eLaborate
::: eLaborate options :::
    Show pagebreaks
    Show variations
    Search



    Searchform

    Fulltext search

    Search domain

    Search site
    Search current document

    Letter



    245

    3552. 1638 april 30. Aan N. van Reigersberch1.

    Mijn Heer,

    'T oorlogh en gaet hier niet quaelijck. Guebrian2, meen ick dat nu is bij den hertogh van Wymar3 met vier ofte vijf duisent man. Sijn volck sijn hem gevolgt meenende Ian de Waert4 in haer handen te crijgen ende in Vrancrijck te brengen, waernae ydereen seer verlangde. Sijne Fürstelijcke Genade meent Brisac haest te connen becomen, soo hem tyen duisent man te voet, drie duisent te paerd werden toegesonden. Den hertogh van Longueville5 meent haest soo veel volck bijeen te hebben in de Franche Comté ende den hertogh van Wimar te naerderen, tot secours te dienen in tijdt van noot ende, soo de occasie goed is ende Vrancrijck dienstelijck, hem te volgen.

    Den hertogh van Lorraine6 niet hebbende connen doen tot revidaillement van Brisac heeft sijn volck, gecommandeert bij Mercy7, terugge getrocken, gecomen selff te Besanson ende aldaer peryckel geloopen van geassasineert te werden in sijn coetse, waervan wij de particulariteiten verwachten.

    Den coninc8 sent gelt overal, 400 duisent gulden op reeckening aen den hertogh van Weimar, assignatiën voor Hollant, beloften van 200 duisent rijcxdalers ofte wat meer 's jaers aen de landgravinne9. 'T gelt van Sweden meent monsieur Heufd10, dat over drie maenden sal gereed sijn. Als men verseeckert sal sijn, wat Engellant sal doen voor den palsgraef11, sal men hier 't exempel volgen.

    Den marescal de Chastillon12 hoopt te hebben 16000 man, waeronder sal sijn de Duitsche cavallerie onder 't beleidt van den heer Degenfelt13, aen dewelcke daertoe commissie als lieutenant-generael is gegeven. Wij sullen sien, wat hij op de Nederlandsche frontieren, den prins van Condé14 bij Navarre, den hertogh van La Force15 ende den marescal Brezé16, daer het te pas sal comen, sullen uitrechten.

    Men laet oock niet te dencken om vrede ende trefves. Den coning schijnt te quitteren de difficulteit van den coning van Hongaren17 niet te willen kennen als

    246

    keiser, in welcke qualiteit hij soo in heel Duitschlant als te Rome ende overal door de werelt werdt erkent.

    Den keiser sal paspoorten geven voor de gesanten van de landgravinne18, den hertogh van Wimar19 ende andere Duitsche geallieerde van Vrancrijck ende Swede niet om directelijck te handelen, maer om te senden daer de ambassadeurs van Swede20 ende Vrancrijck21 sullen sijn, om door deselve ambassadeurs voor te stellen, dat haer oorboir sal duncken.

    Ick heb met monsieur de Chavigny22, die hiertoe bij den coninc is gedeputeert, hierop ende op andere saecken begonst te handelen niet twijffelende, off Vrancrijck sal in 't maecken off van trefves off van vrede voor Sweden doen, dat de vrundschap ende nieuwe alliantie vereischt, ende oock, in gevalle van trefves, Swede bijstaen tot bewaering van de plaetsen, die nu bij Swede werden beseten.

    Den coning is te Chantilly, gaet nae Compiègne ende misschien vorder om sijn legers te oversien. De coninginne23 is nae het doen van swangere vrouwen wel te pas. Mijn huisvrouw is gisteren bij Haere Majesteit geweest.

    Men verlangt hier seer, soo nae het overnemen van het nieuwe volck uit Swede als nae de tijdinge, dat den prins van Orangie24 sal sijn in het velt, wenschende hem daertoe gesontheit.

    Hanouw hout sich noch sonder 's keisers garnisoen. Oft het duiren sal, is onseecker.

    Men seit Götz25 vijftien duisent bij malcander heeft ende meer verwacht. Savelly26 vergadert oock volck bij Constance. Galas27 send eenige oppewaert ende den hertogh van Beyeren28 ende naebuirige bisschoppen doen groote lichtinge.

    De jonge palsgraven29, soo ick hoor, sullen den coning spreecken ende gedeckt sijn in presentie van de ambassadeurs van Engelant30, 'twelck oock de hertogen, 's conincx van Vrancrijck ondersaeten sijnde, in sulcken tijd werdt vergunt.

    Wij verlangen seer nae 'tgunt te Hamburg voor sal vallen ende wat macht den palsgraeff, de landgravinne met het Sweedsche secours, te samen sullen brengen.

    Oostfrieslant meen ick, dat soo weinigh bij de Hessische als bij de Hollanders sal werden gequitteert.

    Den 20/30 April 1638.

     

    Forbisch31, den Poolsche gedeputeerde, is gegaen nae Wenen.

    247

    De Switsers laeten geen volck meer uitgaen uit haere quartieren, vresende voor haer selve.

    In dorso schreef Van Reigersberch: broeder de Groot, den 30 April 1638 wt Paris.

    Notes



    1 - Hs. Amsterdam, UB., RK., R7m. Eigenh. oorspr. Niet ondertek. Tesamen met no. 3551 beantw. d. no. 3573.
    2 - Jean Baptiste de Budes, maarschalk van Guébriant.
    3 - Bernhard, hertog van Saksen-Weimar.
    4 - Johan van Werth.
    5 - Henri d'Orléans, hertog van Longueville.
    6 - Karel IV.
    7 - Franz, vrijheer van Mercy.
    8 - Lodewijk XIII van Frankrijk.
    9 - Amelia Elisabeth van Hanau-Münzenberg, landgravin van Hessen-Kassel.
    10 - Johan Hoeufft, bankier te Parijs.
    11 - Karl Ludwig van de Palts.
    12 - Gaspard de Coligny, maarschalk van Châtillon.
    13 - Christoph Martin, vrijheer van Degenfeld.
    14 - Henri de Bourbon, prins van Condé.
    15 - Jacques Nompar de Caumont, maarschalk van La Force.
    16 - Urbain de Maillé, markies van Brezé.
    17 - Ferdinand III.
    18 - Zij waren, voorzover mij bekend, nog niet aangewezen.
    19 - Deze zijn nooit aangewezen.
    20 - Zij waren, voorzover mij bekend, nog niet aangewezen.
    21 - Voor hun namen zie men no. 3407, p. 7 n. 11.
    22 - Léon le Bouthillier, graaf van Chavigny.
    23 - Anna van Oostenrijk, koningin van Frankrijk.
    24 - Frederik Hendrik.
    25 - Johann, graaf van Götz, keizerlijk bevelhebber.
    26 - Federigo Savelli, hertog van Poggio Nativo, keizerlijk bevelhebber.
    27 - Matthias, graaf Gallas, keizerlijk bevelhebber.
    28 - Maximiliaan I van Beieren.
    29 - Moritz en Eduard van de Palts.
    30 - John Scudamore en Robert Sidney, graaf van Leicester, resp. ordinarius en extra-ordinarius Engels gezant te Parijs.
    31 - William Forbes, secretaris van de koning van Polen.