eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    6776. 1644 maart 21. Van G. Keller.1

    Hochedler, gestrenger herr ambassadeur, hochgeneigter herr vnndt patron,

    Seither meinen jungsten vom 7. diesess2 ist hiesigen orthss allein weiter vorgefallen, dass jetzt einlangendem bericht nach den 7. diesess mons[ieu]r de Avaux zue Münster angelanget.3 Der reception vnndt ersten visite halber wahr durch vermittelung dess Venetianischen gesandten der vergleich gemacht, dass die käyserl. vnndt Spanische gesand-

    251

    ten denen Frantzösischen ihre caretten sollten entgegen schicken, beneventiren vnndt anss hauss begleiten lassen; hieruff würden die Frantzösischen hinwiederumb an dieselbe schicken, vnndt die dancksagung dafür thuen lassen. Etzliche tage hernach sollen die käyserl. vnndt Spanischen den Frantzosen die erste visite geben, vnndt diese nachgehents solche gegen jenen reciprociren. Mit der reception dess m[onsieu]r d'Avaux ist ess also gehalten, auch zur visite dass erbiethen schon gethan worden. Eben diese ceremonien sollen auch alhier bei ankunfft dess herrn ambass[adeu]r Oxenstierns Exc. zwischen ihm vnndt den käyserl. gesandten alhier observirt werden.4 Diesess soll hoffentlich zu guthem vertrawen vnndt anfang dess werckss keine geringe anlass geben, so der Höchste mit gluck förter secondiren wolle. M[onsieu]r Servien wahr noch im Haag, etwass vnpasslich an einem fieber, sollte aber gleichwoll in wenig tagen vfbrechen vnndt folgen.5

    Der Frantzösische ordinari ambassadeur in Hollandt m[onsieu]r de La Thuillerie hat ordre vom hoff bekommen, in extraordinari ambassade nach Dennemarck zugehen, vmb selbigen krieg in der güthe componiren zuhelffen. Er gedencket seinen weeg vber Münster vnndt Ossnab[rück] zunehmen.6

    Der hertzog von Hollstein7 - käyserl. obrister - soll, alss von Lemgaw nach Höchster, da er commendant werden sollen, benebenst seiner newen gemahlin vnndt aller bagage von den Hessischen intercipirt vnndt gefangen worden sein.

    Ich bin vnndt verbleibe allezeit,

    Ew. Exc. gehorsamber diener,
    G.K. m.pa.

    Ossnab[rück], den 11. Martii anno 1644.

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 6 April 1644.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 12, 94. Eigenh. ondertek. Georg Keller was secretaris van de Zweedse gevolmachtigde Johan Adler Salvius te Osnabrück.
    2 - Een brief van 7/17 maart ontbreekt.
    3 - De aankomst van de Franse gevolmachtigde Claude de Mesmes, graaf van Avaux, te Munster in de middag van de 17de maart 1644. Een halve mijl buiten de stad werd hij opgewacht door een geleide van koetsen (caretten) dat de keizerlijke en Spaanse gevolmachtigden Johann Ludwig, graaf van Nassau-Hadamar, dr. Isaac Volmar, don Diego de Saavedra y Fajardo, don Lope Zapata, graaf van Walter, en Antoine Brun op aanwijzing van de Venetiaanse ambassadeur Alvise Contarini in allerijl hadden geformeerd. Op 21 en 23 maart legden de heren hun ‘eerste visiten’ af (Acta pacis Westphalicae; Diarium Volmar I, p. 88-96, Die Französischen Korrespondenzen I, p. 1-5, en Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 191).
    4 - De Zweedse gevolmachtigde Johan Oxenstierna bereidde zijn vertrek uit Minden voor. Hij verscheen op 27 maart/ 6 april te Osnabrück. Drie dagen later maakten de keizerlijke gevolmachtigden Johann Weichard, graaf van Auersperg, en Johann Baptist Krane hun opwachting ten huize van Johan Oxenstierna en diens echtgenote Anna Margaretha Sture († 5 augustus 1646). Op die bijeenkomst liet Johan Adler Salvius zich wegens ziekte verontschuldigen (Acta pacis Weslphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 202-206, en Die kaiserlichen Korrespondenzen I, p. 332-336 en p. 342).
    5 - De tweede Franse gevolmachtigde Abel Servien zou op 23 maart uit Den Haag vertrekken. Op 5 april vertoonde hij zich in het gezelschap van ‘Madame l'ambassadrice’ (no. 6638) in Munster (Acta pacis Westphalicae; Diarium Volmar I, p. 101).
    6 - De door de regering in Parijs aangewezen vredesbemiddelaar Gaspard Coignet, sieur de La Thuillery, ordinaris Frans ambassadeur in de Republiek, had zijn standplaats nog niet verlaten. In een persoonlijke brief van 19 maart maande kardinaal Jules Mazarin hem tot spoed aan: ‘Je vous escris celle-cy pour solliciter vostre despart, et pour vous exhorter de vous haster le plus que vous pourrez d'aller travailler à l'accommodement de Danemarck et de Suède’ (Lettres Mazarin I, p. 629-630). Een maand later verscheen de vredesbemiddelaar in Munster. Op 4 mei reisde hij door naar Osnabrück (Acta pacis Westphalicae; Die Französischen Korrespondenzen I, p. 161, en Die kaiserlichen Korrespondenzen I, p. 389-394).
    7 - De keizerlijke kolonel Philipp Ludwig (1620-1689), hertog van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg, werd tussen Lemgo (ten noorden van Detmold) en Höxter overvallen. Eind 1645 voerde hij evenwel het commando over zijn nieuwe garnizoen. Op 15 november 1643 was hij in het huwelijk getreden met Katharina, gravin van Waldeck (1612-1649) (Europäische Stammtafeln, Neue Folge I, Tafel 90; Gazette 1644, no. 34, dd. 9 april 1644, en Lettres Mazarin I, p. 647).