eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    775

    6600. 1643 december 19. Aan N. van Reigersberch.1

    Mijnheer,

    Het duel dat hier geweest is tuschen den hertogh van Guise ende monsieur de Coligny2 is een gevolch van de voorgaende misverstanden tusschen de princesse van Condé als moeder van de hertoginne van Longueville ende de hertoginne van Mombason3 gesteunt door het huis van Lorraine, welcke onlusten zoo diep zijn gewortelt dat meerder gevolch daeruit is te vresen, gelijck eertijds tuschen de huizen van Orleans ende Bourgogne.4 Den hertogh van Orleans,5 eerst geweest zijnde schoonbroeder van den hertogh van Guise, nu weder getrouwt aen het huis van Lorraine, waeruit die van Guise zijn gesproten, treckt de zaecke ter harte ende zoude dit, nevens eenige ongelucken van Vrancrijck, wel mettertijd de zaecke connen disponeren tot een paix, hoeveel andere mede machtigen daertegen zijn.

    De opinie van de qualiteiten van d'heer Pauw6 moet groot zijn bij deghenen die hem met zooveel moeite uit den hoeck haelen. Die de meeste aenbinders zijn geweest in Hollant tot dien cours die bij alle de steden is genomen, mogen wel toezien om dien bandt vast te houden; zullen anders groot peryckel loopen. De corruptiën zijn lichter heel af te snijden dan te maetigen, want de maet die aen elcx interpretatie hangt loopt zonder maet ende de ruimgestelde maecken het de naewbezetten haest moede. 't Is wel te geloven dat de ambassade vandaer naer Engelant7 zal uitgestelt werden totdat men naerder ziet in de besoigne van den grave van Harcourt; die traech geschapen is voort te gaen gelijck oock die van milord Goryn8 alhier om de difficulteiten die in Engelant vallen op de ligue offensive. Ick meen de apparentie voor des conings zaecke beter is als voor het parlement ende dat men hier niet gezint en is het parlement zoo te qualificeren gelijck zij willen, alzoo dat waer van groote consequentie.

    Hoe de zaecken nu staen in Oost-Indië tusschen de Portugezen en de Hollanders zal ick zeer gaeren leeren mettertijd. Ende ben blijde dat de zaecken van de zee, waeraen Hollant ende Zeelant meer als aen de conquesten te landen is gelegen, werde[n] behartight nae behooren.9

    776

    In mijne brieven aen anderen zal ick letten niet te breed te gaen.10 D'heer Spierinck crijgt oock advysen van monsieur Heufd, van Parent, advocaet alhier van de religie,11 ende van Sweden die hier zijn. De discoursen van monsieur Godefroi12 waeren anders hier als daer in Hollant. Hier sprack hij dat de regiering tot haere zeeckerheit het oorloge van doen hadde. Daer spreect hij van genegentheit tot trefves, omdat anders de ligue die zij voorhebben niet veel en zoude voortgaen.13 Tot noch toe zie ick hier de zaecken noch in gelijck ick voordezen geschreven heb, maer continuatie van ongelucken ende de resolutie die den hertogh van Orleans mettertijd zoude connen nemen,14 zoude mogen veranderinge veroorzaecken.

    19 Decembris 1643.

     

    Vier aide des camps zijn gevangen ende ten deel gevallen aen de Beyerschen. Men meent mijne jongste zoon daeronder zoude mogen zijn.15 Van hem hebben wij, naedat de Françoisen Rotwiel naemen, geen schrijven nochte zeeckerheit. God geve het beste.

    De Beyerschen ende Lorrainsche zeggen16 dat den cardinael Mazarini wat beter coop zal geven, hebbende voordezen de coninginne-regente verzeeckert dat hij de vijanden zoo gedwee zoude maecken dat zij de paix zouden aennemen, al waer het dat hij maer een van zijne laquaien met een billet zond nae Munster. Daer en is geen nieuw tractaet gemaect tusschen Vrancrijck ende Swede, maer alleen acte gegeven ter wederzijde17 dat men versta[e]t dat de tractaten voordeze gemaect blijven in haer geheel als raeckende niet alleen de personen, maer oock de rijcke. Maer Swede bij voorgaende conventiën heeft macht, zoo Vrancrijck lust heeft tot het oorlogh, haer vrede te maecken. Doch dit is secreet.

    In dorso schreef Reigersberch: Broeder de Groot, uyt Paris, den 14 [sic] Decemb. 1643.

    Notes



    1 - Hs. Amsterdam, UB, coll. RK, H 34i. Eigenh. oorspr. Niet ondertek. Antw. op no. 6582.
    2 - Het duel tussen Henri II de Lorraine, de huidige hertog van Guise (vgl. n. 5), en Maurice de Coligny, had op 12 december plaatsgevonden; zie nos. 6597 en 6601.
    3 - De partijstrijd aan het hof was ingeleid door Marie d'Avaugour de Bretagne, hertogin van Montbazon, die op 5 of 6 augustus aantoonde dat Anne-Geneviève de Bourbon, hertogin van Longueville, in correspondentie stond met Maurice, de oudste zoon van Gaspard III de Coligny, hertog van Châtillon.
    4 - Henri II de Bourbon, prins van Condé, gouverneur van Bourgondië, en zijn echtgenote Charlotte-Marguerite de Montmorency namen de kritiek van het rivaliserende huis van Lorraine-de Guise op hun dochter Anne-Geneviève hoog op; zie nos. 6353, 6365 en 6378.
    5 - Gaston van Orléans huwde op 6 augustus 1626 Marie de Bourbon († 4 juni 1627), hertogin van Montpensier. Zij was een dochter van Henri de Bourbon († 1608), hertog van Montpensier, en Henriette-Catherine de Joyeuse (sinds 1611 echtgenote van Charles de Lorraine, hertog van Guise) (G. Dethan, Gaston d'Orléans, p. 71-73). Sinds 3 januari 1632 was Gaston van Orléans in de echt verbonden met Margaretha, zuster van hertog Karel IV van Lotharingen. Dit huwelijk kreeg pas op 6 mei 1643 de zegen van koning Lodewijk XIII.
    6 - De Hollandse rekenmeester dr. Adriaen Pauw was voorgedragen voor een plaats in de Staatse delegatie ter vredesconferentie (Poelhekke, De Vrede van Munster, p. 122-123). Aan de zoon van zijn rechter Reynier Pauw bewaarde Grotius geen goede herinneringen.
    7 - Ambassadeur Albert Joachimi en de extraordinarii Willem Boreel en Johan van Reede van Renswoude hadden zich voorgenomen om een afwachtende houding aan te nemen. Zodra het Engelse Parlement geen vertrouwen meer wilde schenken aan de vredesmissie van de Franse ambassadeur Henri de Lorraine, graaf van Harcourt, aanvaardden zij de reis (18 januari 1644) (CSP Ven. 1643-1647, p. 51 en p. 54-55).
    8 - In opdracht van koning Karel I trachtte lord George Goring de Franse regering te winnen voor het aangaan van een nauwer verbond (CSP Ven. 1643-1647, p. 59 en p. 80).
    9 - Holland en Zeeland brachten het geld bijeen om de patrouillediensten op de Noordzee effectief uit te voeren.
    10 - Kardinaal Jules Mazarin had zich gestoord aan de politieke uitspraken van de Zweedse resident in Den Haag; vgl. no. 6582 n. 14 en 15.
    11 - Johan Hoeufft, de beheerder van de Frans-Zweedse subsidiekas in Parijs, en de advocaat Parent (no. 4222 (dl. X) en no. 4950 (dl. XI)). In de depêches van Petter Spiring Silvercrona aan Axel en Johan Oxenstierna vindt men in de bijlagen een grote verscheidenheid aan afschriften van nieuwsbrieven uit Parijs; vgl. Stockholm, RA, Extranea III, Frankrike, en E 1014 - E 1015 (Een rondgang langs Zweedse archieven, p. 79 en p. 162-163).
    12 - Het Frans delegatielid Théodore Godefroy was door Grotius bij zijn zwager aanbevolen; zie nos. 6488, 6567 en 6582.
    13 - De Franse gevolmachtigden Claude de Mesmes, graaf van Avaux, en Abel Servien, graaf van La Roche-des-Aubiers, hadden op 9 december het standpunt van hun regering over een nieuwe Frans-Staatse ‘alliantie offensive ende defensive’ aan de Staatse onderhandelaars uiteengezet.
    14 - De hertog van Orléans beriep zich op de waardigheid van generalissimus van de Franse legers; zie no. 6601.
    15 - De krijgsgevangen gemaakte Frans-Weimarse ‘aide de camp’ Dirk de Groot was overgebracht naar de universiteitsstad Tübingen; vgl. nos. 6542 en 6599.
    16 - De hertogen Maximiliaan I van Beieren en Karel IV van Lotharingen probeerden politieke munt te slaan uit de Frans-Weimarse nederlaag bij Tuttlingen (24-25 november 1643).
    17 - Het op 28 juli/7 augustus 1643 door koningin Christina bevestigde Frans-Zweeds subsidieverdrag van 30 juni 1641; vgl. nos. 5308 (dl. XII) en 6350.