eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Letter



    619. 1621 Maart 6. Aan Nic. van Reigersberch1.

    Mon frere.

    Ick heb op U.E. vermaninghe wat ingestelt tot vertroosting van den heer van Maurier2. Misschyen, had ick geweest daer ick keur van boucken hadde gehadt ende 't gunt vorder tot de studiën vereyscht werd, het zoude wat beter gevallen hebben. Wilt het ten besten excuseren ende geven gesloten off open nae U.E. goedduncken.

    Wy verstaen dat Deventer3 zeyt dat hy de compagnie heeft gecregen meest door hulp van den heer van Somelsdijck4; dat hy, Deventer, oock met den Griffier Aerssen5 heeft gesproocken, om yet te beleyden t'onsen naedeel. Houdt in alles goede wacht. Wy zijn wel te pas ende God zy gelooft oock wel gerust, verwachtende van hem onze verlossinge. Vaert wel, den VI Martii XVIcXXI.

    U.E. dienstwillige broeder
    H. de Groot.

    Adres: E. Hooggeleerde wize zeer voorzienige Mr. Nicolaas Reigersbergh Advocaat voor den Hove van Holland in 's Gravenhage.

    Notes



    1 - Hs. U.B. Leiden, cod. Pap. 2. Gedrukt Vollenhoven, Broeders gevangenisse p. 271.
    2 - No. 618.
    3 - Prouning, zie p. 34 n. 1.
    4 - François van Aerssen, heer van Sommelsdijk.
    5 - Cornelis van Aerssen, griffier van de Staten-Generaal.
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    [text]
    [text]
    [text]