eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    3732. 1638 augustus 19. Van P. Spiring1.

    Mijn Heer,

    Alhier hout ment voor seker, dat de landtgraeffinne2 met den keijser3 geaccordeert is.

    Den prins van Orangiën4, naardien hij in s'Hertogenbosch la Reijne-mère5 verwillekomt, so is hij na sijne armée getrocken; men seit, dat den cardinaal-infant6 hier 4 mijlen op de reegter hant van den prince van Orangiën hout ende

    533

    marcheert, also dat ick mij niet en can inbeelden, dat eene vaste belegeringe sal van dese sij sal voorgenomen werden.

    Wat ick wt Duytslant van tijdinge become gaet hierneffens7.

    Hiermede sal ick blijven, mijn heer,

    U.Ed. dienstwillige
    Petter Spiering
    van Nors Hollem.

    Hage, aen 19 aug. 1638.

    Adres: Aan Mijn Heer Mijn Heer Hugo de Groot, Ambassadeur van Haare May: en Croone Sweeden bij den alderchristelicksten Coninck tot Paris.

    14 s.

    In dorso schreef Grotius: 19 Augusti 1638 Spierinck.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA. Eerste afd. coll. Hugo de Gr. Aanw. 1911 XXIII no. 13. Orig. Eigenh. ondertek.
    2 - Amelia Elisabeth van Hanau-Münzenberg, landgravin van Hessen-Kassel.
    3 - Ferdinand III.
    4 - Frederik Hendrik.
    5 - Maria de Medici.
    6 - Don Fernando.
    7 - Ontbreekt.