Mijnheer,
U Excellentie seer waerden ende hoochaengenaemen van den 8ten deser2 is mij den 15 selviges wel geworden. Bedancke mij ten hoogsten voor de geduyrende goede comunicatie.
Daerentegens vallen de materiën deser tijt van geener wurden dan men hier d'opinie heeft, dat sijn Hooch.t den heere prince van Orangiën opbreecken ende het leger naer de garnisoenen destineren sal.
Uyt Duytsland heeft men tsedert mijnen laetsten3 sonderling niet dan dat men bij goede hoope was verharren, terwijlen met de jungste brieven uyt Ceulen geadviseert wordt, dat sijn Excell.tz den heer general Bannier4 over de 2000 musquettiers ende 1000 wagens met proviand gelaeden commende van den Weserstroom hadde becommen. Ettelijcke brieven melden oock van 600 ruyters onder commandement van sijn coninckl. May.ts onsterffligster memorie Gustavi soon5. Alsoo van dese tijdinge alles goets te verhoopen is, soo verhoope Godt allmachtig ons met goede successen in de eerste brieven sal begaven.
Mij werd in vertroulijckch.t gecomuniceert, dat de heeren ambassadeurs6 schrijven. In Sweden vint men meer obstackel als men hadde gemeynt ende eyst men in cas van renovatie van 't tractaet van Ao 147 groot gelt-secours, wordende van de croone swaermoedich daertoe tegemoet gevoert veele wichtige redenen, daerop nochtans vanwegen deser zijde all vrij wat viele te seggen. Ende zijn met groote pompe voor het huys ende
519
logement van onse ambassadeurs gedraegen 175 standarten, onlancx van de keysersche in Duytsland verovert.Ick en twijffele niet, off u Excell.tz sal alles naer sijn hoogste wijsheyt wel weeten te mesnageren, waermede verblijve naer u Excell.tz in de protectie bevolen hebbende,
u Excellentie dienst- ende vruntw.
Haagh, den 17 7bris 1640.
Boven aan de brief schreef Grotius: Rec. 27 Sept.