eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Letter



    5919. 1642 oktober 17. Aan N. van Reigersberch.1

    Mijnheer,

    Uwer Ed. twee brieven van den 29 September ende 6 October2 zijn mij beide op eenen tijd, te weten den 14 October, ter hande gecomen. Bedancke uwer Ed. voor de tijdingen. Ende omdat uwe Ed. wel zegt dat alles in deze tijd de penne quaelijck can werden vertrouwt, zoo zal ick mijne redenen van het uitgeven van de twee Fransche brieven3 spaeren tot onze t'zamenspraecke, biddende uwe Ed. gelijck ick voor dezen heb gedaen een bequaemen tijd te willen nemen om ons te bezoucken.4 Middelertijd zal d'heer van Zulichem zyn dat grooter ende wijzer personen als hij mij houden ‘pour un honnest homme’5 ende monsieur Rivet dat men van mij met geen apparentie en can zeggen 'tgunt eenige van hem zeggen, dat hij niet als

    474

    proffijt en zoect met zijne religie.6 Wat aengaet de propoosten gehouden bij den ambassadeur van Polen, ick mercke dat uEd. die niet zoo wel en hebt onthouden als die staen in uEd. brief aen mij op dat stuck geschreven,7 die oock ter noot zal te passe comen, bijzonder tegen monsieur Rivet, die zoo fraei mijne brieven, die aen hem niet en zijn geschreven, weet te becomen ende uit te geven.8

    Den 17 October 1642.

    In dorso schreef Reigersberch: Broeder de Groot, den 17 Octob. 1642 uyt Paris. Warom den brieff van sijne Hoocheyt is uytgegeven.

    Notes



    1 - Hs. Amsterdam, UB, coll. RK, H 29d. Eigenh. oorspr. Niet ondertek.
    2 - De brief van 30 juni (no. 5770) is de laatst bekende brief van Nicolaes van Reigersberch uit het jaar 1642.
    3 - Grotius had in zijn Votum pro pace ecclesiastica (BG no. 1183) twee aan hem gerichte brieven opgenomen. Over de brief van zegelbewaarder Guillaume du Vair, bisschop van Lisieux, dd. 13 juni 1621 (no. 654 (dl, II)), maakte niemand zich druk. De andere brief, die van Frederik Hendrik dd. 4 augustus 1622 (no. 776 (dl. II)), riep bij de één verbazing, bij de ander - zoals bij Nicolaes van Reigersberch - alleen maar ergernis op.
    4 - De ergernis van haar broer ging ook Maria van Reigersberch ter harte. Zij schreef Nicolaes van Reigersberch op 25 oktober 1642 een lange brief over deze zaak (Rogge, Brieven van en aan Maria van Reigersberch, Leiden 1902, no. LXXV (p. 243-246)).
    5 - Grotius' reactie op de brief van Santra Salebrosus (pseudoniem voor Constantijn Huygens, heer van Zuylichem) van 22 juni 1642, no. 5761.
    6 - André Rivet, tegen wiens Examen animadversionum Hugonis Grotii (BG no. 1180) het Votum pro pace ecclesiastica (BG no. 1183) was geschreven.
    7 - Reigersberch was in 1637 getuige geweest van een gedachtenwisseling tussen de Haagse hofpredikant Rivet en de Poolse ambassadeur Andreas Rey over Grotius' godsdienstige opvattingen. Van dit onderhoud bracht hij op 1 december 1637 verslag uit aan zijn zwager. Onder meer meldde Reigersberch in zijn relaas: ‘het gesprek in 't vervolg gevallen zijnde op de Remonstranten en Socinianen, zoo zeide de heer Rivet, dat eenigen meenden de Groot te hellen naar de Socinianen ...’; vgl. no. 3366 (dl. VIII), tekst naar Brandt-Cattenb., Leven II, p. 131.
    8 - Grotius' brief aan Nicolaes van Reigersberch van [juni] 1608 (no. 137 (dl. I)), die in 1642 door Rivet was opgenomen in zijn Hugonis Grotii in Consultationem Cassandri annotata. Cum necessariis animadversionibus Andreae Riveti ... (BG no. 1172).
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    [text]
    [text]
    [text]