Mijnheere,
Alhier is men noch beesigh met het examineren van de geleitsbrieven, ende schijnt
149
dat men met die den coning van Spaegnie selfs onderschreven heeft, sich wel sal connen laeten begnoegen.2 Van des coniginne aencomste in Engelant en hooren wij noch niet seeckers.3 Ondertussen is men bevreest dat de haven van Nieucastle met parlementsschepen soude mogen beset wesen ende sij daerdoor genoodicht werden wederom terugge te comen.Men stroeyt hier wt dat op de Brasilische custen eene rencontre tussen de Portugisen ende de Hollanders soude voorgeloopen sijn,4 ende de Hollanders daerinne schade geleden hebben. Mede word gesegt dat den coning van Spaegnie eenige schepen wt Duinkercken aen den coning van Polen laet toecomen om die van Dansick daermede tot sijnen wille te brengen, welcke schepen de coning van Dennemarcken door conniventie5 soude door de Sond laeten passeren, gelijck dan bericht werd dat al eenige daervan souden gepasseert sijn.
De ceur-Ceulsche alhier liggende commissarii hebben voor weinig dagen een geschrift aen de heeren Staten-Generael overgegeven. Den inhout daervan is mij noch onbekent;6 sooveel ick verneme souden sij om afscheit en resolutie aenhouden, 'twelck haer niet sal geweigert werden, hoewel sij sich laeten verluiden dat sij nae ontfangene bescheed evenwel hier souden moeten verblijven, also sij van den churvorst van Brandenburg brieven en commissie sijn verwachtende.7
De lang voorgenomene reductie in de militie heeft nu bij de provintie van Hollant haeren effect genomen,8 ende schijnt bij verre nae niet soo voordeelachtich te wesen als men sich hadde ingebeeldt ende soude het aen de voorschreven provintie meer niet als ontrent 700000 guldens jaerlijcx baeten, ende also Hollant meer als de halve repartitie op sich heeft, can men licht afnemen hoeveel het in alles ontrent sal profiteren.
Wij en hebben noch geene tijdinge dat Frijburg over is, maer wel dat se in de wtterste noot sijn.9 De nederlage de Wijmerschen geleden door Jan de Weert en bevint sich soo groot niet als men wel geroepen heeft, maer schijnt ter contrari weinig op sich te hebben.10
Ick verblijve, mijnheere,
u. Exc.tie dienstwilligste.
Hage, den 9 Martii 1643.
150
Met dese posto hebbe brieven van u. Exc.tie gehad. Die met den voorgaenden sullen aparent verlooren sijn, also ick doens van u. Exc.tie geene hebbe ontfangen.11
Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 17 Martii.