eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    738

    7046. 1644 september 15. Van J. Oxenstierna.1

    Magnifice et generose domine,

    Caesariani, causati hactenus se sine Dania nihil hic incipere posse, die 1 huius mensis ultro obtulerunt procuratoriorum commutationem, ut videri possint.2 Assensum est illis in hac re visaque procuratoria sequenti die. Dominus Torstensonius, qui bis in Holsatia et tertia vice inter Meln et Ratzeburg obtulit Gallazio et Danicis copiis pugnandi facultatem et plenam aciem, nunc divisis instat.3 Gallasius, ad superiora Germaniae properans, magna detrimenta patitur4 partim a rusticis, partim milite nostro. Et haud dubie Konigzmarkius suarum partium sataget, quando ad illa loca veniet.5 Axelius Lilliu dicitur ire in Holsatiam, ut ibi rebus praesit ad tempus.6 Dominus campiductor Hornius Malmoiam obsidere creditur.7 Regni drotzetus dominus comes Brahe stragem Danorum edidit in finibus Norvegiae.8 Quomodo classis sub Martino Tissio fretum Danicum transierit, docet addita copia.9 Principalis classis iam scribitur exiisse e portu Daleröm et una cum altera illa aliquid denuo tentare contra hostem.10

    739

    Deus det hisce rebus prosperitatem optatam. Cui Magnificentiam vestram commendo, maneoque,

    Magnificentiae vestrae ad amica officia paratissimus,
    Johannes Oxenstierna.

    Osnabruggae, die 5 Septembris 1644.

    In dorso staat: Osnabruggae, die 5 Septembris 1644. Ad dominum legatum Hugonem Grotium. J.O.A.

    Notes



    1 - Minuut Stockholm, RA, E 915, coll. J.A. Oxenstierna ser. A II, Koncept G. De talrijke doorhalingen en verbeteringen van de hand van de opsteller van deze brief zullen niet worden gesignaleerd.
    2 - Op 10 september ontvingen de keizerlijke gevolmachtigden Johann Weichard, graaf van Auersperg, en Johann Baptist Krane een schrijven van de keizerlijke resident Georg von Plettenberg waarin mededeling werd gedaan dat koning Christiaan IV van Denemarken zijn bezwaren tegen een uitwisseling van de volmachten op een neutrale plaats in Osnabrück had opgegeven. De volgende dag, 1/11 september, toonden de secretarissen Johann Münch (namens de keizerlijke delegatie) en Mattias Mylonius Biörenklou (namens de Zweedse delegatie) ten huize van Raban Heistermann (Heystermann), deken van Sint Jan te Osnabrück en kanunnik te Lübeck, de volmachten en gaven elkander toestemming om afschriften van de originelen te maken (Acta pacis Westphalicae; Die kaiserlichen Korrespondenzen I, p. 627-628).
    3 - Het leger van de Zweedse opperbevelhebber Lennart Torstensson was in de tweede helft van augustus dwars door de linies van het keizerlijke expeditieleger van Matthias, graaf Gallas, getrokken. Tijdens hun mars van Rendsburg naar Bad Oldesloe passeerden de Zweden enkele keizerlijke wachtposten. De vijand liet zich echter niet tot een strijd uitdagen. Ongehinderd kon het Zweedse leger doorstoten naar Ratzeburg. Kort daarop sloegen de keizerlijken hun kwartieren op in Mölln. Hoewel deze plaats een goed uitgangspunt bood om het legerkamp van Lennart Torstensson te bestoken, lieten zij opnieuw verstek gaan. Opgejaagd door Zweedse ruiters weken zij over de schipbrug te Lauenburg aan de Elbe naar veiliger kwartieren uit; zie nos. 7035, 7042 en 7044.
    4 - De Deense soldaten in het keizerlijke expeditieleger kregen bij aankomst in Bardowick te horen dat zij onverwijld naar hun garnizoenen in Glückstadt en Krempe moesten terugkeren.
    5 - In Torgau aan de Elbe stond het Zweedse expeditieleger van generaal-majoor Hans Christoph, graaf van Königsmarck, gereed om de doortocht van de keizerlijken naar de Habsburgse landen te blokkeren.
    6 - Generaal-majoor Axel Lillie (1603-1662), bevelhebber van de Zweedse troepen in Pommeren, zou het bevel op zich nemen over de regimenten die opperbevelhebber Lennart Torstensson in het hertogdom Holstein had achtergelaten (Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 326).
    7 - Sinds het begin van augustus belegerde de Zweedse veldmaarschalk Gustav Karlsson Horn de stad Malmö, het belangrijkste bolwerk van koning Christiaan IV in Skåne (Schonen) (Oxenst. Skrifter 2 afd., VIII, p. 314-316).
    8 - De Zweedse rijksdrost Per Brahe en kolonel Fredrik Stenbock hadden de havenstad Göteborg bevrijd van een omsingeling door troepen van Hannibal Sehested, Deens gouverneur van Noorwegen; zie no. 7032.
    9 - De bijlage met een verslag van de tocht van admiraal Maerten Thijssen door de Sont ontbreekt; zie nos. 7032 en 7035.
    10 - De Zweedse vloot had het stoffelijk overschot van admiraal Klas Fleming († 26 juli/5 augustus 1644) in Älsnabben, ten zuiden van de haven van Dalarö, aan land gebracht. De waarnemend bevelhebber, generaal-majoor Karl Gustav Wrangel, wachtte op nieuwe instructies. De vloot liet hij nog de gehele maand september zeilklaar aan de rede liggen (Oxenst. Skrifter 2 afd., VIII, p. 582-585, en Svenska Riksrådets Protokoll X (1643-1544), p. 624-625 en p. 628).