eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    740

    6573. 1643 december [5]. Aan W. de Groot.1

    Mi frater,

    Literas pro legatis nostris, quas ad Rosenhanium mittere solebam, mittam ad Belderbekium, ut ille eas curet via brevissima.2 Miror autem quomodo sine mea inscriptione literae meae Rosenhanio destinatae ad te venerint. Quid editiones nostras moretur exactius discere avebo,3 multumque gaudeo dominum Utenbogardum valere rectius, cogitare de viis ad restituendam ecclesiae pacem et de historia transmittenda ad posteros.4 Deum rogo in omnibus istis ei sit adiutor.

    Magnum est negotium quod in Batavis moliuntur legati Gallici.5 Suedi pacem malunt perpetuam quam in annos aliquot. De filio qui in Germania est velim nos aliquid habere certi et boni.6 Guebrianus ex vulnere mortuus est; Ranzavius ab hoste captus.

    Gronovii libellum ubi commodum erit exspectabo.7 Legi Psalmos domini Graswinckelii.8 Laudo pietatem. Ego post Buchananum tale nihil ausus essem aggredi.9

    Tibi obligatissimus frater,
    H. Grotius.

    3 [sic] Decembris 1643.

     

    Addendum erratis in Dissertatione altera de origine gentium Americanarum, p. 31, linea 5: pro ‘octavo’ scribe ‘octogesimo’.10

    Notes



    1 - Gedrukt Epist., p. 961 App. no. 681. Antw. op no. 6551, beantw. d. no. 6596.
    2 - Begin november had Willem de Groot zijn broer geattendeerd op de ontvangst van brieven die aan de Zweedse resident Schering Rosenhane waren geadresseerd. Thans bleek dat Grotius' poststukken voor de Zweedse gevolmachtigden te Munster/Osnabrück en Minden door een vergissing bij de Parijse postdienst niet langs de gebruikelijke route over het Keulse kantoor van de agent Hendrik van Bilderbeeck waren verzonden, maar over Antwerpen naar Den Haag.
    3 - Wat was de reden dat de kopij van Grotius' Anthologia Graeca (BG no. 534) en poemata nog steeds niet was afgeleverd bij een drukker? Een verklaring geeft Willem in zijn brief van 7 december (no. 6581).
    4 - De bejaarde theoloog Johannes Wtenbogaert nam Grotius' aansporing van 14 november (no. 6532) ter harte. Beter dan wie ook was hij echter doordrongen van het feit dat hij bij het doornemen van het manuscript van zijn Kerckelicke historie, vervatende verscheyden gedenckwaerdige saecken in de Christenheyt voorgevallen, van het jaer vierhondert af, tot in het jaer sesthienhondert ende negenthien de assistentie van een medelezer nodig had.
    5 - In Den Haag hadden de Franse gevolmachtigden Claude de Mesmes, graaf von Avaux, en Abel Servien, graaf van La Roche-des-Aubiers, in de vergadering van de Staten-Generaal hun opdracht tot het aangaan van besprekingen over een nieuwe Frans-Staatse ‘alliantie offensive ende defensive’ toegelicht (Acta pacis Westphalicae; Die Französischen Korrespondenzen I, p. XXXV).
    6 - Dirk de Groot, ‘aide de camp’ van maarschalk Guébriant († te Rottweil op 24 november 1643), maakte deel uit van de Frans-Weimarsen die onder bevel van luitenant-generaal Josias Rantzau koers hadden gezet naar Möhringen (nabij Tuttlingen). Kort na aankomst te Tuttlingen werden zij overvallen door de voltallige Zwabisch-Beiers-Lotharingse troepenmacht. Op 25 november besloten zij na een haastig krijgsberaad de strijd te staken.
    7 - De Deventer hoogleraar Johannes Fredericus Gronovius zou Grotius in mei 1644 vereren met een presentexemplaar van zijn De sestertiis commentarius; vgl. Bots-Leroy, Corresp. Rivet-Sarrau II, p. 203.
    8 - De Psalmi Davidis, Th. Graswinckel paraphrasi heroica vertit, Den Haag 1643.
    9 - De Schotse humanist George Buchanan was mr. Dirck Graswinckel voorgegaan met een in de winter van 1565-66 uitgebrachte Psalmorum Davidis paraphrasis poetica (I.D. McFarlane, Buchanan, p. 247-286). Een meesterwerk volgens Grotius; vgl. R. Pintard, La Mothe le Vayer, Gassendi-Guy Patin, p. 85 s.v. ‘Des 3 livres du P. Petau’.
    10 - Zie de brief van Gerardus Joannes Vossius van 23 november 1643 (no. 6553). De verbetering moest aangebracht worden op p. 31 van de Parijse editie van de Hugonis Grotii de origine gentium Americanarum dissertatio altera (BG no. 731).