
171
Wilt met mijn broeder ...
Maria van Reigersberch aan Nicolaes van Reigersberch, 14 juni [1620]
Seer lieve ende waerde broeder,
U. L[ieven] schrivens van den VIII Juny is mijn wel behandicht;2 bedancken uE. van de tijdinge van de vrienden gezondtheyt, ende bidden uE. daerin te willen komtenweren3 van ons dickmaels te doen weten hoe het met deselfve al is, doordyen wij daer meest naer verlangen; wij sullen van gelijcke doen, doordyen ick wel weet dat uE. ende de andere vrienden daer meest mede bekommert zijt. De tarrewe sal ick met den eersten verwachten. Aengaende mijn mans dispositie is al in eennen doen; hij doet zijnne gebiedenisse aen alle vrienden ende voornementlijck aen neef ende nicht de Bie4 ende alle de jonge neven ende nichtens. Cornelia ende Cornelis5 doen hare gebiedenisse, ende sal desen hiermede endigen ende God bidden ons te geven dat ons salych [is],
uE. dienstwillige suster,
Marie Reigersberch.
Wt Louvesteyn, desen XIIII Juny.
172
Laet ons weten of de rechters meer verklaringe gedaen hebben als van den advokadts sententie.6 Den lutenant7 is te Breeda bij zijn Excellentie geweest, daer sal hij veel luegen gelogen hebben. Hij tracktteert ons zeer hart alsof wij kriminele gevangens waren. Wij wilden wel dat zijn Excellentie van alles onderrecht waer en meenne niet dat hij weet hoe (hij) ons hier quelt. De lutenant quelt ons zeer omdat wij een requeste aen hem souden geven; wat hij (daer)mede voor heeft en weten wij. Wij seggen dat wij dat niet doen en konnen, doordyen wij niet en weeten wat men ons te laste legt. Hij doet ons dit alle dage seggen.
Dese boucken daer mijn man van schrieft8 en houft hij niet al teffens. Wilt toch eens elf gulden aen moeder9 geven voor de boter die sij voor mijn gekocht heeft, en bijaldien uE. daer wel [geldt] heeft, soo wilt aen minne10 tien gulden geven, ofte anders soo schrieft een briefken aen Gillis Marinissen,11 dat hij van mijnnentweege het geldt van den vendumeester ontfangt en dat hij mynne tyen gulden geeft, en als de boter op de beste koop is een goedt kinneken kopt, dat (duren) mag om de winter ...
Adres: Erntfeste, hooggeleerde, wijse, zeer voorzienige heer, Mr. Nicolaes Reigersberch, doctor in de rechten, op den hoec van de Heulstraet naest de heer van Cabauw12 in 's Gravenhage. Loont.