eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    2383. 1635 december 7. Aan N. van Reigersberch1.

    Mijnheer,

    De brieven, lang bij ons verwacht, zijn als gelijck ontdoyt ende bij ons ontfangen den eerste November2, sijnde uE. jongste van den 1 November3, dat is

    384

    een maendt oudt. De anderen, soo aen mij, als aen mijn huysvrouw4, van den XII5, XVII6, XXI October7 sijn ons ter hande gecomen door Abbesteegh8.

    Off dat van de Duffel, soo men meende, geschyet is, wensch ick te weten. Hyer wil men seggen, dat bij Calaber9 nyet genoech gedaen en is tot recouvrement ende daeruyt besluyt men, dat hij t' op Alcaeus10 gemunt heeft.

    Van den landgraeff11 is hyer de meeste opinie, dat hij gehandelt heeft, maer dat zijn volck gaet in dyenst van Vrancrijck, ten deele oock van den bastard van Sweden12. Dit heeft mij noch gisteren een van de graven van Nassau13 geseyt. De graeff van Hanou14 hoopte, doen hij vanhyer vertrock, den landgraeff, dye sijne swager is, door belofte van den coning15 tot continuatie van het oorlogh te disponeren. Maer men meent hij te laet sal comen.

    Van de retraicte van den cardinael la Valette16 ende hoe hij sijn geschut heeft verloren, het volck door hertogh Bernhard17 is gesalveert, heb ick voor desen geadviseert18. 't Groote leger van Gallas19 blijft bij Mazières wel geretrencheert ende op een advantageuse plaetse. Eenige van sijn volck sendt hij uyt om de stede in te nemen, gelijck sulcx alrede is gesuccedeert aen Elsas Sabern ende verder werdt gevreest, nu Hoovelles, dat zijn gantsche macht is te Landouw niet verre van Sabern, den hertogh van Lotharingen20 nae Lutzenburgh ofte nae de Mosel om hem te vougen met Piccolomini21. Ick heb oock geadviseert, dat den hertogh van Rohan22 XIIc ofte XVc van de keyserschen heeft geslagen in de Valle van Fresle tusschen Bormio ende Luby, zijnde van meninge geweest deselve keysersche aldaer in de Valteline in te brecken, als op denselven tijdt de Spangnaerden uyt het land Milaen - zijnde nu bevrijt van het belegh van Valence - meenden in te brecken bij Sondrio. 't Landt van Milaen is nu soo gesterckt, dat daer nyet te doen en is. De tijdt is daer geweest; dye is versuymt.

    Den hertogh van Savoye23 seyt, dat men zijn advysen nyet en heeft gevolcht.

    385

    Te Rome Pasquyn24 gevraecht, wat den hertogh van Savoye dede, antwoorde: il fa il Principe d'Orangia.

    Wat de admiraliteyten doen sullen, off de compagnie van asseurantie voortgaet, off eenighe apparentie is, off om nieuwe middelen te vinden, off om de lasten te minderen, sal ick garen bij gelegentheyt verstaen.

    Wat mijne saeck met dye van dat landt aengaet, ick heb gedaen voor mijn eer, dat ick meende schuldigh te zijn. Voorts wil ick het God bevelen ende soo ick eenige gelegentheyt heb om 't landt off mijnheer de prins25 te dyenen, sal sulcx garen doen. Ick ben oock blijde kennisse te houden met de graven van Nassau ende met deghenen, dye haer aengaen, als Swartsenburgh26 ende Hanou.

    Ick bidde uE. doch te maecken, dat ick een eynde crijgh met dye van Rotterdam27. Want anders moet ick een andere wegh ingaen. Het verloop van den tijdt selve geeft geen cleyn prejudicie. Oock is mij daeraen gelegen, dat men mij alle papieren, dye mij onthaelt zijn, restituere, gelijck men schuldigh is ende is mijne intentie, dat men schriftelijck verslagh daertoe sal doen. Off Serranus'28 verblijve alhyer 't landt goedt is off nyet, weete ick nyet. Maer het en can Constans' gesel29 nyet dan quaed doen. 't Gunt uE. schrijft van degheen, dye succederen30 sal, is van bedencken.

    't Schijnt, dat van dye van Claudius31 met Tibulli32 suster33 voortgaet. 't Schijnt, dat dat op d'Aerdbesie34 is aengeleit, die daerop sal hebben te letten.

    Vanhyer sal tegen Cimons35 Alcaeus nyet versuymt werden.

    Aelianus36 heeft mij geschreven goede ordre te willen stellen op Simonides37 voor mij; heeft oock begonnen. Ick heb uyt S.r Satijn38 ende anderen verstaen,

    386

    dat in Engelant wel sonder peryckel geldt waer te beleggen. De man van Venetië39 seyde mij noch lest, dat soo Pindarus40 bij Cimon blijft, gelijck hij meende, de renten41 daer moeten geschorst werden, gelijck bij Latou42 doorgaens geschyet. Dat is over lang de raed geweest van Spartacus43.

    Ick heb de gazette gesyen van Bruyssel, daerin staet van mijnen geïntercipieerden bryeff44. 't Is altemael verzyert.

    Wat gebreck gevonden werdt in de procuratie45 wilde Justinus46 wel weten.

    Dat ick geschreven had van Iovinianus'47 employ, most door Fabius48 ofte Aemilius49 beleydt werden. Daer waer voor dese tijdt dyenst te doen buyten twijffel.

    De successen van de vloot van Spaignie nae Brasyl sullen zijn van importantie. Hyer was advys, dat deselve vloot was opgehouden tot defensie van de Spaensche custen.

    Dat den honger Galas ofte den hertogh van Lorraine soude doen opbreecken, can ick nyet bevroeden.

    Soo Peter50 wil tot de zeevaert hem gewennen, sal voordeel in Sweden connen doen. Hem lang ledigh te houden, is onse meningh nyet. Heeft hij lust in de practijcq ende wil hij in Den Hage op een comtoir schrijven, daernae zijne promotie genomen hebbende, hem tot Amsterdam bekent maecken, dat can zijn ende soo hij daer zijnde noch ondertusschen eenige taelen tot noodigh gebruyck can leeren, dat en soude nyet quaed zijn. De kinderen moeten het op de erffenis nyet laeten aencomen, maer haer selven helpen. Den oudste51 heb ick gesonden nae mijnheer den rijcxcancellier52. Sal zyen, off hij daer wat te doen can crijgen. Van Peter bij eenige heer ofte ambassadeur te crijgen, is te onseecker ende daermede is hij nyet geholpen; dat van Brasil53 waer nyet quaed. Wil hij nyet, den oudste, als hij eenige eerlijcke naem hadde, soude daertoe nyet ongenegen zijn.

    387

    Justinus' recommandatie, soo aen Neef54, als aen Numerianus55 ende Caesar56 ende alle de vrunden, connen nyet schaden. Hout voor seecker, soo men daer yet goeds voor Tatianus' gesel57 wilde doen ende dat Zosimus58 sulcx comt te vernemen, dat hij 't, soo veel hij can, sal traverseren; immers soo lang als de saecke van Alcaeus in onseeckerheyt staet. Van Valerius59 in dat stuck twijffele ick.

    Ick wilde wel weten, van wat humeur is dye man, dye mijne boecken de Jure belli ac Pacis heeft overgeset60 ende wat hij daerin voor heeft gehadt. Oock, off hij yet daerbij gevoucht heeft.

    Wij verstaen, dat den hertogh van Wirtenbergh61 gehandelt heeft ende guarnisoen ontfangt. Oock Nassau-Dillenbergh62. Straesburgh begint de keysersche soldaten den inganck in de stadt te gunnen. Somma, van de Duytsche confederatie resteert quaelijck de naem.

    Ick bidde uE. om veel redenen, dewijl 't geluck nyet en hebben mogen hebben, om uE. te zyen dit jaer, dat het hem gelieve de vacantie van Paesschen nergens anders als hyer te besteden. Ick hoop, het uE. nyet en sal rouwen. Ick ende mijn huysvrouw bidden dit ten hoochste.

    Soo ick dit geschreven had, comt bij mij de ambassadeur van Engelant63. Toont mij een grooten bryeff van mijnheer den ertsbisschop64 met getuychenisse van zeer groote affectie tot mij. Was zeer bedroeft, dat men hem geseyt had, dat mij d'ambassade weder was afgenomen, daerop den ambassadeur hem tot contrarie heeft onderrecht. Ick zye wel, dat ter noot mij daer ghene vrunden sullen ontbreecken.

    't Is genoech; hyermede sal ick mijne gebyedenisse doen aen alle goedgunstige.

    Tot Parijs, den VII Dec. 1635.

     

    Mons.r Rivet65 heeft onder hem veele bryeven van mons.r Casaubon66 aen mij; dye wilde ick wel weder hebben. Ick had dye gegeven om te doen drucken. Men wil se nyet drucken, omdat men nyet en vindt nae den appetijt aldaer. Ende mij onthout men, dat mij toecomt ende dat ick hoochachte. Ick bidde uE. wilt mijn broeder67 hyerin assisteren.

    Adres (met andere hand): Mijn Heer Mijn Heer Reigersberg, raet in den Hogen Raet in Hollant in Den Hage.

    388

    In dorso schreef Van Reigersberch: Broeder de Groot, den VII Decemb. 1635 Tot Paris.

    Notes



    1 - Hs. Amsterdam, UB., coll. RK., H 19 g. Eigenh. oorspr. Niet ondertek. Antw. op nos. 2311, 2317, 2321 en 2335.
    2 - Kennelijk een verschrijving voor: December.
    3 - No. 2335.
    4 - Voor de brief van Van Reigersberch aan Maria van 21 oktober 1635 zie Rogge, Br. van en aan Maria v. Reigersb., p. 309.
    5 - No. 2311.
    6 - No. 2317.
    7 - No. 2321.
    8 - Correspondentie-adres; vgl. no. 2340, p. 321 n. 6.
    9 - Schuilnaam voor Frederik Hendrik.
    10 - Codewoord voor bestand.
    11 - Wilhelm V, landgraaf van Hessen-Kassel.
    12 - Bedoeld zal zijn Gustaf Gustafsson, graaf van Nystadt en Wasaburg, van 1634 tot de vrede van Münster in 1648 bisschop van Osnabrück; hij was de natuurlijke zoon van Gustaaf II Adolf.
    13 - Wellicht één van de graven van Nassau-Saarbrücken: Wilhelm Ludwig, Johann of Ernst Kasimir (zie dl. VII); vermoedelijk Wilhelm Ludwig,
    14 - Jakob Johann van Hanau-Münzenberg; zijn zuster Amelia Elisabeth was gehuwd met Wilhelm van Hessen-Kassel.
    15 - Lodewijk XIII van Frankrijk.
    16 - Louis de Nogaret d'Epernon de La Valette.
    17 - Bernhard, hertog van Saksen-Weimar.
    18 - Zie bijv. no. 2307, p. 270.
    19 - Matthias, graaf Gallas.
    20 - Karel IV, hertog van Lotharingen. Hoovelles is mij niet bekend.
    21 - Ottavio d'Arragona, prins van Piccolomini, hertog van Amalfi.
    22 - Henri, hertog van Rohan. Met het verderop genoemde Luby is Livigno bedoeld.
    23 - Vittorio Amedeo, hertog van Savoye.
    24 - Pasquino, naam door het volk van Rome gegeven aan de vormeloze tors van een beschadigd standbeeld, waaraan 's nachts dikwijls satyrische gedichten werden bevestigd - gericht aan het adres van lieden, die men anderszins niet durfde aan te vallen. Een en ander geschiedde gewoonlijk in de vorm van een dialoog met een ander beeld, Marforio.
    25 - Frederik Hendrik.
    26 - Waarschijnlijk Georg Ludwig, zoon van Adam, graaf van Schwartzenberg (1587-1641), minister van Georg Wilhelm, keurvorst van Brandenburg.
    27 - Dit betreft de pogingen door Grotius en voor hem ondernomen om zijn achterstallige salaris als pensionaris van Rotterdam alsnog uitbetaald te krijgen.
    28 - Schuilnaam voor Adriaen Pauw, die te Parijs op zijn terugroeping wachtte; vgl. no. 2301, p. 260 en n. 3 aldaar.
    29 - Pseudoniem van Grotius; met Constans wordt meestal Maria van Reigersberch aangeduid.
    30 - Het woord staat in de tekst in code: 76.93.12.113.33.189.4.7.46. met de ontcijfering door Van Reigersberch erboven geschreven.
    31 - Codenaam voor Polen; Van Reigersberch heeft de betekenis erboven geschreven.
    32 - Tibullus is een schuilnaam voor Karl Ludwig van de Palts; Van Reigersberch heeft erboven geschreven: Palsgr.
    33 - Elisabeth, oudste dochter van de in 1632 overleden Winterkoning, Frederik V van de Palts, en Elisabeth Stuart, dochter van Jacobus I van Engeland; haar huwelijk met Wladislas VII (IV) van Polen, waarop hier gezinspeeld wordt, vond geen doorgang. Het woord ‘suster’ staat in de tekst in cijfercode: 67.81.103.33.4.
    34 - Codenaam voor Zweden; Van Reigersberch heeft er ‘Sweden’ boven geschreven.
    35 - Codenaam voor Staten-Generaal.
    36 - Schuilnaam voor Petter Spiring Silvercrona, raad van financiën van Zweden.
    37 - Codewoord voor geld.
    38 - Vermoedelijk Samuel Sautijn (1593-1672) uit Amsterdam, koopman op Italië en de Levant.
    39 - Alvise Contarini di Nicolo, gezant van Venatië te Parijs. Het woord ‘Venetië’ staat in cijfercode: 69.85.41.33.38.37.52.; Van Reigersberch heeft boven de eerste cijfers de ontcijfering geschreven: Ve.
    40 - Codewoord voor oorlog.
    41 - De woorden ‘de renten’ staan in cijfercode: 1236. 66.72.41.77.85.6.; Van Reigersberch heeft boven de eerste cijfers de ontcijfering geschreven: de ren.
    42 - Codenaam voor Frankrijk.
    43 - Schuilnaam voor François van Aerssen; Van Reigersberch heeft erboven geschreven: Aersens.
    44 - Van een gazette van Brussel bleek, ondanks alle pogingen, geen spoor te vinden.
    45 - Het woord staat in cijfercode: 101.91.12.81.66.70.77.110.; Van Reigersberch heeft er gedeeltelijk de ontcijfering boven geschreven: procu.
    46 - Pseudoniem van Grotius.
    47 - Pseudoniem van Nicolaes van Reigersberch.
    48 - Schuilnaam voor Simon van Beaumont, Grotius' opvolger in het ambt van pensionaris van Rotterdam; Van Reigersberch heeft erboven geschreven: Beaumont.
    49 - Schuilnaam voor Jacob Wyts; Van Reigersberch heeft erboven geschreven: Wyts.
    50 - Grotius' zoon Pieter, die voor zijn studie in het vaderland verbleef.
    51 - Cornelis.
    52 - De Zweedse rijkskanselier Axel Oxenstierna.
    53 - De naam staat in cijfer: 54.49.40.89.7.; boven de eerste cijfers heeft Van Reigersberch de ontcijfering geschreven: bra.
    54 - Schuilnaam voor Frederik Hendrik; vgl. J. Fox, Hugo de Groot en de Gravin van Hohenlohe-Langenburg in Ned. Archievenbl. 1962, 1o afl., p. 40.
    55 - Codenaam voor Amsterdam.
    56 - Codenaam voor Rotterdam.
    57 - Pseudoniem van Grotius; met Tatianus wordt Maria van Reigersberch aangeduid.
    58 - Schuilnaam voor Hercule Girard, baron van Charnacé.
    59 - Schuilnaam voor Ludwig Camerarius, Zweeds gezant in Den Haag; Van Reigersberch heeft erboven geschreven: Cam.
    60 - Zie hierover no. 2381, p. 379 en n. 14 aldaar.
    61 - Eberhard III.
    62 - Ludwig Heinrich; zie no. 2318, p. 287 n. 3.
    63 - John Scudamore.
    64 - William Laud, aartsbisschop van Canterbury.
    65 - De Leidse theologie-professor André Rivet.
    66 - Isaac Casaubon; zie over de uitgave van diens brieven no. 2381, p. 380 n. 4.
    67 - Willem de Groot.