eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Letter



    514

    5951. 1642 november 10. Van G. van Vreelandt.1

    Doorluchtige hooghgeleerde heere,

    Voor eenighe weecken hebbe ick aen u. Exc. geschreven2 ende zijnen goeden raed versocht tot mijne gerustheyd in saecken van den godsdienst. Ende omdat ick niet wete d'oorsaeck waerom u. Exc. niet gelieft heeft te antwoorden, soo krijge ick sooveel te grooter redenen daerom aen te houden als mijne bekommeringh vermeerdert. U. Exc.es Votum pro pace ecclesiastica3 hebbe ick geerne gelesen ende ben daeruyt niet weynich gesticht ende wensche dattet yemand soowel metterdaed als u. Exc. metter penne uytvoeren kon, dat veele godsvruchtige harten soude verblijden.

    Wat den Duytschen trompetter voor een praeter is, heeft u. Exc.es zoon nu desen avond gehoort ende sal 't oock wel schrijven.4 Ick haete niet alleen sulke leugenaers, maer alle de verwarringen die uyt soodaenige geesten voortkomen.

    Mij jammert der gescheurde christenheyd ende dat de liefde in veelen verkout, in veelen uytgebluscht is. De kennisse van den waeren godsdienst hebbe ick altijd met afkeer van partijdicheyd gesocht, maer noyt gedacht de roomsche kercke soo nae te komen. Ende hoewel ick daegelijcx minnelijck gebeeden ende ernstich aengesocht werde om door 't doopsel een intreede in deselve te doen, soo kan ick nochtans niet kiesen noch deylen, alleen uyt vreese van den rechten wegh te missen. Deese zorge is 't die mij dickwils de dagh- en nachtrust belet. Ende andermael segge ick u. Exc. dat deese mijne strijd aen 't eynde van 't achtste boeck der Belijdenissen van Augustinus geschreven staet;5 't gelieve u. Exc. die eens te herlesen ende indien u. Exc. soodanigh' een aengevochtene, behoudens christelijcke liefde, troost ende raed kan onthouden, soo houde ick mij aen de eygene woorden van u. Exc., die onlanghs - dit las ick met vreugde - verklaert heeft oock aen een heydensch mensch te sullen antwoorden.6

    Hiermede sal ick eyndigen ende bidden dat God u. Exc. behoede ende zegene, die weet dat ick ben ende blijve,

    uwer Exc. ootmoedige dienaer ende verplichte leerlingh,
    Geeraerd van Vreelandt.

    In Amsterdam, den 10 November 1642.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 22. Eigenh. oorspr.
    2 - Deze brief was de derde brief die ‘Geraerd van Vreelandt’ schreef; vgl. nos. 5838 en 5890. Ook deze brief bleef onbeantwoord. Zie voor Grotius' mening in deze zaak, no. 5961.
    3 - Vermoedelijk de Parijse editie van het Votum pro pace ecclesiastica (BG no. 1183).
    4 - Hoe kon de onbekende ‘Amsterdammer’ weten dat Pieter de Groot dezelfde week - vermoedelijk vanuit Den Haag (vgl. no. 5949) - zijn vader ging inlichten over hetgeen hij te weten was gekomen over de ‘trompetter’ Johann Seyffart?
    5 - Augustinus, Confessiones VIII, 12, 28-30 (ed. Corpus Christianorum, Series Latina XXVII, p. 130-132).
    6 - De passage wordt in Grotius' Opera omnia theologica (BG no. 919) aangetroffen in deel III, p. 654 r. 20B: ‘Ego vero etiam pagano homini ad me scribenti non negaturus fueram tam vulgare humanitatis officium, quod et Libanio saepe exhibuit Basilius’.
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    [text]
    [text]
    [text]