eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    182

    212. 1611 Aug. 27. Aan Maria van Reigersberch1.

    Alderlyefste. Ick en heb nyet connen naelaeten de eerste gelegentheyt waer te nemen, om aen U L. te schryven ende deselve ons wedervaeren te doen verstaen, 't welck is dat wy op den dagh van ons vertreck tot Amsterdam zijn gearriveert, ende alsoo de windt van daer nyet dyenen en wilde, zijn's anderendaegs gereyst op Enkhuysen door Purmerendt ende Hoorn, hebbende eerst de Beemster zyen genoechsaem heel droogh leggen2. Op Donderdagh zijn wy van Enkhuysen dwersch over de Zuyderzee gevaren ende tot Staveren aengecomen end op Vrijdagh, 't welck was gisteren, zijn wy van daer op Sneeck gevaren door de meeren ende eyntelijck gecomen alhyer tot Leeuwaerden. Wy hadden verhoopt onse reys terstont te vorderen, maer de besogne, dye de andere heeren met dye van Vrieslant hebben te doen, sal ons ophouden noch margen ende overmorgen, sulcx dat wy reeckeninge maecken op Dynxdagh nae Groeningen ende soe voorts nae Delffzijl ende Emden te vertrecken, alwaer de andere gecommitteerde rechters, eenighe over acht daghen, eenige over veerthyen dagen, ons hebben verwacht. Het verdryet my, dat wy soo langsaeme aen 't werck comen, 't welck my zeer te onpasse comt. Wy hebben doorgaens in Vrieslant quaedt tractement gehadt, doch 't selve is op huyden gerecompenseert met een goede maeltijdt van Graeff Willem3, dye ons hadde genoot. Ick meen, dat de besogne tot Emden sal worden geleyt, om de commoditeyt van logement ende tractement. Soo daer yet sonderlings voercomt, wilt my adverteren. Ick sal nyet naelaeten alle occasie waer te nemen, om aen U L. te schryven ende alsoo u te verlichten van de onlust van myne absentie. Schrijft

    183

    ook, als ghy gelegentheyt hebt, off ghy ergens verreyst ende waer. Ick meen den Manendagh alleen te reysen nae Franicker, om d'Universiteyt te bezyen, terwijl d'andere heren met de harde Vryesen besigh zijn. Hyermede, Alderlyefste, sal ick Godt bidden U L. te houden in zyne protectie ende ons te vergunnen, dat wy malcander wederzyen met vreuchde.

    Te Franicker geweest zijnde, hoop ick aen ons broeder te schryven, dyen ghy hartelyck sult groeten.

    U L. altijdt getrouwe
    H. de Groot.

    Den XXVII Augusti XVIcXI.

    Adres: Eerbaire deuchdsaeme Maria Reigersbergh, huysvrouw van Mr. Hugo de Groot, advocaet fiscael van Hollant, in Den Hage.

    Notes



    1 - Hs. Bayr. Staatsbibl. München, cod. Camer. 4, 39.
    Graaf Enno van Oost-Friesland lag voortdurend overhoop met de Stenden, speciaal met de stad Emden. Reeds van ± 1594 af hadden de Staten-Generaal zich daarmede bemoeid en meer dan eens een vergelijk bevorderd. Maar in 1609 ontbrandde de twist opnieuw. Op uitnoodiging van de Staten kwamen afgevaardigden van beide partijen in Den Haag bijeen, en toen dit niet tot een resultaat leidde, zonden de Staten in Mei 1611 zeven gemachtigden naar Oost-Friesland. Door hun bemoeiingen kwam het op den Landdag te Oosterhuizen tot een vergelijk, dat 21 Mei 1611 ouden stijl werd afgekondigd: het z.g. ‘Oisterhusische Accordt’. Zie: ‘Recesz und accord buch, Das ist, Zusamen verfassung aller ordnung, decreten, resolution, recessen, accorden und verträgen, So zwischen weilandt .... Herrn Edzardten .... Und den dreyen Stendten .... zu underschiedlichen zeiten uffgericht und publiciert worden’ (Embden 1612) p. 301 vv. Verder Wagenaar, 13; Knuttel Pamflet 1828.
    In art. 72 vv. van dit Accoord was bepaald, dat, aangezien de vele differenten over de ‘Beherdischeit’ niet beslecht hadden kunnen worden, zeven personen, woonachtig buiten het Graafschap, tegen 8 Augustus nieuwen stijl in Oost-Friesland zouden samenkomen, om als ‘goede mannen’ de ‘differenten aff te handelen en te termineren’. Drie van hen zouden door de Staten-Generaal, twee door Graaf Enno en de Ridderschap, twee door den derden of Huysmansstand benoemd worden. Het waren Dr. Johan Biel, Bartholt Cromhout, oud-burgemeester van Amsterdam, Jhr. Willem Borre van Amerongen tot Sandenburg vanwege de Staten-Generaal, Dr. Peter Runnia, Raadsheer in het Hof van Friesland, en Hugo de Groot, vanwege Graaf en Ridderschap; Dr. Gellius Hillama en Dr. Johannes Saeckma, Raadsheeren in het Hof van Friesland van wege den derden stand. Zij gaven 28 Sept. 1611 te Emden hun ‘Wtspraeck ende Resolutie op 't stuck van de Beherdischeit’. Zie: ‘Bericht undt Abdruck vorgelauffener handlung und verabscheidungen zwischen .... Herrn Ennen .... undt Denen von der Ritterschaft, wie auch Stadt Embden ....’ (Norden 1620) p. 223.
    De reis is blijkens bovenstaanden brief Maandag 22 Augustus begonnen.
    2 - De belangstelling voor de drooglegging van de Beemster is begrijpelijker, als men weet dat Nic. Cromhout er bij betrokken was; zie p. 155 n. 2.
    3 - Willem Lodewijk van Nassau, de stadhouder van Friesland, Groningen en Drente.