eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    7044. 1644 september 12. Van P. Spiring Silvercrona.1

    Mijnheere,

    Generael Gallas is met de keyserlijcke armee de Elve te Lauwenburg gepasseert,2 waerop hij de schipbrugge heeft weggenomen; sal apparentelijck sijn marche nae 't Rijck wenden. De Deensche hebben sich weder van hem gesepareert, gaende door het aertsstift nae Gluckstad;3 waaren in den beginne 4000 sterck ende nu nauwelicx 2000 meer. In 't overgaen te Lauwenburg hebben de Sweedsche des vijants arrière-garde tamelijcke schade aengedaen ende veele bagagie-peerden weggenomen. Den generael Torstenson is mede van Ratzenburg opgebroocken op Gadebusch en soo nae Domits, om aldaer mede over de Elve ende nae den vijant te gaen.4 Nae 't vermoeden mochte Gallas wel een aenstoot van den generael-major Coningsmarck lijden, dewelcke Torgauw op discretie heeft ingenomen, de soldaten van dat guarnisoen ondergestelt ende Luckauw

    736

    door sijne troeppen geluckelijck doen ontsetten.5 De conincklijcke Sweedsche vloote, in Hollant geëquippeert, bevind sich bij de andere in de Scheren en Daleren,6 alwaer sij sich geproviandeert en gerefraischeert hebbende met den eersten wederom in zee sullen loopen. Den coning van Dennemarcken is te Coppenhagen met sijne vloote om te refraischeren mede aengecomen.7

    Te Osnabrugge word de keyserlijcke nieuwe plenipotentiarius, den grave van Lamberg, met den eersten verwacht.8 Sijne compste geeft hoope tot ernst aen de handelinge. Baron de Rorté9 heeft een vall met sijn peerd gedaen, den arm gebroocken, waertoe de cortse is geslagen ende nu sieck te bedde ligt.

    Den 7e deses heeft het Sas van Gent sich aen sijn Hoochijt per accord overgegeven10 tegens d'opinie van veele die meenden dat het langer conde tegenshouden ende, overmits den regen soo sterck is gevallen, swaerhoofdig daerinne wirden. Desen staat laet eenige oorlogschepen toerusten om aen den ammiral Marten Tromp toe te senden,11 tot wat desseing is onbekent. Men meent de Franschen noch wel iets op Vlaenderen souden tenteren en dat dese schepen sulcx souden secunderen.

    Ick blijve, mijnheere,

    u. Excellentie dienstwilligste.

    Hage, 12 Septembris 1644.

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 20 Sept.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 13, 150. Niet ondertek. De brief is van de hand van Spirings secretaris Pieter Pels.
    2 - De keizerlijke bevelhebber Matthias, graaf Gallas, had de achtervolging ingezet op het leger van de Zweedse opperbevelhebber Lennart Torstensson. Op 1 september trok hij met zijn manschappen bij Lauenburg over de Elbe.
    3 - Aartsbisschop Frederik van Bremen, generaal van het Deense leger, herinnerde zijn soldaten aan hun plicht om het grondgebied van koning Christiaan IV te verdedigen. In Bardowick scheidden de Denen zich van het keizerlijke expeditieleger af; zie no. 7042.
    4 - De Zweedse opperbevelhebber Lennart Torstensson volgde aanvankelijk een oostelijkere route. Nadat het keizerlijke expeditieleger de Elbe was overgestoken, maakte hij een omtrekkende beweging en liet zijn manschappen over Gadebusch oprukken naar de versterkte plaatsen aan de Elbe (Boizenburg, Lauenburg en Dömitz) (Doc. Boh. VII, p. 132 no. 378 en p. 134 no. 386).
    5 - Het Zweedse expeditieleger van generaal-majoor Hans Christoph, graaf van Königsmarck, had zich verzekerd van de strategisch belangrijke stad Torgau aan de Elbe. Vanwege de Zweedse dreiging staakte het keurvorstelijke Saksische leger de omsingeling van Luckau. Eind augustus kon de generaal-majoor zijn garnizoenssoldaten van nieuwe voorraden voorzien (Gazette 1644, no. 109, dd. 10 september 1644).
    6 - De Zweedse Hollanders van de hulpvloot van Louis de Geer kruisten nog enige dagen in de Oostzee. Toen admiraal Maerten Thijssen vernam dat de vloot van de Zweedse bevelhebber Karl Gustav Wrangel de beschutting van de rede van Dalarö had opgezocht, liet hij zijn schepen ook koers zetten naar de Zweedse kust. Begin september liep de hulpvloot de haven van Kalmar binnen (Kernkamp, De sleutels van de Sont, p. 97 en p. 99-100).
    7 - Koning Christiaan IV van Denemarken had de hulpvloot van Louis de Geer tot aan het eiland van Bornholm gevolgd. Op 25 augustus keerde hij met zijn vloot van 32 schepen terug in de haven van Kopenhagen om ‘te revictualeren en te kalefateren’ (Kernkamp, De sleutels van de Sont, p. 101).
    8 - Rijksraad Johann Maximilian, graaf Lamberg, zou de taken van de keizerlijke gevolmachtigde Johann Weichard, graaf van Auersperg, overnemen. Op 4 augustus had hij het hof te Wenen verlaten. Na een oponthoud in Frankfort hervatte hij op 3 september zijn reis naar Osnabrück (Acta pacis Westphalicae; Die kaiserlichen Korrespondenzen I, p. 616 en p. 624, en Diarium Lamberg, p. 1 en p. 9-10).
    9 - De Franse resident te Osnabrück, Claude de Salles, baron van Rorté, was in juli naar Emden vertrokken. In Oostfriesland wendde hij zijn gezag aan om graaf Ulrich II van Oostfriesland te bewegen tot een inschikkelijkere houding ten aanzien van de aanwezigheid van de troepen van landgravin Amalia Elisabeth van Hessen-Kassel in zijn landen; vgl. nos. 6920 en 6922, en Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 486-489, p. 506, p. 510.
    10 - Op 5 september ging de Spaanse garnizoenscommandant don Andrea de Prada y Muxica accoord met de ontruiming van het hoge en het lage Sas en het fort van Sint Anthonie. Twee dagen later kon Frederik Hendrik zijn nieuwste aanwinst in ogenschouw nemen (Briefw. C. Huygens IV, p. 61-67).
    11 - Admiraal Maarten Harpertsz. Tromp had met zijn vloot bijgedragen aan de verovering van Gravelines (Grevelingen) door het leger van de ‘generalissimus’ Gaston van Orléans. Tot het einde van oktober bleef hij de wacht houden voor de Vlaamse kust (S. Groenveld, Verlopend getij, p. 166-167).