Mijnheer,
Hoe de complaincte2 zal zijn afgeloopen, zal i'ck bij uwe Ed. goede gelegentheit garen verstaen. 't Is zeecker dat bij de Vereenigde Nederlanden grootelijcx is verzuimt in het waernemen van de goede occasie, door de Swedische oorloge geboren, om haere oude vrijheit in de Zond weder te becomen.3 Dewijl den coning van Denemarcken niet en is gebleven binnen de termen van het laetste verbont met de Vereenigde Nederlanden gemaect,4 zoo connen de Nederlanden oock pretenderen haer te mogen stellen op den oude voet,5 waertoe Zwede haer zal helpen zoo zij willen.
De opinie van Hollant aengaende 't volck van de landgravinne accordeert met de opinie van Swede ende Vrancrijck. Men moet met alle manieren die princesse, die alleene aen onze zijde resteert van alle de Duitsche princen, houden in affectie ende in macht om wel te doen.6 Ick wil mede geloven dat mijnheer den prins van Orangie met-
723
tertijd ende verlies van veel geld ende volck meester zal werden van het Zas van Gent,7 doch twijffele off het effect zulcx zal zijn als gehoopt is geweest. Wij moeten zien van wat operatie zal zijn die afsnijding die nu bij de vijant werdt aengevangen.8 Zoo de zaecken in Brasyl niet beter en gaen als voordeze, zullen de bewinthebbers met het wederroepen van graef Maurits weinigh eer behaelen.9Van Laers opinie,10 dewelcke schijnt dezelve te zijn met de cameronisten11 alhier, impliceert evidente contradictie. Want zoo die particuliere genade niet noodigh en is, zoo connen eenige zaligh werden die niet uitvercoren en zijn. Zoo die noodigh is, zoo is die generale die men genoechzaem noemt, niet genoechzaem.
10 Septembris12 1644.
In dorso schreef Reigersberch: Broeder de Groot, den 10 Septemb. 1644 uyt Paris.