Mijnheer,
U Excellentz hooch aengenaemen van den 11.2 is mij den 19 deses wel behandicht worden; voor deselve seer werde comunicatie doe mij hoochelijcken bedancken.
Tsedert mijnen laetsten3 is hier weynich ofte niet schrijvenswurdiges passerende ende uyt Duytslandt is mij oock anders niet toecomen als hetgeene mij uyt Poomeren geschreven wordt, twelck soo weynich als het ick niet voorbij gaen willen u Excell. copiam4 daervan te oversenden.
Eyndigende ben u Excell. in de protectie des allmogenden trouwlijcken bevelende ende verblijve,
U Excellentzie dienst- ende vruntwilligen
Petter Spieringc van Norshollem.
's-Gravenhaagh, 20 Februarij 1640.
P.S. Van het accord tuschen sijn churf. Doorlucht. van Coln5 en de stadt van Luyck ende hoort men noch gants niet.
Boven aan de brief schreef Grotius: Rec. 1 Martij.