eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    6452. 1643 september 28. Van H. Appelboom.1

    Illustrissime et excellentissime domine legate, domine observandissime,

    Excellentiae vestrae placuisse literas meas animi potius in me benigni documentum quam ipsarum meritum interpretor. Devotioni vero meae non levis inde accessio facta, quod tanto viro studia mea qualiacunque grata sint, cui vel in minimo placere palmarium duxerim.

    Remittit iam rigor Danicus in perscrutandis Suedicis navibus. Rumor de legatorum e Dania in Suediam accessu languescit. Ituri proinde e Suedia illuc sub autumno creduntur qui in commune consulant.2 Legati Lusitani3 Holmiam ad 26 Augusti ingressi sunt. Ablegati landgravii Hesso-Darmstatini4 iam tum eo accesserant. Animus iis est, quantum palam erat, quae Fredericus landgravius Hesso-Casselanus super Marburgo5 prius quaesierat interpellare, qua in re actum forte acturi sunt. Illustrissimi regni cancellarius se ad aulam suam Tidön6 recepit, reversurus appetente comitiorum die.7 Sacrae regiae Maiestatis Suediae legati illustrissimi domini Oxenstierna et Salvius Mindam devenerant, parati Osnabruggam se conferre, ubi aliorum regnorum et rerumpublicarum legatos appropinquare constiterit. Regis Daniae legati, cum comitatu 103 capita,8 Osnabruggam intraverant. Sunt illi quatuor, videlicet Justus Höck, regni cancellarius, Georgius Krabbe, regni senator, cancellarius de Lippe, et dominus Langman. Unus ipsis aulae mareschallus, sex nobiles atrienses, 2 secretarii Germani, 2 doctores praeter caeteram turbam aulicam.9 De caesa-

    582

    rianis incertum est an qui ibi Osnabruggae adsunt comes Auersbergius et doctor Kranius sint ad hunc actum deputati.10 De aliis varii sparguntur rumores. Sancti Romanus11 Monasterio scribit ad illustrissimum legatum Oxenstierna[m], rogans ut nostrates tantisper ibi morentur dum Gallici etiam veniant idque vi foederis, ut tractatus utrinque incipiantur simul et simul procedant.

    Köningzmarchius12 post factam Ostervichii deditionem Albim Torgaviae transivit, Krakovii expeditionem in Pomeraniam impediturus, qui si orientalem - ut fama fert - Pomeraniam aggredi sustinuit, proculdubio sibi cupientes in Polonia habet qui occasionem patefecerunt deque regressu per istas oras securiorem reddiderunt. Frater eius, satrapa Lawenburgensis,13 praedia aliquot in Cassubia possidet.

    Pontificii in Confoederato Belgio provinciis et districtibus in certas dioeceses distributis episcopos et inspectores clandestino designarunt,14 quo comperto negotium datum ab Ordinibus Generalibus quibusdam qui conatus papistarum antevertant. Ab iis primarius locus, ubi sacrorum causa confluere soliti sunt papistae hac in urbe,15 desolatus est. Eodem rigore singulas provincias peragrare ipsis certum esse memoratur.

    Superiori hebdomade urbem hanc ingressus est illustrissimus dominus Ericus Oxenstierna,16 qui illustrissimo domino legato fratri suo ad Ninburgh comes fuerat.17 Inde Mindam tendit illustrissimus dominus legatus, fratre in has oras iter dirigente. Animus ipsi est maximam hiemis partem in hoc celeberrimo emporio partimque Hagae-Comitis transigere. Officia sua et observantiam interea Excellentiae vestrae perquam commendata cupit, pariterque eius ephorus Magnus Durelius18 devotionem suam Excellentiae vestrae reverenter insinuatam expetit.

    Divinus favor Excellentiam vestram diutissime sospitem atque mihi faventem praestet, illustrissime et excellentissime domine,

    illustrissimae vestrae Excellentiae devotissimus,
    H. Appelboom.

    Amstelodami, 28 Septembris 1643.

    Adres: Sacrae regiae Maiestatis Sueciae apud christianissimum Galliarum regem legato ordinario, illustrissimo domino Hugoni Grotio, etc., domino meo observando.

    583

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 10 Oct.

    En in dorso: 28 Sept. 1643 Appelboom.

    Notes



    1 - Hs. München, Bayerische Staatsbibl., coll. Camer., Clm 10354, f. 120r-121v. Eigenh. oorspr. Antw. op no. 6433, beantw. d. no. 6475.
    2 - De Zweden weigerden in de kwestie van het scheepvaartverkeer een knieval te maken voor koning Christiaan IV van Denemarken.
    3 - De aankomst van de Portugese diplomaten dr. Rodrigo Botelho de Moraes en João de Guimarães in Stockholm. Zij werden op 31 augustus/10 september door de Zweedse rijksraad ontvangen (Svenska Riksrådets Protokoll X (1643-1644), p. 250-260, p. 267 en p. 274-278).
    4 - De Zweedse rijksraad verleende op 28 augustus/7 september audiëntie aan de vertegenwoordigers van landgraaf Georg II van Hessen-Darmstadt (Svenska Riksrådets Protokoll X (1643-1644), p. 250-256 en p. 273-274).
    5 - De belangen van landgraaf Friedrich van Hessen-Eschwege, de verloofde van Eleonora Catharina, dochter van paltsgraaf Johann Casimir van Zweibrücken. Als zwager van landgravin Amalia Elisabeth van Hessen-Kassel (Europäische Stammtafeln, neue folge I, Tafel 98) was hij betrokken in het conflict van de twee Hessische stamhuizen over het bezit van de stad en universiteit van Marburg (K.E. Demandt, Geschichte des Landes Hessen, p. 252, 255 en p. 262).
    6 - Tidö bij Västerås, het kasteel dat kanselier Axel Oxenstierna in 1625 voor zich liet bouwen.
    7 - De Zweedse rijksdag kwam op 10/20 oktober in Stockholm bijeen.
    8 - De Deense delegatie ter vredesconferentie, bestaande uit kanselier Just Høg, Gregers Krabbe, Christopher von der Lippe en de Hamburgse domdeken Lorenz Langermann, constateerde bij aankomst in Osnabrück (26 augustus/5 september) dat hun Zweedse collega's Johan Oxenstierna en Johan Adler Salvius niet op de hun aangewezen standplaats aanwezig waren; zie no. 6450.
    9 - De keizerlijke gevolmachtigden Johann Weichard von Auersperg en Johann Baptist Krane verbaasden zich ook al over de weelde in het huis van de Deense delegatie (Acta pacis Westphalicae; Die kaiserlichen Korrespondenzen I, p. 58).
    10 - De Zweedse resident Schering Rosenhane had op 1/11 september opdracht ontvangen om te informeren naar de volmachten van de thans in Osnabrück aanwezige keizerlijke gevolmachtigden; zie no. 6424, en Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 26, p, 28-30 en p. 33-34.
    11 - Melchior de Harod de Senevas, markies van Saint-Romain, de Franse resident in Munster, stond in correspondentie met de Zweedse resident Schering Rosenhane. In brieven van 12 en 18 september bood hij de Zweden een verklaring aan voor de vertragingen in het vertrek van de Franse delegatie ter vredesconferentie (Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 32-42).
    12 - Het expeditieleger van de Zweedse generaal-majoor Hans Christoph, graaf van Königsmarck, moest de keizerlijken van generaal-majoor Joachim Ernst von Krackow (Krockow) uit Pommeren verdrijven.
    13 - Lebork (Lauenburg), plaats ten westen van Danzig.
    14 - De missie van de Congregatie ‘de propaganda fide’ in deze gewesten; zie Romeinsche bronnen voor den kerkelijken toestand der Nederlanden onder de apostolische vicarissen 1592-1727 I, p. 699-701 en p. 707-709: instructie voor de visitatores Pieter en Adriaen van Walenburch, dd. 20 april 1643.
    15 - De geliefde pastoor van het Amsterdamse begijnhof, Leonardus Marius (1588-1652), werd op last van de Staten van Holland aan een verhoor onderworpen (Romeinsche bronnen I, p. 728-730, en B.H. Klönne, Amstelodamensia, Amsterdam 1894, p. 151-168).
    16 - De ‘tour’ van Erik, de jongste zoon van rijkskanselier Axel Oxenstierna; zie no. 6437.
    17 - Op 8-9 september nam Johan Oxenstierna op de route Nienburg-Minden afscheid van zijn broer (Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 21 en p. 63).
    18 - Magnus Nilsson Durell (Dureel) (1617-1677), een ervaren ‘tourist’ die in april 1641 een bezoek aan Parijs had gebracht en thans als gids en hofmeester voor de jonge Oxenstierna optrad (SBL XI, p. 574-581).