eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    228

    4616. [1640 april 23]. Van Maria van Reigersberch1.

    Den brief aan de Koninginne van Bohemen2 heb ik haar zelve zaturdag gegeven. Zy hadde ook brieven van den Keurvorst3 ontfangen, waar by hy zich zeer van U E. bedankt. De Koninginne heeft my gebeden, dat ik U E. zoude van harent wegen groeten en bedanken, zoo doet ook de Princesse Elisabet4, verzoekende beide, dat U E. myn Heer den Keurvorst in alles gelieft behulpelyk te zyn, dat gy hem ook wilt helpen raden, wat hy behoort te doen. Daarenboven bid de Koninginne, en de Princesse, dat gy de moeite gelieft te nemen om te schryven, aan den Aartsbisschop van Kantelberg5 met goeden inkt, en met goede redenen, gelyk gy dat wel zult konnen doen, den Bisschop radende, dat het voor hem en het Ryk dienstig is, dat de genen, die zyne vyanden zyn, zien, dat hy niet meer voor Spanje is, dan hy behoort te zyn, en dat hy geen andere inzichten heeft, dan de getrouwheit, die hy schuldig is: ook dat zyn oogmerk niet is de Paapsche Religie in Engelandt in te voeren, gelyk velen uitstroien. 't Is waar, dat de Koninginne veel vrinden in Engelandt heeft, en die ziende, dat de Aartsbisschop het voor haar zoude willen doen, zouden misschien helpen, dat de zaken van Schotlandt een geheel andere cours zouden nemen, dan zy nu doen. In somma U E. moet den Aartsbisschop, zoo het mogelyk is, doen verstaan, dat het voor zyn verzekering nodig is. De Princesse heeft my gezeid wel te weten, dat U E. zeer veel credyts by den Aartsbisschop heeft, en dat zy wel weet, dat de Bisschop meer door uwe recommandatie met reden bekleet zal doen, dan voor iemant anders. Ik bidde U E. doe al wat gy kond, gy zult een goet werk doen. Zy vrezen dat Vrankryk niet licht van Beieren zal zyn te trekken, immers niet voor zoo veel als de keur belangt; en gelooven wel, dat zy den Keurvorst wel eenigzins zouden willen stellen in eenige plaatsen van zyn Landt, als zy daar mede te vreden waren. Doch de Keurvorst kan dat wel krygen uit de handen, daar het nu in is.

    Notes



    1 - Gedrukt Brandt-Cattenb., Leven II, p. 248; Br. Maria v. Reigersb. (ed. Vollenhoven-Schotel), p. 162; Br. Maria v. Reigersb. (ed. Rogge), p. 237; zie voor de datering Brandt-Cattenb. t.a.p.
    2 - Elisabeth Stuart, weduwe van Frederik V, keurvorst van de Palts - de ‘Winterkoning’ - en gewezen koningin van Bohemen. Grotius' brief aan haar ontbreekt.
    3 - Karl Ludwig van de Palts.
    4 - Elisabeth van de Palts (1618-1680), oudste dochter van Frederik V van de Palts en Elisabeth Stuart.
    5 - William Laud, aartsbisschop van Canterbury.