eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    3871. 1638 december 2. Van P. Pels1.

    Mijnheer,

    U. Ex.cie berichte ick2 de wedercompste van sijne may.3 int Polse rijck hebbende tot Nicolasborgh, 12 mijlen van Weenen, met den kayser4 gesprocken ende, hoewell dat men uytstroyt niet anders als publick, soo ben ick seekerlijck bericht, datt se well 10 uren alleen cabinet gehauden hebben.

    Sijne may. van Polen heft an de principale palatini versocht eenen rijxdagh uyt te schrijven op naervolgende 4 puncten:

    1.
    wegen de begeerde assistencie van den grootvorst van Moscou5 tegens den Turck.
    2.
    renforssement tegens de gerebellerde Cosaacken;
    3.
    lossinge van prins Casamirus6 in Vranckrijck;
    4.
    reparacie vant affront in de saacke van Dansick.

    725

    De palatini treckent in groote consideracie en discoureeren als volgt:

    opt. 1 dat den vrede met den Turck7 geene solonnelle assistencie en kan lijden;

    op 2. dat men het regement van Den Hoff8 met assistencie van die quarceani tegens de Cosaacquen sonder rijxdagh well kan gerenforceeert worden;

    op 3. dat prins Casamirus couverto sonder raet en kennisse uyt het rijck is vertrocken, moet alsoo vor hem selven sorgen; ist omme wat gelts te doen, men kan sijne may.t tegemoet kommen;

    op 4. dat men ome de stadt Dansick met vremde soldaeten geene orlogge en heeft aen te vangen, daer dan bij compt de rayse van sijne may. in Oostenrijck, die groote onbrage veroorsaackt ende ordeelen de militayre persoonen soo haest en sall den vrede van Deuytsland niet gemaekt sijn ofte de imperiale armee sall den coning van Polen overgelevert was.

    Naer dat sijne may.t van Polen int rijck kommende het verlies van de battayle in Westphaelen vernommen en dat palsgraff Robrecht9 gevangen, soo heft den commissareys Geraerd Denn Hoff10 naer Weenen an den kayser gesonden, ofte die niet en saude tegens Casamirus gelost worden.

    De Spiringen11 sijn van Coninxberg weder naer Warschauw vertrocken en, naer dat men mij vandaer bericht, sijn soo wijs gespedieert als sij daer sijn aenkommen, maer sij geven vor van groot contentement te hebben, dat ick ooc ten deele geloove.

    Watter passeert, sall ick U. Ex.cie adviseren en mij sall aengenaem sijn altemets oock een brieffken van Parijs te sien. Ick hoore, dat het beeldt van Nostre Dame à l'église de Nostre Dame groote miraculen doet.

    Ick recommandere mij in U. Ex.cie goede gracie en blijve, mijnheer,

    U. Exelencie diener
    Paulus Pels.

    Dansick, 2 Xcemb. 1638.

    Adres: A monsieur Monsieur Hugo de Groot, Ambassadeur ordinayre de sa may. et Couronne de Swede Parijs.

    Boven aan de brief schreef Grotius: Rec. 13 Ian.

    In dorso: 2 Dec. 1638 P. Pels.

    Notes



    1 - Hs. Den Haag, ARA. Eerste afd. coll. Hugo de Gr. Aanw. 1911 XXIII no. 16. Eigenh. oorspr.
    2 - No. 3853 dd. 18 november.
    3 - Wladislas VII (IV) van Polen.
    4 - Ferdinand III.
    5 - Michael III Fjodorowitsj Romanow.
    6 - Jan II Kazimierz.
    7 - Murád (Amurath IV), sultan der Ottomanen.
    8 - Ik heb niet vast kunnen stellen of het hier Gaspar, Gerhard of Herman von Dönhoff betreft. Met ‘quarceani’ wordt het huurleger - wojska Kwarciane - bedoeld.
    9 - Ruprecht van de Palts.
    10 - Gerhard von Dönhoff (1590-1648), Pools officier en diplomaat.
    11 - Voor hun namen zie men no. 3468, p. 108 n. 2.