eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    6813. 1644 april 16. Aan W. de Groot.1

    Mi frater,

    Velim sane et Mileterii libros et alios ad pacem facientes ad vos copiose adferri,2 ut quibus talia cordi sunt legant, examinent, adiuvent. Scio haec Santris3 non placere. Sed brevis est haec vita. Cogitanda aeternitas et quod ei maxime placeat qui solus eam potest dare. Qui hic nunc in rerum gubernaculis versantur,4 occupati rebus magis urgentibus5 non multum Mileterium adiuvant. De domino Salmasio6 si quid propius intelligis, fac

    320

    sciam. Gratulor tibi de advocatione principis. Est id tibi honorificum.7

    Non Vindocinensis tantum abest,8 sed et ad eadem loca recepit se dux Bulionius, nolens de Sedano depacisci. Omnino videntur motus esse in partitudine. Pacis inter Romam et adversae partis foederatos magis magisque spem perdimus, sed brevi momento magnae ibi mutationes evenire possunt. Ego de nostra cum Danis controversia nihildum locutus sum in publico, quia mandata nulla adhuc accepi.9 Causae publicabuntur pro eventis. Batavi, ut solent, controversiam hanc volunt vertere in usus suos, quod et poterunt non nolente Suedia sub aequis legibus.10 In Anglia magna est partis utriusque pertinacia. Quantum tamen humanis iudiciis assequi licet, res regis non optimo sunt in loco, tot Scotis in Angliam regressis et vix ullo contra apparente auxilio. Unde enim? A papa? Ab imperatore? A rege Hispaniae? A Dano? Omnes negotium habent. Gallia etiamsi negotium non habeat, tamen nolit.11 Ego etsi video res Suedicas satis ire prospere, tamen non desino pro pace vota fundere.

    Mitto quaedam ad Latium pertinentia; utatur qui volet.12 Didericus13 dubitat cui exercitui se velit addere.14 Magna hic parantur, sed multa in speciem magis quam re valitura. Nostrorum in Daniam processus et Ragotskius15 plus hoc anno Galliae proderunt quam aut virtus Gallorum aut prudentia.

    Deus te, tuam, tuos servet,

    tibi obligatissimus frater,
    H. Grotius.

    Lutetiae, 16 Aprilis 1644.

    Notes



    1 - Gedrukt Epist., p. 966 App. no. 700. Antw. op no. 6799, beantw. d. no. 6833.
    2 - Grotius wilde meer ruchtbaarheid geven aan het werk van verzoeningsgezinde theologen als Théophile Brachet de La Milletière en Philippe Codurc.
    3 - De calvinisten die de Haagse hofsecretaris Constantijn Huygens in de zomer van 1642 hadden bewogen tot het schrijven van een waarschuwing aan Grotius onder het pseudoniem ‘Santra Salebrosus’; zie no. 5761 (dl. XIII).
    4 - Richelieu steunde de propagandisten van de kerkhereniging (R.J.M. van de Schoor, De irenische theologie van Théophile Brachet de La Milletière, p. 18-27).
    5 - In de actualiteit stond thans het debat over de memorie De la fréquente communion van de jansenistische theoloog Antoine Arnauld.
    6 - De Leidse hoogleraar Claude Saumaise zocht erkenning van zijn bijzondere status van edelman-geleerde.
    7 - Willem de Groot was in maart aan het stadhouderlijk hof ontboden om met andere advocaten een advies uit te brengen over de loop van de Oude Maas.
    8 - Deze berichten komen ook voor in Grotius' nieuwsbrieven van 16 april.
    9 - Tegen het einde van deze maand verscheen de ambassadeur toch aan het hof om een verklaring over de oorzaken van de Zweeds-Deense oorlog af te leggen; zie no. 6838. Twee maanden later liet hij zich wederom bij de regentesse aandienen, nu voorzien van de volmachten die hem in de tweede week van juni door de Zweedse koninklijke commissaris Marc Duncan de Cerisantes waren aangereikt (no. 6696).
    10 - De Staten-Generaal namen zich voor om als ‘neutrale partij’ de eigen handel en scheepvaart te bevorderen. In zekere zin kwam dit verlangen overeen met het Zweedse standpunt inzake de vrije vaart door de Sont en de Belt.
    11 - De Franse regering was teleurgesteld over het pro-Spaanse politieke klimaat in Oxford.
    12 - De aantekeningen ontbreken. In zijn brief van 2 april (no. 6792) had Grotius al enig commentaar verwerkt op de Responsio ad dissertationem secundam Hugonis Grotii, de origine gentium Americanarum van de geograaf Johan de Laet (BG no. 733 en BsG no. 214).
    13 - De thuiskomst van de Frans-Weimarse officier Dirk de Groot; zie nos. 6791 en 6803. Op 19 april dankte Grotius hertog Maximiliaan I van Beieren en diens hofraad Georg Johann Kütner (Küttner of Kitner) voor de verlossing van zijn jongste zoon uit krijgsgevangenschap; vgl. nos. 6659-6660, 6741-6742 en 6821-6822.
    14 - Waarschijnlijk hield de vader zijn zoon de voordelen van intrede in Zweedse legerdienst voor. Daarmee zou een oude wens in vervulling gaan; zie het postscriptum van zijn brief van 14 april 1640 (no. 4599 (dl. XI)).
    15 - De aanvalslust van de Zevenburgse vorst György I Rákóczi werkte in het voordeel van de Zweden en de Fransen.