eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    146. 1608 Nov. 4. Van Bewindhebberen van de Kamer Zeeland der O.-I. Compagnie1.

    Erentfeste, Wijse, Voorsienighe, Seer discrete Heere ende Vrundt

    Wy sijn altijt van gevoelen geweest dat het oirboirlijck ware voor de Vereenighde Compaignie, dat het recht van de Zeevaert twelcke de Nederlantsche Natie competeert over de vrije wijde weerelt eens grondelijck ware gededuceert ende soo met natuyrlycke redenen als middelen van rechten bekleet, waer door de Ingesetenen van dese landen - indyen der noch eenighe twijffelachtigh sijn - van de goede cause mochten sijn versekert, ende principalijck de nabuyrighe Princen ende Vorsten meer geencourageert omme de Natie in haer goet recht te helpen mainteneren. Twelcke alsoo wy te voren hebben oirboirlijck bevonden, dunckt ons nu bijkans nootsaeckelijck, in eene conjuncture van tijden als men disputeert van pays ofte treves; welcker 't een ofte d'andere voorvallende, sal grootelijcx in consideratie kommen den handel op Oost-Indien, mitsgaders de conquesten ende alliancien, aldaer gemaeckt, dewelke, gelijck de coningh van Spaignen met alle sijn kracht soeckt te vernietighen, wy aen d'andre sijde moeten teghen wercken, omme door onse Overheyt ende de nabuyrighe Princen met alle goede debvoiren ons recht mitsgaders dat van de geheele natie te hanthaven. Van dit gevoelen sijnde heeft ons noch korts daertoe seer geanimeert de remonstrantie2 van M. Jan Boreel, in onse vergaderinghe gedaen; waer hy met eene aengewesen heeft de middel om ons desseing te voltrecken, seggende dat Uwe E. alle de stoffe hadde geprepareert die tot deze materie mochte dienen, 't welcke ons aengenaem was om te hooren.

    Waeromme niet twijffelende aen de genegentheyt van Uwe E. totten welstant van de Vereenighde Comp., versoecke dat Uwe E. believe de selfde met sijnen arbeyt t'assisteren, ghelijck als wy niet en twijfelen, ofte U.E. enzijt voor

    129

    desen insgelijcx by de andere camer van Hollant tot dien eynde mede versocht; ende dat 't selfde soo tydelijck, dat terwylen men in handelinghe is, wy daervan eenighe vrucht mochten sien aen dyegene, dewelcke nevens onse Overheyt de teghenwoordighe gelegentheyt van dese landen over dye deliberatiën geroepen heeft, welck goet debvoir wy nevens andere Cameren in Hollant gheerne aen Uwe E. willen erkennen. Hyermede etc. In Middelburch desen 4 November Ao. 1608.

    Adres: Erentfeste, Wijse, Voorsienighen Heer Mr. Hugo de Groot, Advocaet Fiscael over Hollant, Zeelant ende Westvrieslant in 's Gravenhaghe.

    Notes



    1 - Minuut: Rijksarchief Den Haag, Kol. Archief 4527a. Nadat Fruin in de Gids van 1868, IV, 1 vv., 215 vv., zijn verhandeling over ‘Een onuitgegeven werk van Hugo de Groot’ (n.l. den. Commentarius de Iure Praedae) gepubliceerd had (herdrukt Verspr. Geschr. III p. 367 vv.) gaf Majoor Leupe in den Nederl. Spectator 1875 p. 204 bovenstaanden brief uit, waaruit blijkt dat Grotius het 12e hoofdstuk van ‘de Iure Praedae’ op verzoek der O.I. Compagnie afzonderlijk heeft uitgegeven. Het verscheen anoniem in 1609 onder den titel: Mare liberum. Eerst de tweede en volgende uitgaven zijn onder zijn naam verschenen (Rogge 2 vv.). Zie ook Fruin in Nederl. Spectator 1875 p. 210 (= Verspr. Geschr. III p. 443). Over den druk handelen nog no. 148, 149, 151-156, 159, 161, 164, 165.
    2 - Volgens Leupe l.l. niet meer aanwezig. Of is hier bedoeld het ‘Discours by Forme van Remonstrantye’. 1608 (Pamflet Broekema I no. 113)?