eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    568

    6441. 1643 september 22. Van C. de Groot.1

    Monsieur,

    La lettre que je vous envoye, vous tesmoignera comme j'ay eu le bonheur de veoir le veritable Grison, lequel m'a assisté de ses sages conseils, fruicts de tell'aage et de telle erudition. Avant que d'arriver à Coire2 j'ay veu en passant un grand personnage, lequel vous honore fort et en cette consideration m'a fort bien receu et traitté et promis beaucoup d'assistance au dessein qui m'ammene, qui est un seigneur de ce[s] quartiers nommé Salis,3 qui a deux fils, capitaine[s] des gardes du roy tres chrestien,4 et luy-mesme esté longtemps mareschal de camp au service dudit roy. Il me faict esperer le passage par ces cantons sans qu'il m'en couste rien, à quoy personne de ceux qui font des levées n'a peu parvenir,5 le tout en vostre consideration. Si j'osois vous prier de quelque chose, ce seroit de luy en escrire un petit mot de remerciement.6 Sans doubte cela l'inciteroit encore davantage à me faire du bien. Monsieur Marini qui est grandement de ses amis le luy feroit tenir.

    J'arrive si tard et parts de si grand matin que je n'ay eu le temp[s] de m'enquester d'aucune novelle pour vous en faire, comme aussy de rendre mes debvoirs à ma mere, à laquelle je suis, comme à vous, monsieur,

    vostre tres humble et tres obeissant fils,
    C. de Groot.

    A Coire, ce 12/22 de Septembre 1643.

    Bovenaan de brief schreef Grotius: Rec. 15 Oct.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA, Eerste afd., coll. Hugo de Groot, aanw. 1911 XXIII no. 25, 21. Eigenh. oorspr.
    2 - Cornelis de Groot was op 7/17 september in Zürich aangekomen. Nadat hij hier zijn overgang in Venetiaanse legerdienst had besproken met de Zweedse resident Carl Marin, diens stadgenoot Georg Johann Peplitz en de Venetiaanse resident Domenico Vico, vervolgde hij op 9/19 september zijn reis.
    3 - Grotius had voorzien dat zijn zoon in Graubünden de assistentie nodig kon hebben van een betrouwbare voorspraak. Zelf had hij gedacht aan Fortunatus Sprecher von Bernegg (nos. 6374 en 6490). Zijn zoon liet aanvankelijk de aanbevelingen van Carl Marin zwaarder wegen en nam, toen hij in de buurt van de plaats Igis kwam, contact op met de Frankrijk zeer toegedane Ulysse de Salis-Marschlins (Rott, Hist. représ. dipl. V, p. 473).
    4 - Hercule de Salis-Marschlins (1617-1686) diende in het Zwitserse garderegiment van de koningen Lodewijk XIII en Lodewijk XIV; zie nos. 6103 en 6116. Over zijn broer is niets bekend.
    5 - Daniel II de Bellujon, baron van Coppet, was nog steeds met de autoriteiten in Graubünden in onderhandeling over het verlenen van een vrije doortocht aan de door hem in Zwitserland gelichte soldaten; vgl. no. 6428.
    6 - Aan dit verzoek voldeed Grotius in een schrijven van 20 oktober 1643 (no. 6489).