eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    153

    4006. 1639 maart 7. Van J. Blaeu1.

    Mijn Heere,

    Sedert de doodt van mijn' vader sal.2 hebben wij niet nieus bij der handt willen nemen, maer alleene afdrucken hetgheene bij zijn' leven begonnen was tot effener scheyding van ons erfgenamen.

    Nu zijn wij met die dingen eerst ten eynde en heb een van uwe tractaten3, aen domino Courcelles4 ghesonden, aengevangen; hadde wel ghehoopt een proef daervan neffen desen te senden, maer heeft noch niet konnen zijn. 't Is vastelavont, de naeste reyse heeft uwe E. zulcx te verwachten.

    Ick zoude oock weder drucken uw' boeck De Iure belli et Pacis5 in 8o, also uwe exemplaria verkoft zijn, maer hebbe goedt ghedacht uwe E. bevoren zulcx te verwittighen, oft uwe E. yets moght hebben daerinne te veranderen oft vermeerderen, welck ick versoecke dat uwe E. mij met een woordt per dominum Courcelles ghelieve te laten weten, om mij naer te reguleren.

    Blijve ondertusschen die ick altijt ben gheweest en sal blijven, Mijn Heere,

    Uwer E.D.w.
    J. Blaeu.

    In Amsterdam, aen VIJe Martij 1639.

    Adres: Cl. V. Hugoni Grotio.

    In dorso schreef Grotius: 7 Martij 1639 Blaeuw.

    Notes



    1 - Hs. Leiden, UB., coll. Pap. 2. Eigenh. oorspr. Schrijver is Dr. Johan Blaeu, zoon van de Amsterdamse uitgever Willem Jansz. Blaeu en samen met zijn broer Cornelis participant in de uitgeverij.
    2 - Willem Jansz. Blaeu was gestorven op 21 oktober 1638.
    3 - Commentatio ad Loca quædam N. Testamenti quæ de Antichristo agunt, aut agere putantur, expendenda ervditis. Amstelodami, Apud Ioh. & Cornelivm Blaev, MDCXL.
    4 - Etienne de Courcelles.
    5 - Hvgonis Grotii de ivre belli ac pacis libri tres, In quibus jus Naturae & Gentium, item juris publici præcipua explicantur. Editio nova cum Annotatis Auctoris. Accesserunt & Annotata in Epistolam Pauli ad Philemonem. Amsterdami, Apud Ioh. & Cornelivm Blaev. MDCXLII; Ter Meulen-Diermanse no. 571.