eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    4952A. 1640 december 1. Aan [P. Spiring Silvercrona].1

    Veele tijdingen hier in Vranckrijck levert ons desen winterschen tijt niet dan van nieuwe lasten die ons het derde part van de waerde van alles dat wij coopen sullen coomen te verhoogen ende van de veranderinge van de cours van 't geldt, die oock apparent is veele schaeden aen particulieren aen te brengen. De meeste discoursen vallen op de saecken van Italië ende Catalogne. In de saecken van Italië syen wij niet claer, maer hooren dat de heer Mazarini naer veele handelinge gevallen in Piedmont is gegaen nae Rome. Eenige stroyen uyt dat den cardinael van Savoye in 't bijsonder [onderhandelt] sonder den prince Thomas, 'twelck alle verstandigen oordeelen te zijn buyten apparentie.2

    Van de Catalans sal ick seggen vooreerst wat daervan hier werd uytgegeven. Dat Ville Plane, een van de Catalans,3 heeft aen den prince van Condé4 gebracht een voorslaegh van een tractaet om aen den coninck alhier gesonden te werden.5 Dat den hoochgem[elten] prins van Condé send 4 regimenten voetvolck, twee te paerd om eenige plaetsen te bewaeren op 't versoeck van de Catelans ende deselve te instrueeren in 't stuck van oorlogh, tot welcker betaelinge de Catelans 60000 croonen souden hebben gesonden op de frontieren, ende hebben in de publycke coffers te Barcelone booven den rijcdom van de particulieren 18 millionen gouts, 60000 man in actie verdeelt in 4 deelen ende die ververscht werden elcke maendt. Dat de geestel[ijcken] dese waepenen approbeeren ende de monicken daer-

    511

    voor predicken. Dat het hooft van dese licque is Paolo Rossi,6 een man van geslacht, verstandt ende middelen. Dat de Catelans sijn geresolveert dese saecken ten uytersten te vervolgen, omdat zij te Barcelone ten tijde als de vice-roy is omgebracht,7 seggen instructie gevonden te hebben van om te doen brengen de principaele van Barcelone ende in Perpignan alle de gemeente, voorts alle de Catalans over te brengen in andere verlaetene plaetsen van Spagne. Twee Catalansche coopluyden sijn gecoomen te Marseylle met 100000 croonen om buspoeder ende waepenen te coopen. Dit werdt hier soo op 't breedste uytgestroyt ende smaect wel aen de gemeente, die daeruyt verlichting verwacht.

    Die advisen hebben seggen ons uyt die quartieren dat den coninck van Spagnie met een seer aensienlijck leeger, insonderheyt van ruyterije, binnen een maend door de pas van Tortosa, die hem open is doordien [die] stadt des conincks van Spagnie partij heeft genomen, sal sijn in Catalagne. Dat den meesten adel, die gemeenlijck haer voordeel niet en vinden in populaire regeeringen, toonen ongenuegen in de actie van de directeurs in Barcelone, die daer sijn als de Staeten-Generael in Den Haghe. Ende dat elckeen van denselven adel soeckt sijn accord in 't bijsonder te maecken, gelijck eertijts in Braband ende Vlaenderen is geschiet.8 Sulx dat te beduchten staet off niet de schryck van 't leeger, 's conincx van Spagnie presentie aen d'eene, de belooften ende presentatiën aen d'andere zijden verdeeling in dat nieuw lichaem sullen veroorsaecken.

    Voorder verstaen wij hier dat don Francisco di Melo,9 die vanwegen den coninck van Spagne is bij den keyser, spreeckt veele van vreeden te maecken, ende dat den hertoch van Beyeren10 seyt dat hij gaeren wil verstaen tot accomodatie in 't stuck van de Pals ende aenneemen tot middelaers soo den coninck van Dennemarcken als de churfursten. Leganes11 is geaccordeert met de Switsers ende sal de compagniën van die natiën gebruycken in ['t] Milanees. In de Grisons bersten d'oude onlusten weder uyt, sooverre dat de soon van Pompeio Planta eene sijnen neeff, Planta de Smidberg genoempt, de cop met een Hungarisch[e] bij[l] heeft ingeslaegen.12 Te Constantinoplen is een ambassadeur van den Grooten Mogor.13 Men seyt daerbij dat den ambassadeur van Constantinople, gaende nae Moscoviën met last om tegen de Poolen yet voor te slaen, bij de Poolen onderweegen is gevatt ende daerdoor sijne last ontdeckt.14

    512

    Men spreeckt hier van de heer Eerlach15 recompense te geeven om affstand te doen van het gouvernement van Brisacq, ende Offenburg ende Dolen te belegeren tegen het toecoomende jaer, ende van den hertoch de La Force ende sijnen soon16 te senden in plaetse van den hertoch van Longeville.17

    Bovenaan de copie staat: Paris, den 1 December 1640.

    Notes



    1 - Hs. Stockholm, RA, Extranea 24, copie. Vgl. no. 4952 (dl. XI). Naar alle waarschijnlijkheid betreft het hier een door Spiring naar Stockholm verstuurd afschrift van de Nederlandstalige nieuwsbrief die Grotius zijn Hollandse correspondenten Reigersberch en Spiring op deze dag deed toekomen. Zie voor de door Grotius vermelde nieuwsfeiten ook de andere brieven van 1 december 1640 (nos. 4949 en 4951 (dl. XI)). Beantw. d. no. 4965 (dl. XI).
    2 - Onderhandelingen van Maurizio en Tommaso Francesco van Savoye, schoonbroers van Christine de France, hertogin van Savoye, leidden in 1642 tot een overeenkomst met Frankrijk.
    3 - Francisco de Vilaplana, commandant van het leger in Catalonië.
    4 - Henri II de Bourbon, prins van Condé.
    5 - Het verdrag van de opstandige Catalanen met Frankrijk werd op 16 december 1640 te Barcelona ondertekend (Sanabre, La acción de Francia en Cataluña, p. 110-112 en p. 638-641).
    6 - Paolo (Pablo) de(l) Rosso, deken (deán) van de kathedraal te Barcelona.
    7 - Dalmacio de Queralt, graaf van Santa Coloma, vice-koning van Catalonië, was op 7 juni 1640 om het leven gebracht (Diccionario de Historia de España III, p. 377-378).
    8 - In de periode na de pacificatie van Gent (1576) verzoenden veel conservatieve edelen zich met koning Philips II, uit afkeer van de calvinistische volksbewegingen in de Zuid-Nederlandse steden. Vgl. H. Grotius, Annales et Historiae de rebus Belgicis, Amsterdam 1657 (BG no. 741), p. 64.
    9 - Francisco de Melo, graaf van Assumar.
    10 - Maximiliaan I, keurvorst van Beieren.
    11 - Diego Felipe de Guzmán, markies van Leganés, Spaans gouverneur van Milaan.
    12 - Een relaas van de moord op Rudolf Planta von Steinberg, beraamd door diens neef Rudolf, een zoon van Pompeius Planta († 1621), verscheen enkele dagen later in de Gazette de France (Gazette 1640, no. 151, dd. 4 december 1640).
    13 - Behadir-Ghiraï, groot-mogol der Krim-Tartaren.
    14 - Ofschoon het diplomatieke overleg tussen Warschau, Moskou en Constantinopel in deze jaren door talrijke incidenten verstoord werd, vindt dit bericht in de bronnen geen uitdrukkelijke bevestiging. Wel is er in het begin van 1640 sprake van een naar Rusland gereisde Turkse ‘tschaousch’ (gezant), die tegenover tsaar Michael Fedorovitsj ‘barbaro fastu’ de macht van Murád (Amurath IV) roemde en dreigde dat de sultan Moscovië zou vernietigen als aan zijn eisen niet werd voldaan. De tsaar antwoordde de gezant op overeenkomstige manier: ‘Ad haec verba surrexit dux Moschoviae et tergo obverso nuntio elevata aurea veste, nuda ostendit posteriora dicendo: Hoc tibi et tuo domino’. Later in hetzelfde jaar werd een Poolse gezant door de Turken vastgehouden en in het voorjaar van 1641 volgde de arrestatie van een Turkse gezant, die in Danzig zou hebben gespionneerd (A.S. Radziwill, Memoriale III, p. 2, 26-27, 45 en 51). J. de Hammer, Histoire de l'Empire ottoman X, p. 13 en XVII, p. 152, vermeldt ten slotte voor het jaar 1642 een Russische ambassade ter verontschuldiging van de moord op een ‘tschaousch’ die een missie naar Moskou ondernomen had.
    15 - Johann Ludwig von Erlach, generaal-majoor in het Weimarse leger, gouverneur van Breisach.
    16 - De protestantse ‘maréchal de France’ Jacques-Nompar de Caumont (1559-1652), hertog van La Force, en diens zoon Armand-Nompar (ca. 1580-1675), markies van La Force.
    17 - Henri d'Orléans, hertog van Longueville, had na het overlijden van hertog Bernhard van Saksen-Weimar († 18 juli 1639) het commando over de Frans-Weimarse legers in Duitsland overgenomen. In het najaar van 1640 werd hij door ziekte belet zijn taak voort te zetten (no. 5681 (dl. XIII)).