eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    6797. 1644 april 3. Van G. Keller.1

    Hochedler, gestrenger herr ambassadeur, hochgeneigter herr,

    Von newen haben wir anitzo wenig zugeben, vnndt bestehet fast alless allein darin, dass wir annoch der ankunfft I. Exc. dess herrn legat Oxenstirns erwarten.2 Die werden hoffentlich vbermorgen hier sein, vnndt ist bereits gestern der bagage ein groesser theill eingelangt. Vor ein paar tagen hat der Frantzösische resident alhier m[onsieu]r le baron de Rorté denen käyserl. gesandten die visite gegeben,3 welche ihn gestern nachmittag wieder besucht, vnndt fast zwo stunden bey ihm sich aufgehalten haben, wass aber zwischen ihnen vorgeloffen davon ist noch nichtess zuvernehmen. Zue Münster seind die erste reciproque visite zwischen denen käyserl., Frantzö[si]sche vnndt Spanischen ge-

    291

    sandten auch schon geschehen.4 Der eine Frantzösische aber m[onsieu]r Serwient ist noch nicht verhanden.5

    Der könig in Dennemarck hat geschrieben an Churcolln vnndt Pfaltz Newburg, vnndt begehret, die Westphalische macht zuesammen zu ziehen, mit der Niedersächssischen creisses trouppen zu coniungiren,6 vnndt ihm, wieder den allgemeinen feind - die Schweden - zuhulff zuschicken, oder doch zum wenigsten zu suchen den gen[eral] maior Königsmarck, welcher immerzu so sicher zu liegen pflegte, zu vertilgen. Wass er erhalten, wirdt hiernegst zu vernehmen sein.

    Vnterdessen bin ich, vndt bleibe stäts,

    Ew. Excell. gehorsambster diener,
    G. Keller m.pa.

    Ossnab[rück], den 24. Martii anno 1644.

     

    Des herrn ambass[adeur] Salvii Exc. seind nun in 8 tage gar kranck zu bett gelegen.7

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 26 April.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 12, 96. Eigenh. ondertek. Georg Keller was secretaris van de Zweedse gevolmachtigde Johan Adler Salvius.
    2 - De Zweedse gevolmachtigde Johan Oxenstierna liet op 26 maart/5 april zijn tijdelijke residentie in Minden achter zich. De volgende dag verschenen hij en zijn echtgenote Anna Margaretha Sture in Osnabrück.
    3 - Claude de Salles, baron van Rorté, Frans resident te Osnabrück, legde op 28 maart zijn eerste visite af bij de keizerlijke gevolmachtigden Johann Weichard, graaf van Auersperg, en Johann Baptist Krane. De keizerlijken maakten op 2 april bij de baron hun opwachting (Acta pacis Westphalicae; Die kaiserlichen Korrespondenzen I, p. 325 en p. 327).
    4 - In Munster hadden de keizerlijke gevolmachtigden Johann Ludwig, graaf van Nassau-Hadamar, en dr. Isaac Volmar, alsmede de Spaanse gevolmachtigden don Diego de Saavedra y Fajardo, don Lope Zapata, graaf van Walter, en Antoine Brun, in de week vóór Pasen (27 maart) hun respect betuigd aan de Franse gevolmachtigde Claude de Mesmes, graaf van Avaux (Acta pacis Westphalicae; Die Französischen Korrespondenzen I, p. 22-26).
    5 - Abel Servien, de tweede Franse gevolmachtigde, vertoonde zich op 5 april in Munster. Hij werd opgewacht door de graaf van Avaux en de rijtuigen van de andere delegaties (Acta pacis Westphalicae; Diarium Volmar I, p. 101, en Die Französischen Korrespondenzen I, p. 49-50 en p. 68-71).
    6 - Koning Christiaan IV van Denemarken had de keurvorst-aartsbisschop Ferdinand van Keulen en Wolfgang Wilhelm van Palts-Neuburg, hertog van Gulik en Berg, om militaire bijstand van het Westfaals defensieverbond verzocht. Op het tijdstip van deze noodkreten (januari 1644) maakte het expeditieleger van de Zweedse generaal-majoor Hans Christoph, graaf van Königsmarck, zich in de omgeving van Verden gereed voor een inval in het aartsbisdom Bremen (Fridericia, Danmarks ydre politiske historie II, p. 390-391).
    7 - De Zweedse gevolmachtigde Johan Adler Salvius bleef de gehele maand april bedlegerig (Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 199-202 en p. 211).