eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    6762. 1644 [maart 12?]. Aan [P. Pels].1

    Ik heb den brief van den heer te Wenen2 ghelezen, vinde dezelve vol van wijze en ghodvrughtighe ghedaghten,3 recommandere mij aan zijn Ed. en zal zeer ghaern op een

    227

    zo zwaren werk zien zijne Ed. vardere bedenckinghen. Tot beternisse van vele ghrove fauten werd hier bij enighe bisschoppen ende doctoren ernstlijk ghetraght, dogh niet zonder teghenspartelingh van anderen die haar profeyt zoeken te doen uyt de luyden een ghemackelijke wegh te wijzen na den hemel. 't Misbruyk van de bieght ende aflaten doed hier dat bij anderen doed de predestinatie ende de daaruyt gheschepte zekerheyd ter zaligheyd. 't Verval van alle disciplinen in de kercken die aan Roma vast zijn is zeer te beklaghen. Ghod wil die helpen die zulx zoeken te beteren.

    Uyt Engeland heb ik bijwijlen door ghoede vrunden wel verstaan dat zo den koningh Jacobus als den koningh Carel wenschte na de verenighingh van de christenheyd zonder iet af te doen van 'tghunt wel ghebetert was, ook nodende de anderen tot beteringh. De weghen ende conditiën waarop zij de vrede hebben willen aanghaan zijn mij niet alle bekent, maar de vierentwintighduyzend Schotten4 die nu tot sterckingh van het nieuwe verstand in Engeland zijn ghekomen zullen de bisschoppen en alle moderate personen zoeken uyt te boenen; hare trommels ende trompetten zullen mijn boeken light verdoven.

    Met zijn Excellentie mijnheer de rijxcancelier heb ik wel eertijts propoosten ghehad op de verbeteringh ende verenighingh van de christenheyd. Zijne wijsheyd ende andere dueghden mij bekent laten mij niet toe te twijfelen van zijne opreghte intentie zo in andere als in deze zaken. 't Is mij leet dat ik zo verre ben van zijn Excellentie dat ik niet op ider poinct zijne diepziende ghedaghten en kan verstaan. Door briven wil zulx niet wel vallen, maar ik heb bij mij ghehad een professor ende pastoor van Upsal,5 wiens discoursen op dit stuk met de mijnen veel overeenquamen.

    Ik verlangh te verstaan6 de uytkomst van de [Warschausche] conferentie,7 twijfele niet of uwe Ed. zal voor d[eze] doen al wat moghelijk zal zijn. Ik zoude zeer ghaern weten wat de gheestelijke ende politycken te Wenen zeggen van mijne voorzlaghen ende wat die van beyde stants tot Norenbergh.

    Uwer Ed. ghetrouwe dienaar.

    't Zal mij lief zijn ook te weten of den heer alle mijne schriften ghezien heeft die ik op die materie heb uytghegheven,8 dat is d'aanhengselen achter de Annotatiën op de Evangeliën, mijne aanteyckeninghen op Cassander ende nogh een boekxken, teghen monsieur Rivet ghemaakt, eer als het [Votum] pacis. Ik gheve nu uyt mijne Annotatiën op het Oude Testament.9

    Notes



    1 - Tekst naar copie Rotterdam, GB, RK, hs. no. 674, f. 47r. Zonder datum (mogelijk 12 maart, infra, n. 3), zonder adres. Vermoedelijk een antwoord op de brief van Pauwels Pels dd. 5 februari 1644 (no. 6689); beantw. d. no. 6826.
    2 - De ‘heer te Wenen’ was resident van de stad Neurenberg aan het hof van keizer Ferdinand III te Wenen, mogelijk de jurist Jobst Christoph Kreß von Kressenstein of diens collega Tobias Oelhafen.
    3 - In een brief aan Pauwels Pels, Staats correspondent in Danzig, had de ‘heer’ zijn achting voor het verzoeningswerk van de Zweedse ambassadeur te Parijs uitgesproken. De tekst van dit eerbetoon werd Grotius op 11 maart ter hand gesteld; vgl. de ontvangstbevestiging van het schrijven van Pauwels Pels (no. 6689).
    4 - Het Schotse expeditieleger dat gesterkt door de ‘solemn league and covenant’ begonnen was het koninkrijk te zuiveren van de ‘paapse’ religie.
    5 - Erik Gabrielsson Emporagrius (1606-1674) was op 30 januari 1641 te Uppsala gepromoveerd tot ‘professor’ in de theologie. In augustus 1642 had de Zweedse gevolmachtigde Johan Oxenstierna hem voorzien van een introductie bij Grotius. De ontmoeting vond in het voorjaar van 1643 plaats tijdens een ‘tour’ van de Zweedse theoloog naar de Republiek, Frankrijk en Engeland; zie no. 6290 (dl. XIV).
    6 - In deze passage komen twee lacunes voor: ‘de ... conferentie’ en ‘uwe Ed. zal voor d ... doen’.
    7 - Het godsdienstgesprek dat het Poolse episcopaat komende herfst in de omgeving van Warschau (Toruń) wilde houden.
    8 - Grotius' Annotationes in libros Evangeliorum, Amsterdam 1641 (BG no. 1135, met de tractaten Commentatio de Antichristo (BG no. 1102), Explicatio de fide et operibus (BG no. 1111), Explicatio Decalogi (BG no. 1118) en Appendix de Antichristo (BG nos. 1128-1129)); zijn Annotata ad Consultationem Cassandri in de bundel Via ad pacem ecclesiasticam, Parijs en Amsterdam 1642 (BG nos. 1166-1168), en zijn rechtvaardigingen Animadversiones in animadversiones Andreae Riveti, Parijs en Amsterdam 1642 (BG nos. 1175 en 1176), en Votum pro pace ecclesiastica, contra Examen Andreae Riveti, et alios irreconciliabiles. Ecce quam bonum et quam iucundum habitare fratres in unum, Parijs en Amsterdam 1642 (BG nos. 1183-1184).
    9 - Zijn Annotata ad Vetus Testamentum (BG no. 1137) werden dit jaar uitgebracht.