74
Mijn Heer,
Men prepareert sich hier om wat groots ter zee te doen, waertoe vijf hondert duisent croonen sijn gedestineert. Veertich schepen bequaem om in de Noordzee gebruict te werden, met twaelff brandschepen ende eenige fleuten om voetvolck te voeren. Tot de Middellandsche Zee werden gereed gemaect vijftien galeien ende thien andere schepen. Waerhenen dit wil, wert verscheidelijck gediscoureert. Men spreect oock van 't oorlogh te voeren in 't graefschap van Rossillon bij Navarre ende daertoe te gebruicken den hertogh de la Force2 ende in Italië den graef van Soissons3, met welcke offre den hertogh van Longueville4 wert gesonden nae Sedan.
Ruisseau5, die van hier met gelt nae Hanou was gesonden, is te Francfort gearresteert.
Die van Alger in questie gecomen sijnde met de Fransoisen om eenige gevangenen hebben het Bastion de France, dat de Fransoisen daerontrent tot haere ende des handels verseeckerheit hadden gemaect, te neder geworpen, soodat sij nu in openbaere vijandschap sijn.
Lopes6 wil hier doen geloven, dat de Portugesen tegen de Castillanen te water geslagen hebben ende dat de predickers het volck in Portugael seer ophitsen.
De opinie blijft van des coninginnes7 grootgaen.
De Palsgraven8 hebben noch den coninc9 niet gesien om eenige ceremoniën, waerover de Engelsche ambassadeurs10 in Engelant hebben geschreven.
Met den hertogh van Weimar11 is noch niet besloten.
Men spreect hier oock veel van wisseling van gouvernementen: Normandië voor den cardinael12, Bourgogne voor den hertogh van Longueville, Guyenne voor den prins13, Auvergne voor Esparnon14.
Den keiser15 hout te Lucern bij de Switsers een commissaris16 als in een rijcxstadt ende heeft aen de Switsers met autoriteit geschreven, dat sij beletten
75
souden, dat den hertogh van Wimar niet en come in t' bisdom van Basel. De Switsers sullen weer te Baden vergaderen, maer anders als clachten schijnt niet, dat daer iet sal vallen, alsoo de roomschgesinden door ijver van de religie alle resolutiën beletten.Wat de gesanten van de Grisons17 sullen medebrengen uit Spaignië, anders als schoone goude kettingen, sullen wij verstaen nae haer t'huis comen, insonderheit hoe het gaen sal met de Valteline, 'twelck den Spaignaerd18 tot noch toe in suspens hout sonder sich rond te verclaeren.
't Leger van de Spaignaerden in Italië sal sijn, soo ons van daer geschreven wert, 30 duisent man, waertoe helpen sullen die van de republyck van Venegië werden gelicentieert, welcke republycq soo daerdoor als door andere actiën haer wel stelt met den keiser ende Spaignië siende, dat die partij in Italië verre de sterckste is.
Den 6 Febr. 1638.
Adres: Mijn Heer Mijn Heer van Reigersberg, raedt in den Hoogen Raide in Hollant In Den Hage.
In dorso schreef Van Reigersberch: broeder de Groot, den 6 febr. 1638 wt Paris.