eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    3745. 1638 augustus 27. Van P. Pels1.

    Mijn Heer,

    U. Ex.ce berichte mijn arrivement in Lubeck om met den eersten schepen naer

    546

    Dansick te seylen, vandaer ick niet en sall onderlaeten te adviseren, watter passeert.

    Ick en verlange niet alleen naer het arrivement van mijnen sohn2, maer insonderheyt, ofte sijnen persoon, dienst en natture u. Ex. aengenaem is. Als ick daernae bescheit sall hebben, soo sall ick mij met den loffsang Simionis3 troosten, want dat sall mij het grootste contentement sijn.

    De brieven uyt Polen seggen, dat de gedeputteerde4 van Dansick weder naer heuys waeren vertrocken, de Polsche commissaeren5 inde naeff (?) verschenen onverrichter saaecke en oneenigh geschayden, dat alles gedemiteert is op den aenstaenden rijxdagh van october. Den coning6 met de coniginne7 waeren geresolveert eene rayse naer Pragh en Weenen te doen ome haer may.t te congratuleren, ten principaele wegen lijffs indisposicie de waerme baeden te besoucken, medenemende 8 à 10 vremde colonnellen, daeronder den generall-mayor Bottler8. Desen tocht gift eenige ombrage.

    Salvius9 van Hamborgh heft hier an 2 van sijne bekende geschreven 2 à dry heuysen tegens de aenstaende maent van september te huren tot accomodacie van eenige heeren uyt Sweden omme de vredenstractaeten bij te woonen.

    Den coning van Dennemarcken10 heft den ambassadeur van sijne kay. may.t extraordinaere11 groote eere tot Gluckstatt bewesen en met even soo grooten contentement vandaer geschayden.

    De Sweetse armeen onder commando van Banier12 worden 25 d. starck geëstimeert, leggen ontrent Damning, occupeeren vast alle de verlaetene passen van de imperiale, die niet veel en importeeren en naer mijn ordeel geene apparencie van eenigen tocht in Slesingen ofte int rijck te doen. Kay. may.t13 saude seer tot den vrede genegen sijn.

    Over de restitucie vant Palatinaet wort seer sober gesprocken. De landgravinne van Hessen14 hebbe ick int passeren dor Groenningen gesalueert ende niet anders konnen vernemen, ofte is soo goet als met kay. may.t geaccordeert. Ick marcke well gerne trayneeren saude tot op eenen algemeynen vrede, maer haeren staet en sall dien tijt aff te wachten niet konnen toelaeten.

    547

    De Nederlanders van Hamborgh sijn met de statt geaccordeert, twelck sijne may.t van Dennemarcken gerne anders gesien hadde.

    Ick recommandere mij in u. Ex. goede gracie en blijve, mijn heer,

    u. Ex.cie diener
    Paulus Pels

    17/27 Aug.to 1638 Lubeck.

    Adres: A monsieur Monsieur Hugo de Groot, Ambassadeur de sa mayesté et Couronne de Swede, Paris.

    Boven aan de brief schreef Grotius: Rec. 17 Oct.

    In dorso: 27 Augusti P. Pels.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA. Eerste afd. coll. Hugo de Gr. Aanw. 1911 XXIII no. 16. Eigenh. oorspr.
    2 - Pieter Pels.
    3 - Lucas, 2, 29-33.
    4 - Gabriël Schumann en Christoph Ricci.
    5 - Zij waren veertig in getal, twee en twintig senatoren en achttien afgevaardigden.
    6 - Wladislas VII (IV) van Polen.
    7 - Cecilia Renata.
    8 - Niet nader geïdentificeerd.
    9 - Johan Adler Salvius, Zweeds gezant, residerende te Hamburg.
    10 - Christiaan IV.
    11 - Ferdinand Siegmund Kurz, vice-kanselier van Ferdinand III.
    12 - De Zweedse veldmaarschalk Johan Gustavsson Banér.
    13 - Ferdinand III.
    14 - Amelia Elisabeth van Hanau-Münzenberg, landgravin van Hessen-Kassel.