eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    2613. 1636 mei 30. Aan N. van Reigersberch1.

    Mijn Heer,

    Ick ontfang gisteren uE. brief van den 4 Mey, huiden die van den 172, ende verstae daeruit garen alle particulariteiten.

    Wat Seldeni boeck3 aengaet, ick heb onder mij verscheide dingen daertoe dienende, die een ander niet soo licht in de handt sullen comen. Maer sal die bij mij houden, immers voor dese tijdt, siende, hoe ick bejegent werde bij deghenen, daer ick sooveel ende soo getrouwelijck voor heb gearbeit. Ick hoop de naecomelingen mijne actiën ende schriften met meerder danckbaerheit sullen erkennen. Ende voor die can ick sien, off ick iet gereedt maecke, dat ick voor de tegenwoordige nae alle reden niet en behoor te doen, om niet met mij te laeten spotten.

    Wat de saeck van Rotterdam4 aengaet, 't laeste vierendeel gage is betaelt den vijfden September 1618, weinigh nae mijne gevanckenisse. De gagie verstae ick, dat mij comt, totdat ick aen de Staten van Hollant geschreven heb mij in de Sweedschen dienst te hebben begeven; is ontrent drie maenden minder als sestien jaeren. Boven de gagie, soo is de schade, die ick vorder geleden heb, door den dienst van de stadt niet bij exaggeratie, maer inderdaet soo groot als uE. weet ende alle equitable personen licht connen afnemen.

    Daer is wat aen gelegen, wie hier de ambassade sal becomen. 't Geeft mij wonder, dat Aelianus5 mij niet en schrijft nochte ordre stelt op de overgesonden

    178

    memorie van gagie ende reeckening van verschot; uE. gelieve hem te vermaenen. Dit gestadigh verschot valt mij te lastigh ende onlustig. Ick moet eens op een effen baen gestelt werden om weder van nieus, soo hier ofte daer te reisen valt, gelijck wel apparentie is, te mogen doen, dat de eer vereischt.

    De tijdingen van Brasyl behagen mij wel. Nopende Claudius6 heb ick over lang gehadt gelijcke consideratiën.

    Ick heb aen uE. weeckelijck geschreven. Weet niet, off eenige faute is geweest in het bestellen.

    Wilt Fabius7 van mijnentwege bedancken ende van mijnen dienst verseeckeren.

    Van de plaetsen, die tot vrede werden voorgeslagen, is Colen buiten twijffel d'apparenste.

    Den hertogh van Bouillon8 is met den coning9 te misse geweest.

    Den hertogh van Weimar10 ende den cardinal de la Valette11 sijn wat te laet vertrocken, naedat Coblenz verloren was. Voor Hermestein ende oock van Hagenouw werdt gevreest. Ende Colmar is niet in den besten staet.

    Den Turc12 sal apparentelijck met het Persische oorlogh, Rewan by de Persianen belegert sijnde, genoech te doen vinden ende de christenen laten alleen haer seer bewinden.

    Onlancx was hier uytgegaen een boecxken geïntituleert, Le Nonce Fransois'13 inhoudende eenige dreigementen aen den paus14. Daer is soo groote instantie tegen gedaen, dat niet alleen het boeck is op de Grève bij sententie verbrandt, maer oock den drucker, soo men hem vint, gecondemneert gegeeselt te werden.

    Ick verstae uit die van de religie, dat ontrent 15000 puritainen in West-Indië met aesyl van Nieu-Nederlant sijn gaen woonen. Soo uE. daer eenige particulariteiten van weet, sal blijde sijn deselve te verstaen.

    Den hertogh van Savoye15 doet niet dan sijn eigen saecken. Den hertogh van Rohan16 schrijft om broot. Vier duisent Duitschen passeren de bergen.

    't Volck van den hertogh van Weimar ververscht haer wat in de Fransche Comté. Den cardinael de la Valette gaet, soo ick meen, nae den Elsas. Den prins van Condé17 bewaert Bourgogne, den graef van Soissons18 Champagne, elck met tien off twaelff duisent man. Ende men ontbiet wederom op den ban voor 't

    179

    eerst van Normandië, daernae van andere provinciën. Men vindt daertoe weinigh lust, ende wij hooren van eenigh remuement in Bretaigne.

    UE. gelieve met mijn broeder de Groot19 te arbeiden, dat mijne boecken ende papieren, die ick tot van Driel20 heb gehadt, mij, als reden is, gewerden mogen.

    Ick wilde wel weten, off Cunaeus21 sich excuseert tegen Seldenum te schrijven ende waerop d'heer Basius22 ende den advocaet Graswinckel23 hebben aen mij geschreven om hulp tegen Seldenum. Ick heb haer dese mael niet geantwoord. Sal hiernae eene beleefde excuse schrijven. UE. gelieve op alles wel te letten ende ons wederom bij alle gelegentheit te gebruicken.

    Tot Parijs, den 30 Mey n.st. 1636.

     

    Ick wilde wel weten, off nu iemant is te Amsterdam, aen denwelcke ick mijne pacquetten can bestellen. Bij gebreck van anderen heb ick sedert eenigen tijdt neef Hertoghvelt24 de moeite aengedaen.

     

    Den graef van Hanau25 gaet met mij in groot vertrouwen.

     

    Soo uE. can verstaen wat opinie men daer heeft van de Lelieman26, die hier is, hoop sal connen dienen. Den nieuwen27 is te Rouaen.

     

    Wij verstaen 't leger van den prins van Condé is ingevallen in de Fransche Conté.

     

    Manlius28 heeft het geruchte laeten gaen, dat hij nae Eusebius29 is off Vindex30, andere seggen nae Orléans. Hij is acht dagen wech geweest. Heeft een Sonnedagh audiëntie gehadt te Fontainebleau; waer hij nu is, weet men niet, maer een van sijne bekende twijffelt ende meent, dat het is een pretext, maer dat hij bedect is gegaen bij Aristoteles31, om daer te remueren. Ende sal buyten twijffel van wegen Vindex sterckelijck werden geappuyeert. Mea nihil interest. Οὐ φϱοντὶς Ἱπποϰλείδῃ32. (Floc)cum non interduim33.

    180

    Adres met andere hand: Mijn heer Mijn heer Reigersberg, raet in den Hogen Raet in Hollant, In Den Hage.

    In dorso schreef Van Reigersberch: broeder de Groot. Wt Paris. Den 30 Mey 1636.

    Notes



    1 - Hs. Amsterdam, UB., coll. RK., R 2 e. Eigenh. oorspr. Niet ondertek. Gedeelt. gedrukt Brandt-Cattenb., Leven II, p. 66.
    2 - Beide brieven ontbreken.
    3 - Over John Selden en zijn Mare clausum zie V, p. 515 nn. 7, 8 en 9. Over de beantwoording van dit boek door Theod. Graswinckel zie men no. 2588, p. 143 en n. 2 aldaar.
    4 - Het betreft de pogingen door Grotius en namens hem ondernomen om zijn achterstallige salaris als pensionaris van Rotterdam alsnog uitbetaald te krijgen.
    5 - Schuilnaam voor Petter Spiring Silvercrona, raad van financiën van Zweden.
    6 - Codenaam voor Polen; Van Reigersberch heeft de naam erboven geschreven.
    7 - Schuilnaam voor Simon van Beaumont, Grotius' opvolger als pensionaris van Rotterdam.
    8 - Frédéric Maurice de La Tour d'Auvergne, hertog van Bouillon; over zijn overgang tot het katholicisme zie o.a. VI no. 2322, p. 295 n. 16.
    9 - Lodewijk XIII van Frankrijk.
    10 - Bernhard, hertog van Saksen-Weimar.
    11 - Louis de Nogaret d'Epernon de La Valette.
    12 - Sultan Murád (Amurath IV).
    13 - Zie hiervoor no. 2611, p. 174 n. 11.
    14 - Urbanus VIII.
    15 - Vittorio Amedeo.
    16 - Henri, hertog van Rohan, luitenant-generaal van de Franse troepen in Graubünden en de Veltlin.
    17 - Henri de Bourbon, prins van Condé.
    18 - Louis de Bourbon, graaf van Soissons.
    19 - Willem de Groot.
    20 - Dat zal Cornelis Claesz. van Driel geweest zijn; zie over hem IV, p. 468. n 3.
    21 - Petrus Cunaeus; zie VI no. 2179, p. 81 en n. 10 aldaar.
    22 - Rekenmeester mr. Johan Basius; zijn brief aan Grotius is niet bewaard gebleven.
    23 - No. 2588.
    24 - Wellicht dr. Jan van Hartoghvelt; zie V, p. 235 n. 4.
    25 - Jakob, graaf van Hanau-Münzenberg.
    26 - Burggraaf John Scudamore, ordinarius ambassadeur van Engeland in Parijs; lelie is een codenaam voor Engeland.
    27 - Robert Sidney, graaf van Leicester.
    28 - Schuilnaam voor dr. Adriaen Reyniersz. Pauw; zie betreffende zijn gerekt verblijf in Parijs o.a. no. 2543, p. 70.
    29 - Schuilnaam voor De Richelieu. In de tekst is het woord ‘is’ abusievelijk vóór in plaats van achter ‘Eusebius’ ingevoegd.
    30 - Schuilnaam voor (de koning van) Frankrijk.
    31 - Codenaam voor Holland.
    32 - Herodotus VI, 129.
    33 - Plautus Rudens, 580: Eluastu an exunguare, ciccum non interduim, Id. Trinummus, 994: ceterum qui sis, qui non sis, floccum non interduim.