eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    6826. 1644 april 22. Van P. Pels.1

    Mijnheer,

    U. Exc. aengenaeme van 12 Marcio hadde hooren over 8 daegen hier te (sijn). Ick bekenne gerne wat naerlatigh geweest te hebben in 't schrijven. De wintterse daegen met de wijnige matterie hebben dese traegheyt veroorsaackt. Ick bedancke uEd. vor die communicacie ende sall de substancie daervan seynden aen dien goed(en) heer naer Weenen,2 van dewelcke ick een maent geene brie(ven) en hebbe ontfangen, hoewell liberael in 't schrijven is, sijnde een uytermaeten vredsam, politic, verstandigh persoon, die ons de humeuren van bayde staaten, soo van Weenen als Norembo[rg] berichten sall, neffens hetgene wat in matterie van staet passeert.

    't Is misverstandt dat de beloffde princes van der Moscauw saude overleden sijn. Den goeden grave Voldemaer,3 naer mij van Riga geschreven wort, sitt tuschen 2 stoelen in de asche, nu de Russen dor den Sweetsen invall in Dennemarcken met dien conings pooten haere carstaniën niet en konnen uyt het vur haelen. Soo maeken se eene querelle d'Aleman4 ende willen dat gedachten Voldemaer niet alleen vor hemselve maer oock vor sijne toekommende erven oblegacie geve van opbrenginge tot die religie. Hij sulckx gewaygert hebbende wort verstaen ooc niet en magh teruggetrecken, peryckell loopende ome sijn leven te confineeren naer boschen van Siberiën gesonden te worden.

    Ofte well veele Polen genegen sijn tot den orlogh, soo soecken dogh de verresienste

    343

    senatoren den vrede,5 gelijck den palatin van Posen6 selve dor mijn addres eenen brieff aen sijn Exc. Torstenson geschreven heft. 't Is aparent dat met de eerste occasie eenige groote schepen uyt Sweden7 op de reede van Dansick sullen beletten de toevoer naer Dennemarcken, sijnde in dat coningrijck gebreck van alles. 't Is aparent dat Hare Hoog Mogenden dien vrede par amour ou force sullen bevoorderen.8 De offensi(e) van Ragozki aen 't heuys Oostenrijck compt bij dese gelegentheyt well te passe.9 Daerentegens verliest den coning van Engeland d'assistencie van Dennemarcken. Naer de brieven soo ick vandaer ontfange, soo heft den coning van Engelandt wijnigh vorwindt.10 't Is eene bloedige, bedroeff(de), onnoodige orloghe, daervan het eynde moet verwacht worden.

    De conferencie tot Warschauw sall in den herbst aengaen.11 Van deser stad is bayde gesintheyt en salder niemand gaen; die van Toren12 hebben het met groote verbitteringe geëxcuser(t). Den coning heft hier presentelijck een edelman aen den Coyaffschen buschop13 gesonden, die hem hier ophaut ome den raet daertoe te animeeren. Sij en sullen 't evenwell mijns ordeels niet doen. Men meynt sij sullen daerop gecontumacert, vervolgt en verbannen worden.

    Het begint Negrinus qualijck te gaen,14 van dese gehaat, van d'ander niet meer geacht. Hij heft sijne dingen ooc mall aengevangen en gemeynt sijnen overgang heymelijck te doen en 't is ju[y]st anders uytgevallen. Den goeden Ruarus15 is met alle de wijnige van sijn gevoelen niet alleen de stadt verboden, maer ooc van beuyten niet te mogen inkommen, sonder te respecteeren coning ofte senattor die instancie daervor gedaen hebben.

    Hiermede eyndende blijve, mijnheer,

    u. Exc.cie diener,
    P. Pels.

    344

    12/22 Aprill 1644, Dansick.

     

    P.S. Arriveren die brieven van Riga, confirmeren den elenden staet van den goeden Denschen sohn, niet alleen ten aensien van de religie, maer ooc de vorstendommen van sijne pacta dotalia, omme hem aen te wijsen in de plaetsen der landen van de Oostzee vorstendommen naer Casaen en Astricaen.16

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 18 Martii [sic].

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 16 (1644, 2). Eigenh. oorspr. Antw. op no. 6762, dd. [12? maart].
    2 - De ‘heer te Wenen’ (vermoedelijk de resident van de stad Neurenberg aan het hof van Wenen) had in een brief aan Pauwels Pels zijn gedachten over het herstel van de vrede op papier gezet. Van dit schrijven had de correspondent een afschrift gemaakt; zie no. 6689. Inmiddels had Grotius de tekst overgedragen aan het nieuwsagentschap van Johann Epstein, Zweeds correspondent te Parijs; vgl. no. 6784.
    3 - Eind januari had Valdemar Christian, graaf van Sleeswijk-Holstein, natuurlijke zoon van koning Christiaan IV van Denemarken, zijn entree aan het hof van tsaar Michael Fedorovitsj gemaakt. De tsarendochter Irina mocht hij echter niet aanschouwen. Dit voorrecht zou hem pas verleend worden na bekering tot de grieks-orthodoxe kerk. Omdat hij hardnekkig bleef weigeren, verloor hij weldra ook de sympathie van de tsaar. Hem werd huisarrest opgelegd (Fridericia, Danmarks ydre politiske historie II, p. 385).
    4 - ‘Une querelle d'Allemand’, een verbeten twist waarbij de hoofdzaken niet van de bijzaken worden onderscheiden (Le Dictionnaire universel d'Antoine Furetière I, sub ‘Allemand’).
    5 - De Poolse senatoren spraken hun voorkeur uit voor handhaving van het wapenstilstandsverdrag met Zweden van 2/12 april 1635 (het verdrag van Stuhmsdorf (Sztumska Wieś)). Alleen in het geval van een aanval op Lijfland zouden zij de wapens opnemen (A.S. Radziwiłł, Memoriale III, p. 168-169).
    6 - Krzysztof Opaliński (1609-1655), ‘woiwode’ van Poznań. In 1645 werd hij aangewezen voor een buitengewone missie naar Parijs (A.S. Radziwiłł, Memoriale III, p. 182-183 en p. 216-221, en Jobert, De Luther à Mohila, p. 462 sub Opaliński). Zijn brief aan de Zweedse opperbevelhebber Lennart Torstensson voerde de dagtekening ‘Poznań 6/16 mei [= maart] 1644’ (Acta pacis Westphalicae; Die Schwedischen Korrespondenzen I, p. 241).
    7 - De Zweedse vloot lag nog vast bij Dalarö (de eilanden of ‘Scheeren’ vóór de haven van Stockholm).
    8 - Het bemiddelingsaanbod van de Staten-Generaal aan de twee strijdende kronen.
    9 - De strijd van de Zevenburgse vorst György I Rákóczi aan de Hongaarse grens.
    10 - Deze constatering stamt nog uit de eerste dagen van de campagne van het Schotse expeditieleger.
    11 - De ‘conferencie tot Warschauw’; hiermee doelt Pauwels Pels op de voorbereiding van het godsdienstgesprek van Toruń; vgl. Bots-Leroy, Corresp. Rivet-Sarrau II, p. 246. De voorgestelde datum van 1 oktober moest in verband met de verkiezing van een nieuwe paus verschoven worden (Jobert, De Luther à Mohila, p. 384-389).
    12 - De fel lutherse raad van Danzig hechtte weinig waarde aan een ‘fraterna collatio seu colloquium charitativum’. Het enthousiasme van de lutheranen in Toruń bekoelde na een terechtwijzing uit Danzig (Jobert, De Luther à Mohila, p. 389-392).
    13 - Mikołaj Wojciech Gniewosz († 1655), sinds 1642 bisschop van Cujavië (tegenw. Włocławek, ten zuiden van Toruń) (Gauchat, Hierarchia catholica, p. 372).
    14 - Bartholomeus Nigrinus (Schwarz) (ca. 1596-1646), ooit predikant te Danzig, had zich in Polen tot het rooms-katholicisme bekeerd; zie no. 6174 (dl. XIV), en H. Neumeyer, Kirchengeschichte von Danzig und Westpreussen in evangelischer Sicht I, Leer 1971, p. 122.
    15 - De sociniaan Martinus Ruarus (ca. 1588-1657) had zich als ambteloos burger in Danzig gevestigd. In 1643 werd hij niet meer binnen de stadsmuren getolereerd. Hij vestigde zich in de voorstad Straszyn; vgl. nos. 6118, 6204 en 6464 (dl. XIV).
    16 - In Kazan en Astrachan woedde een opstand van de Kalmukken tegen het bewind van de tsaar. Het aanbod was niet bepaald aantrekkelijk voor een Deens koningszoon die heer en meester wilde zijn over Pskow en Nowgorod (Fridericia, Danmarks ydre politiske historie II, p. 319).