eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Letter



    5980. [1642 begin december]. Aan [W.] van der Goes.1

    Je me resjouis de ce que mon dernier livre2 avecq les accessions est leu et approuvé par ceux qui desirent la reunion des chrestiens, chose grandement redoutée par ceux qui ont beu beaucoup du calice de Calvin. Dieu veuille exciter de bonnes pensées en ceux lesquels il appelle au gouvernement de l'eglise ou des royaumes.

    548

    Monsieur Rivet avoit orné son livre par les tesmoignages des synodes.3 Je n'avois pas de tels tesmoignages, mais bien d'un grand nombre de personnages de qualité tant avant qu'après mon desastre en Hollande. Je me suis contenté d'en mettre deux seulement, mais de grand prix à cause de l'authorité que son Altesse a selon ses merites en Hollande et de la memoire du feu guarde de sceaux du Vair grandement reverée en France.4

    Je vous prieray de faire mes recommandations à mes amis et demeure, monsieur,

    vostre serviteur.

    Bovenaan de copie staat: M. Vergoes.

    Notes



    1 - Kladafschrift in copieboek Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 3, p. 112. Willem van der Goes (1613-1688), telg uit een katholieke familie van advocaten, studeerde in 1631 rechten te Leiden en maakte vervolgens een ‘tour’ door Europa. In 1640-1641 hielp hij Grotius bij het laten verschijnen van diens werken in de Republiek. In 1653 raakte hij betrokken bij een vechtpartij waarbij hij zijn belager dodelijk verwondde. Het gevolg was dat Van der Goes in 1654 uit de Republiek verbannen werd. Jarenlang leefde hij als ambteloos burger in Wenen. In 1673 kreeg hij toestemming naar het vaderland terug te keren (NNBW VIII, kol. 616-620).
    2 - Het Votum pro pace ecclesiastica (BG no. 1183 of mogelijk BG no. 1184). Zie voor de uitgaven, nos. 5959 en 5981.
    3 - André Rivet had in zijn Examen animadversionum Hugonis Grotii (BG no. 1180) een aantal uittreksels uit Franse synodebrieven 1620-1637 opgenomen. Deze ‘testimonia’ werden op p. 160-167 ingeleid met de opmerking: ‘Quid de me senserint, et sentiant reformatae Galliarum ecclesiae, ex sequentibus testimoniis lectori constabit, ne unius calumniatoris mendacio motus sinistri aliquid de me suscipetur’.
    4 - Zijn Votum sloot Grotius af met twee aan hem gerichte brieven, te weten een brief van zegelbewaarder Guillaume du Vair, bisschop van Lisieux, dd. 13 juni 1621 (no. 654 (dl. II)) en een brief van Frederik Hendrik dd. 4 augustus 1622 (no. 776 (dl. II)).
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    [text]
    [text]
    [text]