Mijn Heer,
Alhier hout ment voor seker, dat de landtgraeffinne2 met den keijser3 geaccordeert is.
Den prins van Orangiën4, naardien hij in s'Hertogenbosch la Reijne-mère5 verwillekomt, so is hij na sijne armée getrocken; men seit, dat den cardinaal-infant6 hier 4 mijlen op de reegter hant van den prince van Orangiën hout ende
533
marcheert, also dat ick mij niet en can inbeelden, dat eene vaste belegeringe sal van dese sij sal voorgenomen werden.Wat ick wt Duytslant van tijdinge become gaet hierneffens7.
Hiermede sal ick blijven, mijn heer,
U.Ed. dienstwillige
Petter Spiering
van Nors Hollem.
Hage, aen 19 aug. 1638.
Adres: Aan Mijn Heer Mijn Heer Hugo de Groot, Ambassadeur van Haare May: en Croone Sweeden bij den alderchristelicksten Coninck tot Paris.
14 s.
In dorso schreef Grotius: 19 Augusti 1638 Spierinck.