nos praesunt, usque conticuimus dum certi quid de certamine constaret. Ante tres dies accepi literas domini campimareschalli Torstensonii,4 quae quia Suetico idiomate sunt scriptae, exemplum earum hic non subiungo; secretarii tamen eius Germanice exaratas5 hic addo.6 Ex iis liquet quomodo res sit gesta. Nulla nostrarum navium est capta, nulla abysso absorpta. Si quae, ut in tali casu fieri solet, damna aliqua acceperant, iam reparatae sunt. Dominus Flemmingius, ut vir est solertissimus et nauticae rei peritissimus, ita in hoc certamine fortitudinem et industriam suam ostendit; quinquies cum hoste congressus, tandem pugnae loco eum excussit ac cedere coegit. Et nisi nox, nubilum caelum et tempestas orta intervenissent, spes fuit maius detrimentum illatum fuisse Danis. Dominus Flemmingius incensa laterna sua, ceu victoriae indicio et ut suis praeluceret, totam noctem et sequentem etiam diem obiit aquas illas, investigaturus portum qui hostem excepisset; quod cum facere non posset, in Kilensem se cum classe recepit. Nunc in mare ivisse dicitur; an ut Oresundium petat, an porrecturus Theissio,7 qui ad promontorium Schagen cum altera classe esse dicitur, occasionem invicem commeandi per fretum Balthicum, adhuc incertum est.

    Dominus Torstensonius nunc Gallassio obviam it, haud dubie impediturus ne in Holsatiam eat ibique iungatur Danis.8 Königsmarchius dicitur recuperasse Langvedel in

    626

    episcopatu Bremensi.9 De Ragozio prospera omnia habemus.10

    Deus fortunet sacrae regiae Maiestatis arma et largiatur in his bellorum difficultatibus sacrae [regiae] Maiestati victoriarum trophaea,

    Magnificentiae vestrae ad amica officia paratissimus,
    Johannes Oxenstierna A[xels]son m.pa.

    Osnabrugae, die 22 Iulii, stylo vetere, anno 1644.

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 23 Aug.[?]

    De minuut te Stockholm heeft in dorso: Osnabrugae, die 22 Iulii anno 1644. Ad dominum legatum Grotium, etc. J.O.A.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 19, 5. Oorspr. Eigenh. ondertek. Minuut Stockholm, RA, E 915, coll. J.A. Oxenstierna ser. A II, Koncept G. Beantw. d. no. 7011.
    2 - Zie no. 6985. In de Gazette 1644, no. 92, dd. 6 augustus 1644, verscheen evenwel een neutraal bericht over de zeeslag in ‘de Colberger Heyde’ (de wateren in de Hohwachter Bucht).
    3 - Soldaten van het Deense garnizoen te Glückstadt ontstaken vreugdevuren naar aanleiding van het bericht dat koning Christiaan IV de Zweedse vloot op de vlucht had gejaagd (Kernkamp, De sleutels van de Sont, p. 308-311; Doc. Boh. VII, p. 118 no. 328, en Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 278).
    4 - De Zweedse admiraal Klas Fleming werd in de haven van Christianspries opgewacht door veldmaarschalk Lennart Torstensson.
    5 - De brief van de Zweedse opperbevelhebber Lennart Torstensson aan de gevolmachtigden te Osnabrück kon op 31 juli, in een Duitse vertaling, worden getoond aan de heer Malpierre, zoon van de Franse resident Claude de Salles, baron van Rorté (Acta pacis Westphalicae; Die Französischen Korrespondenzen I, p. 412).
    6 - Het afschrift ontbreekt.
    7 - Op 14 juli had admiraal Maerten Thijssen de zeilen laten hijsen van de tweede hulpvloot van Louis de Geer. Met 30 schepen zette hij koers naar het Skagerrak. Na het ronden van de kaap van Skagen zocht de Zeeuwse Zweed verbinding met het smaldeel dat admiraal Peter Blumme (Blomme), bevelhebber van de Zweedse vlootbasis in Stralsund (SBL V, p. 76-77), te Ålborg voor anker had laten gaan (‘Brieven van Louis de Geer’, in BMHG 29(1908), p. 271-274, en Kernkamp, De sleutels van de Sont, p. 98-99).
    8 - Na de capitulatie van het Zweedse garnizoen van Boizenburg vervolgde het keizerlijke expeditieleger van Matthias, graaf Gallas, zijn mars naar het hertogdom Holstein. Op 1 augustus hield de graaf een wapenschouw in Bad Oldesloe: 1500 cavaleristen en 6000 infanteristen hadden zich present gemeld (Doc. Boh. VII, p. 122 no. 342 en p. 123 no. 346; Fridericia, Danmarks ydre politiske historie II, p. 401-403).
    9 - Het Zweedse expeditieleger van generaal-majoor Hans Christoph, graaf van Königsmarck, trok op 12 juli langs de pas bij Langwedel (ten noorden van Verden). De volgende dag stond het al voor de aartsbisschoppelijke residentie Bremervörde (Doc. Boh. VII, p. 117 no. 325).
    10 - De Zevenburgse commissaris Jacob Rebenstock hield de Zweden regelmatig op de hoogte van de strijd van de Zevenburgse vorst György I Rákóczi tegen de keizerlijken van Johann, graaf van Götz(en) (Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 402).
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    [text]
    [text]
    [text]